Autistische kleuters hebben als baby nog gewoon oogcontact

Verlies van oogcontact in de eerste levensmaanden is voorloper van autisme.

Jongetjes die op driejarige leeftijd autistisch blijken te zijn, verliezen al oogcontact als ze 2 tot 6 maanden oud zijn. Dat is lang voordat de diagnose gesteld kan worden. Bij beginnend verlies van oogcontact is het misschien mogelijk om al een behandeling te beginnen, in een poging om de ontwikkeling van autisme zoveel mogelijk te beperken. Dat schrijven autisme-onderzoekers van de Emory University School of Medicine in Atlanta (Nature, 7 november).

De onderzoekers testten 110 kinderen – jongens en meisjes – tien keer, vanaf hun tweede levensmaand totdat ze twee jaar waren. Tot ze een half jaar waren kwamen de kinderen om de maand, daarna om de drie maanden tot ze 1,5 waren, rond hun tweede verjaardag voor het laatst. Onderzocht werd hoe ze keken naar videobeelden van opvoeders in normale interacties.

Het waren 59 kinderen met een hoog risico op autisme – ze hadden een autistische broer of zus. En 51 kinderen met een laag risico, uit families zonder autisme. Het is het eerste prospectieve onderzoek van kinderen die vrijwel vanaf hun geboorte zijn getest.

Op hun derde verjaardag was bij één jongen uit de laag-risicogroep en bij tien jongens en twee meisjes uit de hoog-risicogroep definitief autisme vastgesteld. De statistische analyse is alleen bij jongens gedaan. Er waren te weinig autistische meisjes om dat ook voor de meisjes betrouwbaar te doen.

Terugkijkend naar de gegevens, waren de onderzoekers verrast dat er op een leeftijd van twee maanden nog géén verschil was tussen de fixatie op ogen. Het idee bestaat wel, dat autistische kinderen nóóit goed oogcontact maken. De metingen laten zien dat alle kinderen ongeveer op gelijk niveau begonnen en dat bij de latere autisten het contact langzaam verloren gaat. De niet-autisten kijken steeds beter naar ogen. De latere autisten verleggen hun aandacht van ogen naar objecten. Als dit in groter onderzoek wordt bevestigd, biedt het mogelijkheden voor vroege behandeling, vinden de onderzoekers.