De brieven Gevangenen maken nu eenmaal meer los dan olieboringen

Hoe zorg je ervoor dat dertig collega’s en medewerkers uit een Russische politiegevangenis komen? Door ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk mensen erover horen. Hoe zorg je dat zoveel mogelijk mensen erover horen? Daarvoor is Ben Stewart verantwoordelijk, het hoofd internationale communicatie van Greenpeace in Londen. Hij denkt in verhalen, en hoe die het beste kunnen worden verteld.

Het verhaal van dertig milieuactivisten in het gevang boven de poolcirkel vertelt zichzelf. In tegenstelling tot het „complexe verhaal” van de olieboringen zelf, op een plek op aarde waar niemand ze ziet gebeuren, legt Stewart telefonisch uit.

„Mensen hebben een basaal gevoel van wat er goed en verkeerd is in deze wereld, en dat is een heel erg dwingende emotie om in een verhaal te brengen. Wat we proberen is de arrestanten hun eigen verhaal laten doen.”

Centraal onderdeel van de mediastrategie vormen de brieven van de arrestanten, die moeten laten zien dat het uiteindelijk om gewone mensen gaat. Volgens Stewart zijn er intussen twintig à dertig brieven in media wereldwijd gepubliceerd, „misschien nog wel meer”. „Sommige zijn geschreven aan ons, wij zijn collega’s en vaak ook heel goede vrienden. Dus schrijven ze ons, en waar mogelijk proberen wij een groot publiek te vinden. Families werken graag mee om ervoor te zorgen dat iedereen wat van deze brieven kan lezen. Zo blijft het verhaal in leven.” Dankzij eigen kanalen als Facebook en Twitter is Greenpeace niet meer zo afhankelijk van traditionele media, zegt Stewart. „Maar zij zijn nog altijd enorm geïnteresseerd.”

Over hoe de brieven naar buiten komen, vertelt Nederlander Leon Varitimos, een van de twee Greenpeace-woordvoerders in Moermansk. „Wij bezorgen steeds genoeg papier en postzegels.” In het detentiecentrum wordt de communicatie gecontroleerd, al dan niet met hulp van vertalers.

Campagneleider Faiza Oulahsen stuurde haar brief aan de koning (die in het AD gepubliceerd werd) naar het tijdelijke Greenpeacekantoor in Moermansk. „Wij hebben die brief ingescand en opgestuurd”, zegt Varitimos, die zegt dat brieven gericht aan dit kantoor worden nagelezen op „zaken die nadelig kunnen uitpakken voor de procedure en de mensen”. Andere brieven worden aan journalisten zelf gestuurd (bijvoorbeeld het antwoord van Oulahsen op een brief van de correspondent van de Volkskrant), of worden door familie met media gedeeld (bijvoorbeeld een brief van machinist Mannes Ubels in NRC Handelsblad). Greenpeace citeerde vervolgens die brieven weer in een nieuwsbrief aan donateurs.

De organisatie bestaat bij de gratie van publieke aandacht en is daardoor vele malen bereikbaarder, sneller en actiever in het informeren van het publiek dan de zwijgzamer Russische partijen of diplomaten die achter de schermen hun werk proberen te doen. Daardoor valt het beeld van wat er in Moermansk aan de hand is nu vrijwel geheel samen met de informatie die Greenpeace daarover naar buiten heeft gebracht.

Wat er naar buiten komt wordt in Londen bepaald, door Ben Stewart en zijn team van vijf à zes communicatie-medewerkers. Stewart: „Dit is een internationaal verhaal. Als er iets gebeurt in Moermansk, dan bellen zij ons, dan proberen we erachter te komen wat er gebeurd is, en beslissen we of dat naar buiten moet komen.” Daarna wordt het proces van informatieverspreiding in gang gezet.

Greenpeace Rusland vertaalt de Engelstalige persberichten over de gebeurtenissen in eigen land vaak weer terug naar het Russisch. De Russische afdeling stuurde sinds de arrestatie zeker 48 persberichten over de situatie uit, gemiddeld bijna één per dag, aan een adressenbestand dat nu circa vijfhonderd namen telt.

De Russische recherche heeft één woordvoerder, die af en toe in media of per persbericht vertelt wat de laatste stand is in een strafproces, vaak nog voordat aangeklaagden officieel op de hoogte zijn gebracht. Zelfs voor advocaten is het regelmatig moeilijk hun cliënt te spreken te krijgen. Zo grillig is de rechtsgang in Rusland.