Denk na nu het nog leuk is

Wie niets regelt, trouwt automatisch in gemeenschap van goederen. Drie partijen in de Tweede Kamer willen een wetswijziging. „Mensen gaan pas nadenken als het niet meer goed gaat.”

Illustratie XF&M

Een vrouw heeft een huis met een ton overwaarde. Ze trouwt, in gemeenschap van goederen – dat is nu eenmaal standaard. Ze gaan in haar huis wonen. Vijf jaar later gaat het stel scheiden. Zij moet nu een nieuwe hypotheek afsluiten, want ze is haar ex-man 50.000 euro verschuldigd. Hij heeft namelijk recht op de helft van de overwaarde.

Had ze maar niet zo naïef moeten zijn.

Toch?

Het is maar een van de talrijke voorbeelden uit de praktijk van familierechtadvocaat Glenda Raap van Cleerdin & Hamer Advocaten. „Mensen die gaan trouwen, denken dat ze nooit meer uit elkaar gaan. Ze gaan pas nadenken als het niet meer goed gaat.”

Wie in Nederland trouwt en niets vastlegt bij de notaris, trouwt in gemeenschap van goederen. Daarmee gooien echtparen automatisch al hun bezit op één hoop. Maar mensen trouwen nu op latere leeftijd, hebben dan vaak al een eigen spaarrekening, een eigen vermogen, eigen sieraden, een eigen huis. Het is niet meer zoals vroeger, toen mensen jong trouwden en nog niet veel zelf hadden opgebouwd. En nog niet zo vaak scheidden als nu. Wie wil het geld dat hij vóór zijn huwelijk bij elkaar spaarde, na een echtscheiding delen met zijn ex?

De wet moet moderner worden, vinden D66, PvdA en VVD. Ze schreven een initiatiefwetsvoorstel om het automatisch trouwen in gemeenschap van goederen aan te passen. Komt het wetsvoorstel erdoor, dan hoeven mensen na een scheiding niet langer mee te betalen aan het aflossen van de studieschuld van hun ex. En de spaarrekening die je voor je huwelijk opbouwde, blijft na een scheiding alleen van jou. Net als de erfenissen en schenkingen die je voor of tijdens het huwelijk kreeg. Een modern huwelijk, zegt Jeroen Recourt (PvdA), één van de initiatiefnemers, is een verbond tussen twee partijen met elk een eigen vermogen. „Gaan ze uit elkaar, dan nemen ze hun eigen verleden mee.”

Dat vindt ook Anne (41), een consultant die om privacyredenen niet met haar volledige naam in de krant wil. In 2009 trouwde ze omdat ze met haar partner en drie kinderen emigreerde naar het buitenland. Haar vriend had geen juridische zeggenschap over de kinderen, en dat leek het stel in het buitenland niet verstandig. „Het was een hectische tijd, met de naderende emigratie, en we hebben er daardoor niet goed over nagedacht. We hebben niets geregeld, en trouwden daardoor dus automatisch in gemeenschap van goederen.” Nu wil ze alsnog naar de notaris om huwelijkse voorwaarden te laten vastleggen. „Ik vind het heel normaal dat je tijdens je huwelijk alles deelt. Maar wat je van tevoren meeneemt, moet je er na een scheiding ook weer uitkrijgen. Ik vind het belangrijk om een eigen economische geschiedenis te hebben.” Het spaargeld dat ze voor hun relatie had opgebouwd, is intussen helemaal op. „Als we ooit uit elkaar gaan, vind ik het raar als dat niet wordt meegenomen in de verdeling van onze bezittingen.”

Koud trouwen

Trouwen in gemeenschap van goederen is het eenvoudigst, want je hoeft er niet voor naar de notaris. Dat spaart geld uit – minimaal 500 euro – en er hoeven geen lastige beslissingen genomen te worden. Huwelijkse voorwaarden vastleggen bij de notaris, zegt Lucienne van der Geld, juridisch directeur van Netwerk Notarissen, is best ingewikkeld. „Je moet besluiten welke – onplezierige – scenario’s er kunnen ontstaan en wat je in die situatie wilt.”

