Een jaar lang balanceren

Na een onverwacht verkiezingssucces en een coalitie die in recordtijd werd geformeerd, begon voor PvdA-leider Samsom een jaar van manoeuvreren. Hij had zijn handen vol aan de stroom politieke rellen – en zijn neiging die te willen controleren. NRC-journalist Derk Stokmans volgde hem en schreef het boek Straatcoach en strateeg. Een voorpublicatie.

PvdA-fractievoorzitter Diederik Samsom in de Tweede Kamer. Hij leefde een politiek sprookje, vol onverwachte overwinningen. Maar het jaar dat volgde leek eerder op een boze droom. Foto Robin utrecht / ANP

Diederik Samsom liet zich door zijn chauffeur afzetten op een winderige straathoek aan de rand van een Haagse volkswijk. De eerste bruine blaadjes van het najaar lagen in de goot, de regen schommelde tussen miezerige mist en dikke druppels. Uit de kofferbak tilde Hayte de Jong, speechschrijver en manusje-van-alles, een bosje rode rozen en twee paraplu’s.

De herkenning in de blik van de cafébaas op de hoek van de Haagse straat sloeg om in verbazing toen Samsom met uitgestoken hand op hem afstapte.

„Hoe gaat het?”

„Slecht.”

De man sprak, sigaret tussen de vingers, over de tram die door een prestigeproject van de wethouder al een jaar niet meer voor zijn terras stopte. Over de hogere accijnzen op drank, die zijn winst uitholden omdat hij ze niet aan zijn klanten wilde doorberekenen. „We klagen altijd hoor. Maar nu is het echt erg.” Hij keek Samsom vragend aan: „Als je al twintig jaar hier zit, dan sluit je niet zo gauw. Maar ik weet niet hoe lang ik het nog uithoud.”

Het was half september. De PvdA-leider was maanden te laat. Al in het voorjaar had hij weer de straat op gewild. Hij moest praten met kiezers, weten waar ze zich zorgen over maakten. Deze voeding, die hem in de verkiezingscampagne een jaar daarvoor geholpen had tegen ieders verwachting in 38 Kamerzetels te halen, ontbrak sinds de start van ‘zijn’ kabinet-Rutte.

Hij wilde weer de straat op, voelen wat er leefde, zich voorbereiden op de gemeenteraadsverkiezingen van 2014. En hij wilde zich ontworstelen aan de deprimerende chaos op het Binnenhof. Daar had de stroom politieke rellen en relletjes sinds het aantreden van het kabinet van VVD en PvdA, en zijn neiging die te willen controleren, Samsom binnengehouden.

Rutte II had Samsoms revanche moeten zijn. De lessen die hij in zijn eerste tien jaar als Kamerlid had geleerd, in de oppositie en tijdens het vechtkabinet Balkenende IV, hadden hem overtuigd: de Nederlandse verzorgingsstaat dreigde aan politieke polarisatie en bestuurlijke besluiteloosheid ten onder te gaan. Ook zijn PvdA had daaraan bijgedragen. Nu moest het stoppen.

Buiten botste Samsom bijna tegen een vriendelijke vrouw op. Ze vertelde vrolijk lachend hoe de Oost-Europeanen de wijkvoorzieningen verpestten. Hoe ze steeds meer belasting moest betalen, en slechter kon rondkomen.

„Wat stem je?” vroeg Samsom.

„PVV natuurlijk!” De vrouw lachte.

Wat ze de volgende keer zou stemmen?

„PVV natuurlijk!” Dat Wilders haar problemen niet zou oplossen, wist ze ook wel. „Dat moeten jullie doen.” Ze liep verder, haar hondje aan de lijn.

Zelfs bij Samsom – altijd optimistisch over de eigen kansen, altijd vol zelfvertrouwen over het eigen gelijk, altijd een tactische manoeuvre in de binnenzak – was de twijfel de afgelopen maanden toegenomen. Zou zijn belofte van nieuwe politiek het einde van het jaar halen?

