Altijd maar moeten winnen

Achter de wereld- kampioen sprint van 2012 schuilt

een gevoelsmens.

Stefan Groothuis: „Topsport is schone schijn. Je hebt gefaald of juist niet. Je bent de held of de schlemiel.”

Geen schaatser sprong ooit hoger de lucht in. De Olympic Oval van Calgary, eind januari 2012. Stefan Groothuis wordt wereldkampioen sprint! Zijn coach Jac Orie pinkt een traan weg op het middenterrein. Eindelijk, eindelijk de beloning voor ‘Bokito’, zoals hij de gespierde schaatser liefkozend noemt.

Al jaren wereldtop, misschien wel de allerbeste. Maar steeds weer tegenslag: doorkliefde achillespees, ziekte, valpartijen en diskwalificaties. Om nu, op zijn dertigste, toch nog de wereldtitel te pakken. Schaatssprookje zonder weerga. Wat is het leven mooi.

Zou het? Achter de façade van klatergoud en het sprookje van ‘de aanhouder wint’ schuilt een diepe depressie. Groothuis vertelt er pas ruim een jaar later over, in een interview met het blad NUsport. Om stil van te worden. Een in eigen ogen mislukt WK afstanden en een te duur gekocht huis zijn in 2011 aanleiding voor een zwarte zomer. Jankend op bed, angst voor een psychose. Bètablokkers en valium. „Ik heb de meest zwartgallige gedachtes gehad.” Een paar maanden later wereldkampioen? „Die zware depressie was veruit het belangrijkste dat jaar. Natuurlijk, ik werd ook wereldkampioen. Fantastisch. Maar er was ook een andere kant. Het is echt overleven geweest.”

Dit weekeinde raast de internationale schaatstop opnieuw over het wonderijs van Calgary, bij de eerste wereldbekerwedstrijden van dit olympische seizoen. Meer nog dan anders staat alles in het teken winnen, records, Sotsji. Groothuis, zaterdag actief op de duizend meter, wil er wel een kanttekening bij plaatsen. „Een van de belangrijkste dingen is dat topsport op een stereotype manier wordt geprofileerd in de media. Heb ik zelf ook aan meegedaan. Het is een spel waar je met z’n allen aan meedoet. Dat het alleen maar schone schijn moet zijn of zo. Je hebt gefaald of juist niet. Je bent de held of de schlemiel.”

Aan die schijnwereld van uitersten ging hij zelf bijna te gronde, analyseert Groothuis in de aanloop naar het seizoen in Toscane, waar hij onder ideale omstandigheden weer met volle teugen geniet van het topsportleven. „Voor veel topsporters hebben die extreme oordelen grote impact. Het is makkelijk om iemand knetterhard of te branden omdat hij geen goede sportprestatie levert. Maf eigenlijk. Iedereen doet zijn stinkende best, niemand die van tevoren denkt: ‘ik ga het eens even lekker verneuken op de Spelen’. Je hoeft je als sporter toch niet te schamen als het niet goed gaat? Het ís niet alleen maar mooi.”

Voor hemzelf was het ook daarom een logische keuze om uiteindelijk open te zijn over zijn depressie. „Ik wilde alles vertellen. Waarom het zo was vooral. Het heeft ook te maken met een soort afronding. Er waren zo veel mensen, zelfs dicht bij me, die er niet van afwisten. Alleen de aller-naasten wisten het. Terwijl ik toen dacht dat iedereen het wel zou zien. Ik was helemaal de kluts kwijt. Maar mensen hebben het niet door. ‘Slecht geslapen zeker’, vroegen ze. Het verbazingwekkende is dat ik na mijn verhaal veel reacties kreeg van mensen die hetzelfde hebben meegemaakt. Sommigen van heel dichtbij. En van hen had ik het ook nooit gedacht. Heel apart.”

Zeker in de topsport is het taboe groot. Depressies, eetstoornissen, het zwarte gat na een carrière. Wie durft er open over te zijn? „Na mijn verhaal kwamen ook van collega’s veel reacties. Dan blijkt dat heel veel sporters met problemen kampen waarmee ze niet naar buiten komen. Er zijn ook maar weinig sporters die het doen zoals Sven Kramer. Vanaf je negentiende alles naar binnen trekken. Bam, bam, bam. Altijd winnen. De meesten hebben onderweg tegenslagen.”

