De kunst van het vergeten

Technologie

Carola Houtekamer Technologie zorgt ervoor dat we nooit meer iets hoeven te vergeten. Hoog tijd voor vergeettechnologie.

Ik vind het niet zo erg om iets te vergeten. Op zo’n moment hou ik vast aan het romantische idee dat een vergeten gedachte op de bodem van je ziel tot compost verteert, tot een voedingsbodem voor nog véél briljantere werken.

Grenzeloze zelfoverschatting natuurlijk, want ik had deze week vlak voor het slapen gaan een fantastisch idee voor een column. Puntig, actueel, grappig, zo goed, dat ik ‘m niet hoefde op te schrijven. Echte kwaliteit waait niet per ongeluk langs, filosofeerde ik, echte kwaliteit knaagt zich onstuitbaar een weg naar de oppervlakte.

Niet dus. Zelfs niet toen ik alle blogs langsging die ik die avond had gelezen, alle mails die ik had verstuurd. Daarom vandaag over de kunst van vergeten, want je moet iets met je ergernis.

Het is ook helemaal niet goed om alles te onthouden, filosofeer ik nu maar. Kijk naar de Amerikaanse Jill Price, 48 jaar, die elke dag vanaf haar veertiende exact kan navertellen. Wat ze at op 12 mei 1982, wat iemand tegen haar zei in de bus, wat die avond op tv was. De hele dag door duiken die herinneringen onverwachts op, zei ze tegen het Duitse Der Spiegel. Heel gedetailleerd en levendig, inclusief de blijdschap, schaamte, schrik of verdriet die ze er toen bij voelde. „Als een eindeloze, chaotische film die me overweldigt. En er is geen stopknop”, zuchtte ze vermoeid.

Price is een uniek geval, maar mogelijk heeft ze haar hyperthymesia, zoals de kwaal heet, zelf ietwat aangewakkerd. Ze houdt vanaf haar kindertijd een bizar uitgebreid dagboek bij, nu al 50.000 pagina’s lang, met alle relevante en irrelevante gebeurtenissen uit haar leven, en ze verzamelt dwangmatig voorwerpen van vroeger. Om de chaos in haar hoofd te bedwingen, antwoordde ze nijdig op de aantijging dat haar probleem misschien een beetje aan haar eigen gedrag te wijten was.

Alles moeten onthouden is vreselijk. Laat die tand des tijds maar knagen aan de momenten dat je je ouders op seks betrapte, dat je eerste grote liefde het uitmaakte, dat die goede vriendin doodziek werd.

Technologie maakt ons allemaal hyperthymesiapatiënten. Als je niet al zelf een dagelijkse back-up draait, doen Google en Flickr dat wel voor je. Wanneer je maar wil, kun je opzoeken met wie je op dag X ruzie op Twitter maakte, welke afspraken in je agenda stonden, aan wie je flirterige mails verstuurde, welke nummers je belde. Karrenvrachten vol herinneringen die je je leven met je mee moet zeulen.

Je kunt alles weggooien, lekker drastisch, maar dan mis je ook een hoop moois. Er zijn al genoeg apps en tools die je lol laten beleven aan je digitale geheugen. Timehop, een appje dat je de foto’s en updates op Facebook en Twitter van exact een jaar geleden toont, voor dat fijne ‘oh ja!’-effect. Chronos, een app die automatisch registreert waar je bent, hoeveel je reist, met wie je bent. Zo zie je waar je écht tijd aan besteedt. En de Lifebrowser waar Microsoft aan werkt, die uit jouw mails, zoekgeschiedenis, foto’s en documenten de memory landmarks haalt. Die krijg je dan op een mooie tijdslijn gepresenteerd. Misschien was je wel vergeten dat je afstuderen toen zo’n toestand was, maar je Lifebrowser weet het nog.

Als we slimmere methodes krijgen om belangrijke herinneringen te bewaren en op te roepen, dan durven we misschien ook meer te wissen. Dan hoeven we niet alles tot in de eeuwigheid in een cloud te stallen, voor elk nieuwsgierig bedrijf of dienst opvraagbaar. Vergeettechnologie, ik wil het.