Borst tegen borst, pink in pink

Ooit in Amerikaanse dancehalls, Franse dorpen en aan Europese hoven, nu in zaaltjes en cafés: social dancing.

W

e hebben afgesproken op het Schouwburgplein, een van de lelijkste plekken van Rotterdam. Vandaag is het op zijn lelijkst. ’s Ochtends heeft het geregend en in de koude stalen platen op de grond weerspiegelt de grijze lucht. Toch zijn er een stuk of twintig Rotterdamse lindy hoppers komen opdagen voor een openbare lindy hop-presentatie. De jongste is tweeëntwintig, de oudste in de veertig. Ze kennen elkaar van danslessen, dansfeesten en danskampen, al hebben de meesten geen idee van wat de anderen in het dagelijks leven doen. Dat is een ongeschreven regel: wanneer ze samen zijn wordt er niet over werk gesproken, wanneer zij samen zijn wordt er gedanst.

Welkom in de wondere wereld van het social dancing. Social dances dat zijn dansen als lindy hop, balboa, blues en de mazurka. Oude groeps- of koppeldansen die door jonge mensen nieuw leven zijn ingeblazen. Ooit werden ze gedanst in Amerikaanse dancehalls, Franse dorpen of aan de Europese hoven, nu worden ze gedanst in gehuurde theaterzaaltjes en kleine cafés. Er wordt nauwelijks reclame voor gemaakt, als je weet waar je moet zoeken, vind je plaatsen en data via websites en facebookgroepen. En toch verspreiden deze dansen zich als een olievlek over ons land. Mond tot mond, of, volgens een lindy hopper: facebook tot facebook.

Bij elke dans hoort een bepaald gevoel, een bepaalde kledingstijl, bepaalde muziek. Elke dansstijl trekt een ander type mensen. Wat al die sociale dansen met elkaar verbindt is dat het dansen zijn waarin je heel uitdrukkelijk niet met jezelf, maar met de ander bezig bent. Het zijn dansen waarbij je elkaar aanraakt, waar je zweterige handjes van krijgt, waarbij je moet oppassen dat je niet stapt op andermans tenen. Je danst ze niet alleen, maar ook niet met een vaste danspartner. Na elk nummer wordt er van partner gewisseld. Zo kun je in je eentje naar danslessen en feesten gaan en aan het einde van de avond iedereen kennen.

Darre, de bluesdanser: „Bluesdansen hielp me over mijn mensenangst heen, aanraking enzo, tegenwoordig vind ik dat niet eng meer.”

Ellen, de balboa danseres: „Als ik gelukkig ben in mijn werk en ik heb de tijd en de middelen om te dansen, dan heb ik alles wat ik nodig heb. Ik voel die druk niet meer zo om „alles uit mezelf te halen”, „carrière te maken”. Die ratrace, je kan daar zo vreselijk ongelukkig van worden. Het dansen heeft me daarvan bevrijd.”

Elmer, de lindy hopper: „Wanneer je danst, hand in hand, borst tegen borst, pink in pink, elkaar aankijkt en samen werkt op dezelfde muziek, dan ben je in contact met elkaar, werkelijk in contact en bestaat er even niets anders dan het moment.”

Als ik vraag wat er zo leuk is aan het dansen, krijg ik steeds min of meer hetzelfde antwoord. Ja, een reden hebben om een prinsessenjurk of een net pak aan te trekken, dat is leuk. Maar het is niet waar het om gaat. Het gaat om het samenzijn. In het werkelijke leven zijn we dat steeds minder. Niet op de dansvloer (tenzij je twerken onder samenzijn verstaat) en niet daarbuiten (als je het aantal iPhonende mensen telt tijdens een willekeurig ritje in de tram). Samen zijn, daar word je vrolijk van. En het mooie aan dansen is dat je daar verder niet over hoeft te praten.

Op het lelijkste plein van Rotterdam is de lindy hop presentatie inmiddels begonnen. Alle mensen die langslopen blijven staan en kijken, net als ik: met een grote lach op het gezicht. Zelfs de wolken reageren. Die schuiven opzij en boven het lelijkste plein van Rotterdam schijnt even de zon. Echt waar.