Aan iedereen die in die Haagse straat wel met hem wilde praten, stelde Samsom uiteindelijk twee vragen: wat hebben we fout gedaan? En: wat moeten we anders doen? Eén ding was aan het eind van de ochtend duidelijk. Hoe ze ook scholden op Polen en Roemenen, klaagden over de hoge belasting, piekerden over de stijgende rekeningen van de zorgverzekeraar, de gebrekkige opleiding van hun kind of het verlies van hun baan, ze vertelden eigenlijk allemaal hetzelfde: ze wisten het ook niet.

Het eerlijke verhaal

Een jaar voor zijn Haagse ochtendwandeling was de PvdA-leider nog een gevierd man geweest. Hij had, pas zes maanden partijleider, met zijn boodschap van ‘geen onhaalbare verkiezingsbeloften’ en ‘het eerlijke verhaal’ een onverwacht succes bij de verkiezingen geboekt. Daarna met VVD-leider Mark Rutte in een recordtijd van zes weken uit een versplinterde en gepolariseerde Tweede Kamer een coalitie uit ideologische tegenpolen gefabriceerd. Samsom leefde een politiek sprookje, vol onverwachte overwinningen. Maar het jaar dat volgde leek eerder op een boze droom.

De coalitie, nu bijna een jaar oud, werd overstelpt met kritiek, de peilingen waren abominabel. De keus van Rutte en Samsom om zonder meerderheid in de Eerste Kamer te regeren werd weggehoond als politiek amateurisme, geboren uit hoogmoed. Hun besluit om bij de formatie geen ideologische taboes op te werpen, noemden critici visieloos. Samsoms oproep aan de oppositie en de polder om mee te praten over het beleid mocht in zijn ogen oprecht zijn, tegenstanders zagen er vooral politiek opportunisme in.

De wens het allemaal anders te doen botste hard met de dagelijkse realiteit van de oude politiek. En de PvdA-leider kwam er niet onbeschadigd vanaf.

Het begon al een dag na de publicatie van het regeerakkoord. Nog voordat Rutte het aan de Kamer kon presenteren, kwam de VVD-leider in grote problemen met zijn gewoonlijk zo dociele achterban. Al snel leek een van de snelst geformeerde kabinetten in de naoorlogse geschiedenis ook het snelst vallende te worden.

Om de PvdA te laten nivelleren, wilden de coalitiepartners een inkomensafhankelijke zorgpremie invoeren – miljarden euro’s werden zo van hoge naar lage inkomens verschoven. De VVD-top onderschatte welke explosie dit zou veroorzaken bij de eigen kiezers. Een explosie die aan kracht won doordat de coalitiepartners in de eerste week na de presentatie van het regeerakkoord niet duidelijk maakten welke gevolgen de operatie voor individuele burgers zou hebben.

Het gebrek aan concrete feiten leek journalisten op te zwepen. Dat bereikte een climax bij De Telegraaf. Op de voorpagina, in grote letters: ‘Achterban van de VVD is ziedend.’ En daarnaast: ‘Kampioen nivelleren. ‘Marx’ Rutte onder vuur’, met voor wie de woordgrap niet begreep fotootjes van Rutte en Karl Marx naast elkaar. Bij de VVD sloeg de paniek toe.

De zaterdag na de presentatie van het akkoord reisde Samsom naar de Brabanthallen in Den Bosch, waar hij van zijn partij formeel toestemming moest vragen om aan de regering deel te nemen. Vooraf belde hij Rutte. Ging het wel? Ze hadden het over de peilingen die Maurice de Hond altijd op zondag uitbracht. De dagen daarvoor zette De Hond altijd een soort ‘thermometer’ op zijn website. De VVD zakte door de bodem van die thermometer.

