Anands paradox

Op de persconferentie na de openingsceremonie van de WK-match in Chennai, afgelopen donderdag, werd aan Anand gevraagd wie zijn secondanten waren. Hij noemde er vier. Even later zei Magnus Carlsen dat hij Anands openhartigheid waardeerde, maar dat hij er geen voorbeeld aan zou nemen. Toen sprak Anand een waar woord tot de journalisten: „Het maakt niet uit. Jullie kunnen toch niet alles geloven wat een van ons zegt, nergens over. Ik kan een vraag eerlijk beantwoorden en je kunt nooit weten of het de hele waarheid is of niet.”

Het was als in de oude paradox van de Kretenzer die zegt dat alle Kretenzers leugenaars zijn. Als hij de waarheid spreekt, is hij een leugenaar. Anand zei eigenlijk: „Ik spreek de waarheid, maar geloof me niet.”

De hele waarheid zal hij niet gesproken hebben, want behalve de secondanten ter plekke zijn er ook altijd geheime secondanten die via Skype of met andere middelen met de baas in contact staan.

Volgende week is er in Chennai hoog bezoek, want dan komt Garry Kasparov langs, op doorreis naar andere Aziatische landen in het kader van zijn verkiezingscampagne voor het presidentschap van de FIDE. Hij duimt voor Carlsen, omdat die volgens hem een nieuw hoofdstuk in de schaakgeschiedenis kan schrijven, met nieuwe ideeën.

Kasparov zorgt zelf ook nog steeds voor verrassende nieuwtjes. Zo liet hij afgelopen week weten dat hij het staatsburgerschap van Letland had aangevraagd, omdat hij voor zijn reizen niet afhankelijk wilde zijn van zijn Russische paspoort en van Poetin. Hij dacht misschien aan Bobby Fischer, wiens paspoort in 2004 ongeldig werd verklaard, waardoor hij in een Japans detentiecentrum terecht kwam. Of Kasparov zijn Letse paspoort echt krijgt, is zeer de vraag. Voorlopig reist hij toch nog rond.

Deze zaterdag is de eerste partij tussen Anand en Carlsen en om in de stemming te komen, is hier een mooie partij tussen hen uit het verleden. Een klassieke Spaanse marteling. Anand brengt Carlsen eerst in het nauw op de damevleugel en als die zijn stukken daarheen heeft gebracht om onheil af te wenden, slaat Anand aan de andere kant toe, zo moeiteloos als in het leerboek Meester tegen amateur van Max Euwe. Maar dat was zes jaar geleden en sindsdien is Carlsen wijzer geworden.

Vishy Anand – Magnus Carlsen, Morelia/Linares 2007

1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 a6 4.La4 Pf6 5.0-0 Le7 6.Te1 b5 7.Lb3 d6 8.c3 0-0 9.h3 Pa5 10.Lc2 c5 11.d4 Pd7 12.d5 Pb6 13.Pbd2 g6 14.b4 cxb4 15.cxb4 Pac4 16.Pxc4 Pxc4 17.Lb3 Pb6 18.Le3 Ld7 19.Tc1 Tc8 20.Txc8 Lxc8 21.Dc2 Ld7 22.Tc1 Pa8 23.Dd2 Db8 24.Lg5 Lxg5 25.Pxg5 Tc8 26.Tf1 h6 Carlsen zal ongetwijfeld begrepen hebben dat dit een ernstige verzwakking is, maar hij kon ook niet goed toelaten dat wit ongestoord 27.f4 zou spelen.

(Zie diagram boven)

Als wit zich nu met 27.Pf3 terug zou moeten trekken, was er niet veel aan de hand. 27.Pe6 Maar dit is erg sterk. Zwart kan hier en op de volgende zetten het paard niet goed slaan, maar het paard in leven laten heeft ook grote bezwaren. 27…Kh7 28.f4 Da7+ 29.Kh2 Le8 Als hij het paard slaat, is na 29…fxe6 30.dxe6 Le8 31.f5 gxf5 32.exf5 Dxd4 zowel 33.Dxd4 als 33.De1 goed voor wit. 30.f5 gxf5 31.exf5 f6 Noodgedwongen laat hij het paard leven, maar dat betekent dat wits aanval onweerstaanbaar wordt. 32.Te1 Pc7 33.Tc1 Ld7 34.Tc3 e4 35.Tg3 Pxe6 36.dxe6 Le8 37.e7 Dreigt 38. Lg8+ 37… Lh5 38.Dxd6 Zwart gaf op.