‘Af en toe stuurde ik hem naar zijn kamer’

„Het was 1979 en hij stond met zijn band op een feestje waar ik rondliep. Ik vond dat hij zo mooi speelde. Ik viel dus allereerst op zijn saxofoon, maar achter die saxofoon bleek een leuke vent te zitten.

„De volgende dag liep ik hem zomaar tegen het lijf in een kroeg. We dronken Belgisch bier en raakten aangeschoten. Hij ging met me mee naar huis en is dezelfde dag nog bij me blijven wonen.

„Ik viel op zijn gekheid. Zijn manier van leven was mijlenver verwijderd van de negen tot vijf mentaliteit op kantoor die mij mijn strot uitkwam. Ik belandde via hem in de muziekwereld, ik was zelfs een tijdlang manager van zijn band.

„In 1984 werd onze dochter Marcella geboren en toen kreeg ik er moeite mee dat Niko’s hoofd eigenlijk alleen maar naar muziek stond. Ik wilde over de opvoeding praten, maar dat ging niet. Hij vond school onzin. Consequent zijn tegenover Marcella was er ook niet bij. Dat was niet makkelijk.

„Al die tijd dat we samen waren, zorgde ik ervoor dat hij een eigen kamer aanhield. Daar gaf hij les, maar het was ook een plek waar ik hem naar toe stuurde als hij het te bont maakte. Twee keer had hij een vriendin, en ik kreeg op een gegeven moment ook een vriend. Maar ondanks alles bleven we van elkaar houden. En hij kwam altijd weer bij me terug.

„Na veertien jaar kregen de irritaties de overhand. We bleven maar ruzie maken, en ik vond het zielig voor Marcella. We besloten toen als vrienden uit elkaar te gaan. Niet veel later kwam hij bij me om raad: hij had via een advertentie een vrouw ontmoet. Ik zei: ‘Geef het een kans’. Inmiddels is hij met haar getrouwd.

„Ik houd nog steeds heel veel van Niko en ik hou ook van zijn vrouw. Ikzelf ben single. Ik heb het wel geprobeerd met andere mannen, maar iemand zoals Niko, die vind je niet zo snel.”

Renate van der Zee