’s Avonds reed Samsom – toestemming van zijn partij op zak – naar het Catshuis in Den Haag, waar de nieuwe kabinetsleden elkaar voor het eerst troffen. De sfeer bij dit ‘startberaad’ was gespannen. Aan de gezichten van de premier, VVD-informateur Henk Kamp en de nieuwe VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra zag Samsom dat het bij zijn nieuwe coalitiepartner mis ging.

Na afloop was er spoedoverleg in kleine kring. Rutte, Zijlstra en Edith Schippers, minister van Volksgezondheid, bespraken de situatie met Samsom, zijn vertrouweling Jeroen Dijsselbloem en Lodewijk Asscher, de PvdA’er die als beoogd minister van Sociale Zaken verantwoordelijk was voor de koopkrachtberekeningen.

De zes bedachten scenario’s om de onrust te bezweren. Het radicaalste was: het vervangen van de zorgpremie door een nivellering via de inkomstenbelasting. Maar daar wilde de VVD niet aan: dan kwam de PvdA met een nieuw belastingtarief voor de hoogste inkomens, en dat was nog erger dan die inkomensafhankelijke zorgpremie. Dus besloten ze meer informatie over de koopkrachteffecten van de zorgpremie te publiceren, hoewel het ministerie van Sociale Zaken nog nauwelijks cijfers had.

Maar wat als handreiking was bedoeld – ziet u, we geven alle informatie die we hebben, ook als we niets zeker weten – pakte anders uit. RTL Nieuws meldde: ‘Koopkracht keldert voor miljoenen Nederlanders.’ De Telegraaf: ‘Rampzalig – Grote groepen mensen leveren 10 procent in.’

Oppositiepartijen rekenden voor dat 2,7 miljoen mensen er in vijf jaar tijd 5 tot 10 procent op achteruit zouden gaan. De coalitie had beloofd dat het niet meer dan 4 procent zou zijn. VVD en PvdA werden beticht van leugens en verdoezeling.

Zijn eigen ervaringen aan het eind van Balkenende IV was Samsom nog niet vergeten. Toen had hij problemen van coalitiepartner CDA regelmatig gebruikt om zijn eigen partij populairder te maken. Samsom had gezworen dat hij het nooit meer nou zoen. Nu wilde de PvdA-leider zich daaraan houden. Het probleem was niet alleen van de VVD, maar ook van hem.

In de dagen daarna zag Samsom af van de inkomensafhankelijke zorgpremie. De VVD accepteerde in ruil daarvoor een nivellering via de inkomstenbelasting.

Voor de buitenwereld bleef het beeld hangen van een politicus die grootmoedig de coalitiepartner redde. Maar de PvdA-leider vroeg voor zijn getoonde teamspirit 250 miljoen euro extra om de geplande versobering van de werkloosheidsuitkering te verzachten – te betalen uit een favoriet VVD-potje, infrastructuur. Altruïsme en eigenbelang vielen hier mooi samen.

Het loslaten van de zorgpremie werd niet ontvangen als een wijs besluit van een coalitie die naar de maatschappij luistert. De meeste analisten zagen vooral zwak leiderschap van Rutte, die blijkbaar geen idee had welke gevoelens er binnen zijn partij leefden. De VVD-leider en Samsom werden beticht van zelfingenomen overmoed, geboren uit onbezonnen dadendrang.

Binnen de PvdA leidde de positie van Samsom tot zorgen. Had hij niet juist een post in het kabinet geweigerd zodat hij vanuit de Kamer de PvdA-kiezers kon uitleggen waarom het ook voor linkse burgers goed was dat deze coalitie bestond? Nu was hij vooral bezig Rutte te redden.

