De radicale islam werkt als een sekte

Vilvoorde, een voorstad van Brussel, is sinds een jaar hofleverancier van jongens die in Syrië vechten voor de Jihad. Zo’n honderd jongens en een enkel meisje vertrokken plotsklaps uit België, ongeveer eenderde van hen komt uit Vilvoorde.

Mimoun Aquichouch is moe. Hij is om vijf uur opgestaan om te gaan werken in de fosforfabriek. Het is nu drie uur ’s middags en hij zit in het kantoortje van de Masjid An Nasrmoskee in Vilvoorde. Van buiten zie je alleen een poort en een binnenplaatsje, maar de onopvallende moskee zonder minaretten daarachter beslaat een heel huizenblok. De mannenruimte is zo groot als een voetbalveld. De ruimte voor de vrouwen, een verdieping hoger, is even groot. Voor het vrijdagmiddaggebed worden de schuifwanden naar de leslokalen weggetrokken en is er nog meer plaats in de gebedsruimte. Er wonen veel moslims in Vilvoorde.

Mimoun Aquichouch wil graag vertellen over de jongeren in zijn stad. Er is zoveel gebeurd. Hij heeft er vaak over gesproken, maar kan het nog steeds niet helemaal vatten.

Zijn stad is sinds een jaar hofleverancier van jongens die in Syrië gaan vechten voor de Jihad. Zo’n honderd jongens en een enkel meisje vertrokken plotsklaps uit België, schat het Belgische ministerie van Binnenlandse Zaken. Ongeveer eenderde komt uit Vilvoorde, een voorstad van Brussel met 41.000 inwoners. Zeker vier zijn er omgekomen, waarschijnlijk meer. Doden worden meteen begraven waardoor precieze cijfers lastig zijn.

Het verhaal van Mimoun Aquichouch begint tijdens de ramadan van 2011. In die augustusmaand liep een magere jonge moslim in een witte islamitische jurk door de moskeepoort. Hij had een witte doek om zijn hoofd en een zwarte baard, bril. Hij wilde prediken in de moskee. „Dat vonden we niet goed”, zegt Aquichouch. „We kunnen een moslim niet de toegang weigeren als hij wil bidden. Maar zomaar naar binnen lopen en je verhaal vertellen, kan niet.”

De magere jongen liet zich niet tegenhouden. Niet door Aquichouch, of door wie dan ook. Het was Fouad Belkacem, voorman van de radicale groep Sharia4Belgium, met zusterorganisaties in Nederland en Engeland. Hij ging naar de Grote Markt en sprak jongeren toe vanaf de trappen van het gemeentehuis.

Radeloze ouders

In dat gemeentehuis, dat er van binnen uitziet als een museum, stroopt burgemeester Hans Bonte van Vilvoorde zijn mouwen op. Ooit was hij buurtwerker, en dat is hij altijd een beetje gebleven.

Het verhaal van Bonte begint begin dit jaar. Toen werd hij burgemeester. En meteen kreeg hij het probleem van de verdwijnende jongeren op zijn bord. Het werd de kwestie die hem tot nu toe het meest heeft beziggehouden. Vrijwel dagelijks zitten er radeloze ouders aan de reusachtige ovale burgemeesterstafel om te praten over hun zoon in dat verre land. „Of ze vrezen dat hun kind zal vertrekken”, zegt de burgemeester. „Er zat hier laatst een moeder die al weken onderaan de trap slaapt. Ze wil kost wat kost voorkomen dat haar zoon ’s nachts het huis verlaat.”

In het winkelcentrum van Vilvoorde hangen de 17-jarige vriendinnen Karima en Laila rond. Schoolpauze. Karima heeft een blauwe jurk aan met eroverheen een leren jasje en een zwarte hoofddoek. Laila draagt een rood colbertje boven een spijkerbroek. Ze hebben allebei lippenstift en eyeliner op. De meisjes kennen veel van de jongeren die naar Syrië gingen. De reden is, denken ze, dat moslims worden achtergesteld. „We halen onze diploma’s en doen er alles aan om hier een toekomst te stichten”, zegt Karima.

Laila: „Maar de werkgevers willen ons niet.”

Karima: „Discriminerende opmerkingen, dat is wat we krijgen.”

Laila: „Alles draait om racisme. Daarom nemen ze ons niet aan.”

Het is de meest gehoorde verklaring voor het vertrek uit Vilvoorde: de jongeren hebben weinig perspectief. De stad oogt misschien vriendelijk en schoon, de verborgen armoede is groot. Veel allochtone jongeren maken hun school niet af, vinden geen baan. Een vijfde van de jongeren is werkloos, veel hebben een Turkse of Marokkaanse achtergrond.

