‘80 procent van de hoogbegaafden niet naar universiteit’

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

Illustratie Robin Héman

De aanleiding

Universiteiten zijn minigemeenschappen die bevolkt worden door ’s lands slimsten. De begiftigde elite met de hoogste IQ-scores. Kien, schrander en scherp.

Toch?

Dat valt tegen. Van de superslimmen in Nederland, de hoogbegaafden, bereikt 80 procent nooit het hoogst mogelijke onderwijsniveau. Dat viel donderdag in ieder geval te lezen in een artikel in het Algemeen Dagblad. Dat zou komen doordat hoogbegaafde leerlingen op scholen onvoldoende begeleid worden – ze zijn dan wel slim, maar ook snel verveeld of afgeleid. En dus komen ze niet zelden in de problemen. Iets waar nu door speciale aandacht voor hoogbegaafde kinderen langzaam verandering in komt.

Een vijfde van de slimste jonge mensen bereikt nu dus maar de universiteit. Dat is bijzonder weinig. Zó weinig, dat de redactie van nrc.next zich afvroeg: klopt dat eigenlijk wel?

Nou?

De ene slimmerik is de andere niet. Bijdehand is niet hetzelfde als intelligent. Vlug niet hetzelfde als briljant. Wanneer is iemand precies hoogbegaafd?

We bellen met het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek (CBO) van de Radboud Universiteit in Nijmegen, het enige wetenschappelijke instituut dat zich met het onderwerp bezighoudt. „Een officiële definitie van hoogbegaafdheid bestaat niet”, zegt Lianne Hoogeveen, hoofd van het CBO. Een officieuze definitie is er wel. Mensen met een IQ-score hoger dan 130 punten zijn hoogbegaafd. Een IQ van 100 is gemiddeld. „Maar dat is geen wetenschappelijke norm”, zegt Hoogeveen.

In het artikel in het Algemeen Dagblad wordt het percentage aan niemand toegeschreven. Navraag bij de krant leert dat de genoemde 80 procent afkomstig is van Novilo, een organisatie die scholen adviseert bij het opzetten van lesprogramma’s voor hoogbegaafden. „Dat getal is verkeerd in de krant beland”, zegt Roland Louwerse van Novilo. „Ik bedoelde dat 80 procent van de hoogbegaafden geen universitaire studie áfmaakt.” Het percentage dat een studie begínt ligt waarschijnlijk hoger, zegt hij, maar niet iedereen maakt die ook af.

Gevraagd naar de bron van het percentage, zegt Louwerse niet precies te weten waar de informatie vandaan komt. Dat blijkt uit onderzoek, zegt hij. Maar welk onderzoek, dat weet hij niet meer precies.

Op internet circuleren verschillende getallen over het aantal hoogbegaafden dat de universiteit bereikt. De genoemde verhouding 80 procent niet tegen 20 procent wel wordt inderdaad meermaals genoemd. Ook de verhouding 84 procent tegen 16 procent komt voor. Alleen: nergens wordt verwezen naar een officiële, wetenschappelijke bron.

Volgens Lianne Hoogeveen van het CBO is het ook onmogelijk om vast te stellen welk aandeel van de hoogbegaafde populatie de universiteit haalt, vanwege die niet-bestaande definitie van hoogbegaafdheid. Maar zelfs als je dat IQ van 130 wél als uitgangspunt neemt, blijft een schatting lastig. „Van de meeste mensen is niet eens bekend hoe hoog hun IQ is”, zegt ze. Die 80 procent klinkt Hoogeveen dan ook „arbitrair” in de oren.

Conclusie

Maar een klein deel van de slimste mensen gaat naar de universiteit. Van alle hoogbegaafden belandt 80 procent daar nooit, zo viel afgelopen donderdag te lezen in het Algemeen Dagblad.

Het percentage blijkt afkomstig van Novilo, een organisatie die zich bezighoudt met onderwijs voor hoogbegaafden. De organisatie laat weten dat de 80 procent afkomstig is uit onderzoek, maar kan niet vertellen uit wélk onderzoek dan precies. Het wetenschappelijke Centrum voor Begaafdheidsonderzoek van de Radboud Universiteit laat weten zulk onderzoek niet te kennen.

Sterker nog, volgens het CBO is het onmogelijk dergelijk onderzoek überhaupt uit te voeren, omdat een officiële definitie van het begrip hoogbegaafdheid niet bestaat. Wij beoordelen deze stelling daarom als ongefundeerd.