Maar Samsom moest niets van dit soort gedachten hebben. VVD én PvdA beseften dat in een complexe maatschappij compromissen met andersdenkenden onvermijdelijk waren. Dat bond de coalitie. „Daar is toch niks mis mee? En als je dan ook nog iets bedenkt waar andere partijen van denken: dat is ook ons compromis, dan wordt dit land beter. De schoonheid van een land regeren is niet de schoonheid van gelijk krijgen. Het is juist je gelijk niet helemaal binnenslepen, en daar dan op de juiste manier mee omgaan.”

Reanimatie van de polder

Het eerste jaar van Rutte II moest, zo hoopte Samsom, een sleuteljaar in de politiek worden. „Hoe meer ik op mijn eerste tien jaar in de politiek terugkijk, hoe meer ik het gevoel krijg dat we een aantal dingen helemaal niet goed hebben gedaan. Profilering is belangrijker geworden dan resultaat boeken, polarisatie belangrijker dan elkaar opzoeken. We moeten durven om beter politiek te bedrijven, zoals ik het ook in de campagne probeerde. Niet beter dan de ander, maar beter dan wat we zelf zijn.”

Maar het omgekeerde dreigde te gebeuren, zag Samsom. VVD en PvdA hadden in korte tijd meer weerstand opgeroepen dan enige andere coalitie daarvoor.

In de laatste week van februari presenteerde het Centraal Planbureau opnieuw zorgelijke cijfers. De economie was wéér gekrompen, en zou dat volgens prognoses blijven doen. Huizenprijzen daalden verder, het consumentenpessimisme bereikte unieke hoogten, de werkloosheid liep snel op. De rijksbegroting vertoonde het ene na het andere nieuwe lek. Binnen het kabinet wisten de ministers: dit wordt extra bezuinigen. De gedachte ontstond om dit slechte nieuws direct aan het eind van de week bekend te maken. Alle uitstel zou de onzekerheid bij burgers vergroten en het consumentenvertrouwen verder aantasten.

Maar gedurende de week begonnen al bezuinigingen uit te lekken. Samsom besloot te handelen. Hij wilde een herhaling van het debacle rond de inkomensafhankelijke zorgpremie voorkomen. De stilte bij de coalitie had toen tot grote imagoschade geleid. Dat zou de PvdA-leider niet nog een keer overkomen.

Halverwege de week liet hij zich uitnodigen bij Pauw & Witteman. De bezuinigingen waren nou eenmaal nu nodig, zei de PvdA-leider, omdat belangrijke hervormingen door tien jaar van politieke impasses waren uitgesteld. Samsom herhaalde hoe belangrijk hij het vond dat politiek en maatschappij hun zelfvertrouwen hervonden, dat bestuurders lieten zien dat ze wel oplossingen voor structurele problemen konden vinden. Hij hoopte op een oranjecoalitie. Tegelijk met de abdicatie van koningin Beatrix en de inhuldiging van Willem-Alexander, konden „alle politieke partijen van goede wil samen met de lente en de troonswisseling een nieuw politiek begin voor Nederland” inluiden.

Ton Heerts was woedend. De vakbondsleider voerde al tijden informele onderhandelingen met werkgeverslobbyisten en de nieuwe minister van Sociale Zaken, Lodewijk Asscher. Doel van het kabinet was om via een sociaal akkoord steun te krijgen voor radicale hervormingen op de arbeidsmarkt in het regeerakkoord. Voor Samsom kwam daar nog iets bij: hervormingen van de arbeidsmarkt zouden in het politiek instabiele klimaat alleen standhouden als er maatschappelijke steun voor was. En dan moest de polder meedoen.

Heerts wilde tot een deal komen, om te voorkomen dat de vakbonden irrelevant zouden worden. Maar hij zat gevangen in een onmogelijke balanceeract: hij moest zijn vakbonden rustig houden door in het openbaar het kabinet aan te vallen. Tegelijk moest hij zijn achterban laten wennen aan de moeilijke compromissen die onvermijdelijk zouden zijn in een sociaal akkoord. Het was een delicaat proces.

