Franse afwaardering laat beleggers koud; Hollande verandert niets

Geen paniek op de beurs na een beroerde week voor de Franse economie.

Het was weer Frankrijk tegen de wereld nadat kredietbeoordelaar Standard & Poor’s vrijdagochtend het land had afgewaardeerd van AA+ naar AA. Minister van Financiën Pierre Moscovici noemde de analyses domweg „onjuist”, bankpresident Christian Noyer vond ze „incompleet” en de altijd snedige bewindsman voor Herindustrialisatie, Arnaud Montebourg, zei dat het tijd was om de rollen om te draaien en als staat die vermaledijde kredietagentschappen „zonder enige geloofwaardigheid” te beoordelen.

Toen S&P begin vorig jaar als eerste van de grote drie de Franse kredietwaardigheid van AAA naar AA+ bijstelde, waren de reacties van de regering-Sarkozy vergelijkbaar. De toenmalige president relativeerde de betekenis, terwijl oppositieleider François Hollande er een „afwaardering van het beleid” van zijn voorganger in zag. Nu zijn de rollen omgedraaid.

S&P heeft geen vertrouwen dat de huidige hervormingen op de arbeidsmarkt en bij de begrotingspolitiek tot significante verlaging leiden van de overheidsuitgaven op middenlange termijn. En door „toch al hoge belastingen” heeft Frankrijk weinig speelruimte.

Door de te bescheiden veranderingen sinds de vorige beoordeling, een jaar terug, is de kans volgens de Amerikanen groot dat de werkloosheid tot 2016 boven de psychologisch gevoelige grens van 10 procent blijft liggen. De staatsschuld zal in 2015 pieken op 93 procent van het BBP.

Het was een herhaling van de adviezen van de Europese Commissie van deze week. Die is vooral teleurgesteld over de beperkte Franse hervormingen van het pensioenstelsel. Fransen moeten weliswaar langer gaan werken om voor een volledig pensioen in aanmerking te komen, maar de formele pensioenleeftijd is door president Hollande niet aangepast. De Franse senaat stemde zelfs die hervorming haast unaniem weg vorige week. De Assemblée nationale gaat naar verwachting wel akkoord.

Volgens Hollande zijn de hervormingen van de laatste maanden, waaronder meer flexibiliteit voor bedrijven om van werknemers af te komen en concurrerender te worden, de enige „die de nationale en sociale cohesie garanderen”. Hij zei niet van de gekozen koers te willen afwijken. Zijn Parti socialiste kijkt angstig naar de opmars van het populistische Front National.

Maar de door de Franse president bezongen cohesie leek juist deze week totaal zoek. In Bretagne protesteerden werknemers en boeren tegen ontslagen en tegen de steeds hogere belastingdruk, terwijl overal in het land iedere dag een groot bedrijf ingrijpende reorganisaties aankondigde. Daar kwamen vrijdag onverwacht slechte industriecijfers (0,5 procent minder productie in september) overheen.

De president ziet zich echter gesterkt door de lauwe reacties op de Parijse effectenbeurs. De CAC 40-index verloor vrijdag een bescheiden 0,48 procent, deels dankzij goede cijfers over de Amerikaanse arbeidsmarkt. „Geen paniek”, zei analist Jean-Louis Mourier van Aurel BGC tegen Le Monde. Collega Philippe Waechter van Natixis wees erop dat S&P ondanks alles de Franse economische toekomst „stabiel” ziet. Het land leent nog steeds goedkoop. De rente steeg na de downgrade van vrijdag licht.