Topsporters zijn gevoelig voor extremen, stelt Groothuis. „Je zit best wel anders in elkaar dan ‘normale’ mensen. Al komen depressies in het normale leven ook vaker voor dan je denkt. Maar topsport heeft iets manisch. Daar heb ik met mensen over gesproken, onder meer met iemand die vrij hoog heeft geschaakt. Daar schijnt het helemaal vaak voor te komen. Het manische en het depressieve liggen heel dicht bij elkaar. Ik weet niet of het uitmaakt hoe zwaar de sport is. Je hebt hormonale invloeden door de fysieke inspanning. Maar vooral het omgaan met tegenslagen. Dat is een enorme factor in de sport.”

Zijn wereldtitel van 2012 gold toch als ultiem bewijs dat hij juist ijzersterk was in afrekenen met tegenslagen? „Zeker, dat was ook het gekke. Maar je voelt zo’n depressie gewoon niet aankomen. Je bent gewoon gewend om je elke keer te herpakken. What the fuck, volgende week gaan we weer! Alleen die klappen zijn zo groot. Dat kan niet iedereen zich voorstellen denk ik. En uiteindelijk heeft de manier waarop het mis ging, na het kopen van een huis, niet eens iets met sport te maken.”

Groothuis gaat even verzitten, zoekt een vergelijking. „Mijn vrouw Ester en ik hebben twee kinderen. Mensen die een kind verliezen kun je niet uitleggen dat ik het als topsporter zo erg had. Wat zij meemaken is zo onvoorstelbaar veel erger. Alleen, en dat is heel gevaarlijk om te zeggen, ervaar je als topsporter jouw tegenslag net zo extreem. Het klinkt misschien gek, maar dat is wat het met je doet, die sport en het doel waar je naar toe werkt. Dan lukt het niet, en weer niet, en weer niet. Ik werd er letterlijk ziek van. Toch herpak je jezelf. Volgende wedstrijd, volgend seizoen. Maar die pieken stapelen zich onbewust op. Dat wordt zo’n bak frustratie. Die moet er een keer uit.”

Met steun van zijn vrouw en enkele naasten krabbelde hij vanaf 2012 langzaam op. „Ik ben ook met psychologen bezig geweest. De emoties moesten op een of andere manier weg. Die stapeling van frustraties is aan de ene kant wel lang goed om vol gas te blijven gaan. Maar je moet niet over een bepaalde drempel heen. Het moet niet meer zo pijnlijk worden dat je helemaal het einde niet ziet of de weg kwijt raakt. Voor mezelf zoek ik het in de relativering.”

Is Sotsji zijn laatste kans op olympisch succes? „Ik heb twee keer de Spelen gedaan. De ene keer ging ik bijna op m’n bek in de bocht, de tweede keer werd ik vlak van tevoren ziek. Dat heb je gewoon niet in de hand. Aan de ene kant telt maar één ding: vol gas. Aan de andere kant moet je intussen weten dat je niet alles in de hand hebt. Dat zijn twee dingen die door elkaar lopen. Niet helemaal doordraaien, dat is misschien het belangrijkste. Of misschien? Dat weet ik eigenlijk wel zeker.”

Dus accepteerde hij vorig seizoen mindere prestaties door een hardnekkig virus. Eenvoudig genieten met familie van winst bij de NK sprint. „Ik wil alles beredeneren wat ik doe. Alleen moet je op een gegeven moment maar beredeneren dat het allemaal zo complex in elkaar zit dat je er niet echt een goede verklaring voor kunt geven. Pas dan kom je tot het echte loslaten. Daar is een boel frustratie voor nodig geweest. Sport blijft ongrijpbaar.”

En nog altijd zo fascinerend dat Groothuis zich er ook dit weekeinde in Calgary weer met ziel en zaligheid op stort. „Na dit krijg je veel meer interviewverzoeken dan wanneer je wereldkampioen wordt. Die heb ik bijna allemaal afgezegd. Niet omdat ik er niet over wil of kan praten. Maar ik wil mezelf niet alleen maar neerzetten als dit verhaal. Nu ben ik gewoon positief ingesteld, met soms nog kleine piekjes en dalen. Maar ik heb mijn leven op de rit, ben stabiel en lekker met mijn sport bezig.”