En nu, dagen voordat de vakbondsleider toestemming moest vragen aan zijn achterban om formeel met het kabinet te gaan onderhandelen, kondigde de PvdA-leider nieuwe bezuinigingen aan. Bezuinigingen die zijn leden hard zouden raken. Snapte Samsom – die zijn bondgenoot zou moeten zijn – nou niet hoe het werkte? Heerts voelde zich genaaid. Hij stuurde Rutte en Asscher een sms. „Als het zo moet, schrijven jullie dat sociaal akkoord maar op jullie buik.” Toen de beide ministers hem belden, drukte hij hen weg.

Ook Samsom, die hoorde van de boosheid van de vakbondsleider, zocht voortdurend contact. Heerts weigerde zijn telefoon op te nemen. Hij had er even helemaal genoeg van. Pas na bemiddeling van PvdA-Kamerlid en vakbondskenner Mariëtte Hamer lukte het Rutte om Heerts aan de lijn te krijgen. Die zei dat de premier maar naar Den Bosch moest komen, als hij wilde praten. Dus reisde Rutte af voor een geheime bijpraatsessie met biertje in café ’t Gerucht in Den Bosch, die direct uitlekte toen de cafébaas een foto van het treffen op zijn website zette.

De ruzie werd publiek, en er waren op dat moment maar weinig analisten die de kans op het bereiken van een sociaal akkoord hoog inschatten.

Toch was het er vijf weken later wel. Het cafégesprek met Rutte had Heerts als keerpunt gezien. Sindsdien waren de onderhandelingen onder leiding van Asscher in een stroomversnelling gekomen. De werkloosheidsuitkering WW werd versoberd, flexwerkers werden beter beschermd en bedrijven zouden verplicht worden arbeidsgehandicapten aan te nemen. Het was allemaal minder ambitieus dan in het regeerakkoord, maar hervormingen waren het wel degelijk.

Na het woonakkoord – waarin minister van Wonen Stef Blok botsend en struikelend de steun van D66, de ChristenUnie en de SGP verzamelde voor een beperking van de hypotheekrenteaftrek en een huurverhoging in de sociale woningbouw – was er weer een grote hervorming afgevinkt.

Hoewel: deze op het eerste gezicht geslaagde poging om politiek en maatschappij samen te binden in het achterstallige onderhoud van de Nederlandse verzorgingsstaat, had paradoxaal genoeg een giftige sfeer op het Binnenhof doen ontstaan. En een meerderheid in de Eerste Kamer had de coalitie niet, voor dit cruciale sociaal akkoord.

Van zijn illusies verlost

Eén voor één druppelden ze binnen op het partijbureau aan de Amsterdamse Herengracht. Partijvoorzitter Hans Spekman, vicepremier Lodewijk Asscher en minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem waren die zondagmiddag 6 oktober door hun partijleider uitgenodigd. Hij wilde met ze praten over de redding van het kabinet.

De PvdA kon het chagrijn in de Tweede Kamer niet meer negeren. De begrotingen vol bezuinigingen én het belastingplan voor 2014 moesten voor het eind van het jaar Tweede en Eerste Kamer passeren, en daarvoor moesten er oppositiepartijen in de senaat de kant van de coalitie kiezen.

Wie binnen de regeringspartijen nog dacht dat dat vanzelf wel goed zou komen, werd door de Algemene Politieke Beschouwingen op 24 september van zijn illusie verlost. VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra en premier Mark Rutte bleven herhalen dat ze bereid waren al het regeringsbeleid ter discussie te stellen, om steun bij de oppositie te verwerven. Samsom deed dat ook, hoewel zijn gewoonte tegenstanders te corrigeren als zij in zijn ogen feitelijk onjuiste uitspraken deden, weinig sympathie opleverde.