Toch neemt het aantal ‘koude huwelijkse voorwaarden’ toe. Dat blijkt uit onderzoek van Freek Schols, hoogleraar notarieel recht en verbonden aan het Nijmeegse Centrum voor Notarieel Recht. ‘Koud trouwen’ betekent: niks delen. Er zijn allerlei gradaties in koudheid. Schols berekende hoeveel koude huwelijken er gesloten werden in de meest voorkomende variant, waarbij alleen de inboedel (deels) gedeeld wordt, en waarbij alleen bij overlijden de overgebleven partner geld en/of bezittingen nagelaten wordt. Koos in 2004 nog 24,5 procent van de echtparen hiervoor, vijf jaar later was dat 34,3 procent.

Ook de wens van aanstaande echtgenoten is onderzocht. Netwerk Notarissen heeft sinds 2012 meer dan drieduizend mensen ondervraagd die gaan trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaan. Van hen wil ruim 60 procent de bezittingen die ze vóór het huwelijk hadden na een scheiding niet delen. Bijna driekwart zegt datzelfde over de schulden. En ruim 90 procent wil bij een echtscheiding eventuele erfenissen niet delen met zijn ex.

Vakantie van de erfenis

Een wet, vinden de initiatiefnemers, moet aansluiten bij wat de maatschappij wil. En bij wat het meest gangbaar is – zo laten nu al de meeste ouders in hun testament opnemen dat hun erfenis alleen voor hun kinderen is, en niet voor de schoonkinderen. Maar wat als dat kind een vakantie boekt van die erfenis, en zijn echtgenoot meeneemt? Dan heeft de partner die zijn geërfde geld in de vakantie stak na een echtscheiding recht op de helft van het geld dat is uitgegeven.

Het ligt aan het echtpaar, en aan de manier waarop ze uit elkaar gaan, hoe hard dat wordt gespeeld, zegt advocaat Glenda Raap. „Maar dit soort situaties levert natuurlijk vaak problemen op. Tijdens een huwelijk vermengen geld en spullen altijd.” Ze noemt de theorie van het wetsvoorstel dan ook mooi, maar de praktijk lastiger. „Als mensen een schenking krijgen, belandt die vaak op de gemeenschappelijke rekening. Ze kopen er een auto van, of een nieuwe keuken. Hoe verdeel je dat na een scheiding? Mensen houden die zaken zelden bij.”

Dat is eigen verantwoordelijkheid, vindt initiatiefnemer Magda Berndsen van D66: „Koop je een auto van die schenking, en wil je die auto na een echtscheiding houden, dan moet je dat bij de notaris vastleggen.”

Een ander bezwaar komt van hoogleraar Freek Schols. Schulden die een van beide partners voor het huwelijk heeft gemaakt, blijven – anders dan bij een huwelijk in de huidige gemeenschap van goederen – de schulden van die ene partner. Dus ook na een echtscheiding. Maar, zegt Schols, daarbij wordt voorbijgegaan aan de bevoegdheden van de schuldeiser: die blijven gewoon intact. „Als de schuldeiser tijdens het huwelijk zijn geld komt opeisen, kan hij ook beslagleggen op het vermogen van de partner zonder schulden.” Zolang dat niet in de wet wordt aangepast, biedt het basispakket volgens Schols schijnzekerheid, en raadt hij nog altijd aan om bij de notaris huwelijkse voorwaarden op te stellen.

Berndsen ziet geen reden om dat in de wet vast te leggen. Schulden die tijdens het huwelijk doorlopen, worden gemeenschappelijke schulden, zegt zij. En wie dat niet wil, moet inderdaad huwelijkse voorwaarden opmaken. Recourt (PvdA) legt uit dat ze het wetsvoorstel zo eenvoudig mogelijk wilden houden, om veel potentiële bezwaren uit de weg te gaan. „Het is een standaardpakketje, we zijn bij de basis gebleven. We willen het niet te complex maken, om de kans te vergroten dat de wet nu echt wordt aangepast.”