Wat valt er te winnen met Tourstart?

Na jaren van lobbyen heeft Utrecht eindelijk de Tourstart weten binnen te halen. Internationale wielerevenementen geven gaststeden de kans om zich te tonen aan miljoenen tv-kijkers in de hele wereld. En dat mag best wat kosten.

Wat iedereen eigenlijk al wist, is vanochtend vanuit Parijs bevestigd: de Tour de France van 2015 start in Utrecht. Wat de doorslag zou hebben gegeven, is dat Utrecht zich heeft geprofileerd als fietsstad bij uitstek. Met de Tourstart in Utrecht is het al de vierde keer in zes jaar tijd dat een van de drie grote wielerrondes Nederland aandoet.

In Utrecht zal de Tour waarschijnlijk twee dagen de stad op zijn kop zetten, maar ook in dorpjes kan een ronde grote indruk maken. In het Gronings-Drentse Zandberg hebben ze het nog steeds over de Giro d’Italia van 2002, die hooguit tien seconden door het dorp raasde. Het gehucht onthulde anderhalf jaar geleden zelfs een herinneringsbord, precies tien jaar na de doorkomst – met officiële tussensprint ‘op Zandbergia’.

De start van de Vuelta (Assen 2009), de Ronde van Italië (Amsterdam 2010), de Tour de France (Rotterdam 2010): risico’s van tekorten dreigt altijd, maar de bevolking houdt wel van een wielerfeestje. In Drenthe liep de komst van het Spaanse wielercircus uit op een waar volksfestijn: carnaval tussen de hunebedden. Gemeenten en provincie zetten zich een weekend op de wereldkaart.

Toch rest uiteindelijk de kille vraag: wat levert zo’n evenement op? De economische invloed op de lange termijn laat zich moeilijk berekenen: een beter imago, grotere bekendheid in het buitenland, meer toeristen, nieuwe investeerders?

„De gemeente wil de stad voor buitenstaanders zichtbaar maken”, zei de toenmalige burgemeester van Groningen, Jacques Wallage, in 2002 in deze krant, kort voor de start van de Ronde van Italië. De komst van het roze circus kostte de stad bijna een miljoen euro, op een begroting van ruim drie miljoen. Het verlies voor de stad bedroeg uiteindelijk vier ton. ‘Gironingen’ dacht in de jaren die volgden wel meer Italiaanse toeristen te begroeten.

Ook de organisatie van Le Grand Départ van de Tour de France in Den Bosch (1996) claimde destijds dat de toeristische spin-off nog jarenlang merkbaar was in de stad. Maar de cijfers gaven een minder rooskleurig beeld: een half jaar na de Tour bleek dat de begroting, die al rekening hield met een verlies van 200.000 gulden, met 1,1 miljoen gulden (een half miljoen euro) was overschreden. Maar, zei burgemeester Ton Rombouts destijds: „Het was het dubbel en dwars waard.” Alleen al wegens de vele minuten televisieaandacht voor Bois-le-Duc.

In Leiden (1978) bewaren ze minder fraaie herinneringen aan de Tourstart. Organisatorisch was het een chaos, mede door een hersenbloeding van organisator Joop Riethoven. Door de regen werd ook nog eens de uitslag van de proloog geschrapt.

Over de Vuelta a España van 2009, die van start ging op het TT-circuit van Assen, niets dan lof. Tienduizenden toeschouwers stonden langs de wegen. Volgens economische onderzoeken was het ook een financieel succes. De wielerronde, destijds door wijlen wielerfan en commissaris van de koningin Relus ter Beek naar Drenthe gehaald – bracht de provincie in één weekend 5,3 miljoen euro op aan overnachtingen, vervoer, horeca en detailhandel.

Ook de waardering van de Vuelta door bezoekers, omwonenden en deelnemers was hoog: in de gemeente Assen werd een score van 7,9 gemeld, in de hele provincie lag het rapportcijfer zelfs op 8,1.

Dat de Ronde van Spanje in 2015 zou terugkeren in Drenthe leek daarom een abc’tje: de provincie had er zelfs al 600.000 euro voor gereserveerd. Maar een jaar geleden besloot de fietsprovincie af te zien van het evenement - mede vanwege het geld.

Volgens gedeputeerde Ard van der Tuuk (PvdA) werd Drenthe geconfronteerd met dusdanig hoge bezuinigingen vanuit het Rijk dat het niet meer verantwoord was zes ton vrij te maken voor een wielerronde. Dat had ook te maken met de negatieve beeldvorming rond het wielrennen, voegde de provincie eraan toe: de dopingschandalen in de nasleep van de ontmaskering van Lance Armstrong.

Amsterdam had evenmin te klagen over aandacht bij de proloog van de Giro d’Italia in 2010. De ronde leverde ruim 10 miljoen euro aan extra bestedingen op in Amsterdam, waar gerekend was op 25 miljoen euro aan extra inkomsten. De gemeente bleef wel binnen de begrote uitgaven van 3,4 miljoen euro.

Hoewel het aantal bezoekers (200.000) wat tegenviel, was de Giro volgens wethouder Carolien Gehrels wel geslaagd. „Dit is goed voor onze reputatie als stad. Ik zou er zo weer in investeren.”

Twee maanden later ging de Tour de France van start in Rotterdam. Elke euro komt in drievoud terug bij de populairste wielerronde op aarde, stelde de gemeente destijds. Die prognose bleek juist: Rotterdam verdiende volgens een onderzoek 33,3 miljoen euro aan de Tourstart, waar 13 miljoen euro was uitgegeven voor de komst van de etappekoers. De start trok in Rotterdam bijna 900.000 mensen.

Met de Tour zit Utrecht in principe goed. De historie leert dat een stad met de komst van de Tour de France, dankzij het onovertroffen ‘merk’, de grootste kans maakt op een gunstige eindbalans.