Maar de oppositiepartijen leken het niet te willen horen. De coalitie, zo zeiden ook ‘constructieven’ als D66-leider Alexander Pechtold en ChristenUnie-leider Arie Slob, was doof voor redelijkheid, blind voor de eigen problemen en te eigenwijs om haar plannen aan te passen. CDA-leider Sybrand van Haersma Buma liet in hetzelfde debat weten dat Rutte en Samsom hun hele regeerakkoord in de prullenbak moesten gooien, wilden zij uitzicht krijgen op steun van zijn partij. De boodschap was duidelijk: op het CDA hoefden VVD en PvdA niet te rekenen.

Met hem was alleen te praten over steun voor bezuinigingen, zei Pechtold, als de hervormingen van de arbeidsmarkt die in het sociaal akkoord waren afgesproken sneller zouden worden ingevoerd. Een onmogelijk eis, leek het. Vakbondsleider Heerts zou dat nooit accepteren. Maar in de dagen die volgden bleek dat D66 niet genegeerd kon worden.

Minister van Financiën Dijsselbloem had direct na de Algemene Beschouwingen alle oppositieleiders gebeld of ze de week daarop met hem wilden praten over de begroting van 2014. De minister wilde kijken of hij met wat schuiven op begrotingen toch een meerderheid in de Eerste Kamer bij elkaar kon schaken. De meeste partijen haakten af, waardoor zonder D66 geen levensvatbare meerderheid in de Eerste Kamer meer denkbaar was. Samsom en Rutte moesten een oplossing voor het probleem-Pechtold vinden.

Na een week praten op het ministerie van Financiën was een meerderheid in de Eerste Kamer geen stap dichterbij. Die vrijdagochtend klopte Samsom aan bij de werkkamer van Pechtold. De afgelopen maanden was het onderlinge contact niet goed geweest. Dat kon niet zo blijven. De PvdA-leider begreep dat Pechtolds wensen vooral voor zijn partij pijnlijk zouden zijn. Het laatste wat hij wilde, was de oorzaak zijn van het mislukken van de onderhandelingen met de oppositie. Maar Samsom was niet van plan zomaar risico’s te nemen. Hij wilde eerst uitzoeken of de D66-leider wel te vertrouwen was. Of wilde hij simpelweg het kabinet stukspelen?

De volgende ochtend belde Mark Rutte met Samsom, die met zijn dochter bij de scouting was. De premier was enthousiast. Hij had van Pechtold gehoord dat het gesprek met de PvdA-leider goed bevallen was. Nu duwde Rutte door: wat had Samsom de D66-leider te bieden?

Maar zover was Samsom nog lang niet. Eén ding was hem de afgelopen maanden duidelijk geworden. Hoe graag Samsom ook initiatief nam en voor de troepen uit liep, hoe overtuigd hij ook was dat de PvdA moest bewegen om het kabinet te stabiliseren, een besluit om wéér aan de sociale zekerheid te morrelen, kon de partijleider niet ongestraft alleen nemen.

Incasseringsvermogen

Dus kwam de top van de PvdA de middag daarop bij elkaar. Maar op die zondag in Amsterdam waren Hans Spekman en Asscher onvermurwbaar. Pechtold kon vragen wat hij wilde, ze kónden niet toestaan dat de versobering van de werkloosheidsuitkering sneller zou ingaan. De partij zou het niet kunnen dragen.

Spekman wist hoeveel PvdA’ers hun lidmaatschap hadden opgezegd nadat de PvdA in de formatie instemde met het inkorten van de hoogte en maximale duur van de werkloosheidsuitkering. Binnen de partij hadden veel leden toch al het gevoel dat de PvdA kariger was bedeeld dan de VVD. De strafbaarstelling van illegaliteit, bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking, de waarschijnlijke aanschaf van de JSF; die besluiten drukten zwaar op het humeur van PvdA’ers. Zichtbaar verlies op nog zo’n gevoelig dossier zou te veel eisen van het incasseringsvermogen.

