De nestor van de Surinaamse journalistiek

Hij werd de nestor van de Surinaamse journalistiek genoemd. Dat had Leo Morpurgo (89), die vorige week in Paramaribo overleed, niet aan zijn leeftijd te danken. Wel aan zijn unieke rol als journalist. Vanaf 1961 was hij ruim 35 jaar hoofdredacteur van dagblad De Ware Tijd.

In het Nederlandse rijksdeel waren media spreekbuis van politieke en zakelijke belangen – nu vaak nog. Zo begon de latere premier Jopie Pengel in de jaren vijftig zijn eigen krant om tegenstanders zwart te maken. De tegenpartij deed precies hetzelfde.

Leo Morpurgo stamt van Portugees-Joodse immigranten. Zijn overgrootvader richtte in 1848 het Koloniaal Nieuwsblad op. Leo wilde advocaat worden, maar toen zijn vader in 1943 Het Nieuws oprichtte, koos hij voor de journalistiek.

Bij De Ware Tijd werd Morpurgo de eerste Surinaamse hoofdredacteur die een onafhankelijke krant maakte. Toen premier Jules Sedney eens zei dat de krant zijn regering te hard aanpakte, antwoordde Morpurgo: „Ik móet het volk vertellen dat je de verkiezingsbeloften niet nakomt.” De Ware Tijd werd door die houding de grootste krant: oplage 45.000 op een bevolking van 400.000.

Toen de krant na de coup van Desi Bouterse in 1980 over rijstschaarste schreef, verscheen een woedende couppleger met Uzi op de redactie. Morpurgo liep klappen op toen hij zich eens bij de militairen moest melden. Hij zat kort in de cel. Uit protest liet hij zijn baard staan. Het was de tijd dat sommige journalisten een ‘nieuwe informatieorde’ propageerden ter ondersteuning van de ‘revo’. Tot Morpurgo’s afgrijzen. Toen redacteur Lesley Rahman – een van de velen wie Morpurgo het vak leerde – werd bedreigd sprong hij in de bres. De zwartste dag was toen hij op 8 december 1982 zijn redactie moest zeggen dat Rahman met veertien critici van de dictatuur in Fort Zeelandia was vermoord. Dat hij het bijltje er onder de censuur niet bij neergooide was om zijn redacteuren niet brodeloos te maken.

Na de dictatuur bouwde Morpurgo de krant weer op. De Ware Tijd kreeg als eerste Surinaamse krant een literaire bijlage. In een satirische column werd de macht op de hak genomen. Morpurgo was ook jaren correspondent voor NRC Handelsblad en AP.

Zijn lijkkist werd door drageman en pokuman langs het krantengebouw aan de Malebatrumstraat geleid, naar de houten kathedraal. Zonder gebruikelijk dansritueel. Dat paste niet bij zijn ingetogen persoon. In zijn vrije tijd was Morpurgo bezig met zijn bijenvolken of de orchideeën achter het eenvoudige huis waar hij met zijn vrouw Conny vijf dochters grootbracht. Surinaamse media vergeleken Morpurgo met een kankantrie. Zo’n boom kan alleen door de zwaarste tropenstorm worden geveld.

Hans Buddingh’