Het is te merken bij de Vilvoordse boksschool. Daar komen veel werkloze jongeren trainen, zegt een boksleraar. „Ze vervelen zich en hebben weinig zicht op een baan, op een toekomst.” Ook veel jihadstrijders kwamen in de boksschool. Er zaten zelfs kopstukken van Sharia4Belgium bij, zegt de trainer. Soms kwamen ze weken achtereen trainen, soms maanden niet.

De bokstrainer vond het aardige, beleefde jongens. „Ik heb nooit iets gemerkt van radicale ideeën”, zegt hij. Wel herinnert de trainer zich dat veel van de latere jihadstrijders geen werk hadden.

Het 15-jarige meisje Nora, dat vertrok om met een van de Syriëstrijders te trouwen, was niet radicaal. Dat zeggen haar vriendinnen, Laila en Karima. „Nora was een heel lief meisje”, zeggen ze. „Als ze nu ziet hoe het daar in Syrië is, zal ze wel spijt hebben dat ze is gegaan.”

Karima vertelt hoe ze vroeger samen met Nora weleens stiekem flirtte met jongens. Toen liep Nora nog op hakken, gebruikte ze make-up en droeg ze strakke kleding. Geen hoofddoek.

Plots werd Nora „serieuzer”, zegt Karima. „Opeens veranderde ze.” Nora ging lange jurken dragen. Liep steeds vaker rond met een koran in haar hand. Ging ook koranverzen uit haar hoofd leren. En ze vertelde tegen Karima dat het niet goed was om naar mannen te kijken.

Karima weet niet waardoor haar vriendin zo veranderde. Ze weet wel dat Nora tot kort voor haar vertrek de jihad in Syrië nog afkeurde. Vlak voordat ze zelf afreisde, zei ze tegen Karima dat ze het „niet goed” vond „dat al die jongens gaan”.

Weinig perspectief alleen is niet voldoende om te vertrekken. Er moet meer zijn. Manipulatie. De burgemeester heeft een doos vol lichtblauwe brochures waarin staat welk proces Nora en de andere jongeren doormaakten. Het proces van radicalisering. Op de kaft staat: Beheersen van moslimradicalisering – handreiking voor beleid en praktijk. Bonte heeft het net samen met de burgemeesters van Mechelen, Antwerpen en Maaseik opgesteld. „Want leraren, buurtwerkers, gemeenteambtenaren, zitten met de handen in het haar. Ze weten niet wat te doen.”

Dat het snel kan gaan, laat Nora zien. Binnen een paar weken werd ze van een opstandige tiener een vrome moslima in lange zwarte kleding. Op een ochtend trok ze haar spijkerbroek weer aan, om niet op te vallen, bleek later. Ze vertelde haar ouders dat ze een bijbaantje had en vertok. Ze werd opgehaald en naar de luchthaven van Dortmund, in Duitsland, gebracht. Van daaruit vloog ze naar Turkije. Volgens de burgemeester duidt het feit dat ze niet haar eigen ticket betaalde op manipulatie. En dat is volgens hem naast het racisme en de achterstelling een tweede sleutelbegrip.

Want de meeste jonge mannen die zich achtergesteld voelen en geen kansen hebben, gaan niet naar Syrië. Iets of iemand moet ze ervan overtuigen dat ze hun leven radicaal over een andere boeg moeten gooien. Soms vinden jongeren die ideeën op internet. Die rekruteren zichzelf als het ware. Vaker neemt een charismatisch persoon deze rol op zich.

Een man als Fouad Belkacem, bijvoorbeeld. Hij zei: „Vergeet alles wat je tot nu toe hoorde, wij [van Sharia4Belgium] vertellen de echte waarheid.” Belkacem komt niet uit Vilvoorde, wel kreeg hij een groepje volgelingen die zijn verhaal blind geloofden. Zelf werd hij in december 2012 veroordeeld tot twee jaar cel voor het aanzetten tot haat. Hij zat zijn straf thuis uit met een enkelband, maar toen was het al te laat. Burgemeester Bonte: „De radicale islam werkt als een sekte. Mensen worden losgeweekt van hun omgeving. In de radicale leer zijn ook moslims die niet volgens strikte religieuze regels leven, afvalligen. Dus ook de ouders, broers en zussen zijn niet meer te vertrouwen. Heel pijnlijk voor de familie, zeker omdat normaal gesproken islamitische ouders door hun kinderen op handen gedragen worden.”