De partijvoorzitter had vicepremier Asscher aan zijn kant. Die had wel eens middagen bezocht met PvdA’ers die hun lidmaatschap hadden opgezegd vanwege de aantasting van de werkloosheidswet. Asscher herinnerde zich goed welke krachtige gevoelens dit losmaakte. Hij had geen enkele behoefte dat nog eens mee te maken. De minister vreesde ook gedoe bij de vakbonden. Hij had maandenlang met Heerts onderhandeld, hij wist hoe gevoelig de werkloosheidswet daar lag. En het sociaal akkoord opblazen wilde niemand.

Tegelijk daalde die avond bij Asscher en Spekman het besef in: we moeten iets bedenken om Pechtold te binden. Misschien konden ze de aandacht van de D66-leider verleggen van aantasting van de werkloosheidswet naar het creëren van meer werkgelegenheid. Het was het begin van een idee. Maar het concrete bod waar Rutte om vroeg, konden de aanwezigen die avond niet verzinnen.

Samsom baalde verschrikkelijk. De onderhandelingen zouden maandag verder gaan, en hij stond nog met lege handen. Pechtold zou weglopen van de tafel, de onderhandelingen zouden klappen. Het kabinet zou misschien niet direct vallen, maar langzaam, bij elke door journalisten uitgekauwde nieuwe nederlaag in de Eerste Kamer, krachtelozer worden. Tot vallen vanzelf de beste optie werd. En de PvdA zou de schuld krijgen. Ze moesten iets vinden.

Uit de lijst met mogelijkheden die de ambtenaren van Asscher de volgende ochtend aanleverden, viel er één op: werklozen eerder verplichten om na een half jaar al iedere vorm van werk aan te nemen, en hun uitkering te stoppen als ze weigeren.

Samsom belde Hans Spekman: „Kunnen we dit doen?” Ja, zei Spekman: „Het staat zelfs in ons verkiezingsprogramma.”

Diezelfde nacht om één uur deed Samsom zijn bod. Op het ministerie van Financiën waren de vijf onderhandelende partijen en de top van het kabinet die maandagavond weer bij elkaar gekomen. Rutte, Pechtold en Samsom hadden zich teruggetrokken in een vergaderzaaltje op het ministerie. Samsom wist: dit is mijn enige kans. Als Pechtold niet accepteerde, waren de onderhandelingen over.

Urenlang zat een grote groep onderhandelaars toen al in Guldenzaal op het ministerie. De sfeer was slecht, Christen-Unie-leider Arie Slob had zo’n genoeg van de voorkeursbehandeling van Pechtold, dat hij dreigde weg te lopen.

Pas toen Rutte geïrriteerd werd, accepteerde Pechtold in dat zaaltje de toezegging van de PvdA. De weerstand bij D66 was gebroken. Aan het eind van die week was het akkoord rond. De coalitie had met D66, de ChristenUnie en de SGP nu ook steun gevonden voor de hervorming van de arbeidsmarkt in het sociaal akkoord en miljardenbezuinigingen voor 2014. Een jaar lang parlementair gerommel had op het nippertje resultaat opgeleverd.

Samsom durfde weer te hopen. Opnieuw was een belangrijke hervorming verzekerd. En, niet onbelangrijk, niet langer zouden VVD en PvdA zich met de handen op de rug moeten verweren tegen de klappen van negen oppositiepartijen. Ze hadden er drie bondgenoten bij, hoe aarzelend en zakelijk de relaties nu nog waren. Dat bleek wel in de weken daarna, toen er voor het eerst in meer dan een jaar weer een zeker mate van rust over het Binnenhof daalde. De geur van crisis en stuurloosheid, die al die tijd in de wandelgangen had gehangen, was opeens weg.

Hier ontstond, stiekem, toch een beetje de oranjecoalitie waar Samsom in het voorjaar zo op had gehoopt. Toen was hij erom weggelachen. Nu durfde hij te hopen op een nieuw begin.