Grootste gevaar bij xtc is gebrek aan kennis

Het opiniestuk over xtc van Charlotte Bouwman (NRC, 2 nov.) bevat veel onjuistheden. Bouwman stelt dat er een „nieuwe uitgaanswerkelijkheid is, waarvan iedereen van boven de dertig geen weet heeft”. De overheid negeert volgens haar dit drugsgebruik.

Het gebruik van xtc is niet onbekend. Zo waarschuwden landelijke media deze zomer volop voor een ‘foute’ xtc-pil. Ook voert de overheid al decennia lang een actief politiek en strafrechtelijk beleid. De pragmatische gedoogcultuur van de jaren ’90 heeft rond de eeuwwisseling plaats gemaakt voor een repressief zero tolerance-beleid. Er is evenmin sprake van een toename van het gebruik. In 1997 gebruikte 0,3 procent van de bevolking wel eens xtc; in 2009 (laatst beschikbare cijfers) was dat 0,4 procent. Bouwman schrijft dat „iedereen gebruikt” en dat pillen slikken onder Randstad-jongeren even normaal is als wodka drinken. Onjuist, zelfs als we alleen kijken naar bezoekers van Amsterdamse clubs. Daarvan gebruikt 21 procent xtc. Hoewel de drug niet zonder risico is, is xtc-gebruik in vergelijking met andere genotsmiddelen niet problematisch. In 2010 telde het Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem één probleemgebruiker per 100.000 inwoners. Voor cannabis zijn dat er 80, voor alcohol 265. Het grootste gevaar bij xtc-gebruik is onwetendheid. Volgens het Trimbos-instituut denken sommige jongeren, onterecht, dat het effect afhangt van de sterkte van de pil. Om te zorgen dat xtc leuk blijft, is goede kennisoverdracht essentieel.

Linda Duits