In september 2012 ging niet één man in Saoedische kledij, maar een groepje van een man of vijf, de poort van de moskee binnen. Toen wist Mimoun Aquichouch dat er iets mis was. Hij probeerde met ze te praten. Te discussiëren over hun denkbeelden. „Dat was onmogelijk. Ze waren zo overtuigd van hun gelijk.” Ze noemden hem en andere moskeebestuurders verraders en dat maakte hem woedend. „Gewone moslims zijn in hun ogen niet goed genoeg. Ze wilden zelfs niet naar de imam luisteren. Niet naar de imam!”

Granaataanval

De leider van het groepje geradicaliseerde jongeren in Vilvoorde was Houssien Elouassaki, lid van Sharia4Belgium. De 22-jarige Houssien Elouassaki vertrok september 2012 naar Syrië samen met twee vrienden. Hij was een van de eersten. Een maand later volgde zijn een jaar jongere broer Hakim. Hakim raakte zwaargewond bij een granaataanval en werd uit Turkije terugvervoerd naar België door zijn oudere broer Abdelouafi (25). Die verongelukte eind mei dit jaar in Laken met zijn motor. Hij was de oudste zoon van vijf broers.

Bij het huis van zijn ouders doet niemand open. Het is een groot huis in een rustige straat, niet ver van het centrum. De buurvrouw kent de familie niet goed. Het huis is van haar dochter. Ze sprak één keer met de vader van het gezin: toen de begrafenisstoet arriveerde voor Abdelouafi Elouassaki. „De vader kwam naar me toe en drukte me de hand. Hij vond het fijn dat we zijn zoon de laatste eer bewezen.”

De man in het huis daarnaast zei ’hallo’ en ‘dag’ tegen de buren, verder kent hij ze niet, vertelt hij. Heel orthodox leken ze hem niet. Er wonen veel Marokkaanse Belgen in deze straat, vertelt hij. Ze hebben vaak veel kinderen, net als de Elouassaki’s, en de huizen zijn groot. Hij vertelt over de stoet journalisten die al door de straat trok en sluit dan behoedzaam de deur.

De een gaat, de ander volgt. De eerste jongens stuurden filmpjes via YouTube, zegt Aquichouch. „Gruwelijke, gewelddadige filmpjes, het leek wel Rambo. Voor de vrienden hier waren ze kennelijk heel aantrekkelijk. Op avontuur in Syrië.” Hij had ze op zijn eigen computer staan, maar heeft ze gewist. „Het is niet handig als ik die filmpjes op mijn computer afspeel, we worden allemaal intensief gevolgd door de veiligheidsdiensten.”

Vilvoorde heeft weliswaar de twijfelachtige eer voorloper te zijn, ook andere steden en landen kampen met het probleem. „Ik heb de afgelopen maanden een onvoorstelbaar aantal politici en journalisten over de vloer gehad. Morgen komt een tv-ploeg uit Frankrijk en de Oekraïne. Het is een Europees probleem.”

Burgemeester Bonte is van huis uit socioloog en kijkt ook zo naar de jihadgangers. Het is een lastige tijd om op te groeien. „Je moet op zoveel vlakken meedoen en slagen. Als je mislukt, heb je een probleem.” Hij heeft zelf twee kinderen van 19 en 21. Veel jongeren die nu in Syrië zitten, heeft hij op de achterbank samen met zijn zoon naar de voetbalclub gebracht. „Een vertrek naar Syrië kan een vlucht zijn. Je bent in de ogen van bepaalde vrienden een held. Twee jongens die opeens verdwenen waren en foto’s van zichzelf tussen de brokstukken stuurden, bleken gewoon in België te zitten. Ze wilden er erg graag bijhoren.” Ook de jongen die op vliegveld Zaventem werd aangehouden valt daaronder volgens hem. „Als je echt naar Syrië wil, dan vertrek je niet vanaf hier.”

De burgemeester is helder. Sommige jongens kun je niet redden. Hij zou het liefst hun paspoort tijdelijk innemen, maar dat is wettelijk niet mogelijk. „Als ze echt willen, gaan ze. Maar als je er vroeg bij bent, kan je het proces ook keren.” Vandaar ook de brochure met tips voor leraren en welzijnswerkers. „Een opleiding of een vriendin kan ze net de andere kant op duwen.” Met een lach: „Ik wens ze allemaal een wulpse jongedame toe.”

Moskeevoorzitter Aquichouch neemt zichzelf ook iets kwalijk. Hij wijst in het rond. De moskee is de afgelopen jaren grondig verbouwd, er is veel geld in gestoken. Hadden ze die tijd maar gebruikt om aandacht te schenken aan de jongeren, zegt Aquichouch. „Toen wij de moskee aan het opknappen en schilderen waren, radicaliseerden jongeren en wij zagen het niet. Toen we het wel zagen, was het te laat.”