Uit haat voor het eigen talent

Twee jongetjes vreten iets uit met hun buurmeisje en worden daarover tijdens het zondagse middagmaal door hun vader aan de tand gevoeld. Ze ontkennen alles, krijgen hun bord opnieuw opgeschept met vlees en aardappelen en moeten het allemaal opeten. Nog meer ontkenningen, nog meer eten. Tot ze zelfs het laatste opgeschept krijgen dat nog in de pan is achtergebleven: de ogen van hun lievelingskat.

De Portugese schrijver João Ricardo Pedro schrikt in zijn debuutroman Jouw gezicht zal het laatste zijn niet terug voor stevige effecten. Daar is alle reden voor. Het boek beschrijft de treurige geschiedenis van de Portugese dictatuur, waaraan in 1974 met de Anjerrevolutie een einde kwam. Op de achtergrond staat de wrede koloniale oorlog in Afrika die de val van het regime zou inluiden.

De spil van het verhaal wordt gevormd door drie generaties van de familie Mendes. Er is grootvader Augusto die zich in de jaren twintig, bij het begin van de dictatuur, als arts vestigt in een afgelegen gehucht zonder noemenswaardige voorzieningen. Zoon Antonio komt als soldaat uit Angola terug met een post-traumatisch stress-syndroom. En kleinzoon Duarte leert hemels pianospelen, maar zweert ‘uit haat jegens zijn talent’ en geschokt door de moord op de verslaafde hartsvriend eerst Beethoven en dan de hele muziek af.

Pedro vertelt zijn verhaal in korte hoofdstukjes, waarvan de onderlinge samenhang lang onduidelijk blijft en waarvan niet alle raadsels worden opgelost. Hij heeft er kennelijk geen boodschap aan ‘de kleinzielige nieuwsgierigheid van de lezer te willen bevredigen’, zoals hij aan het eind één van zijn personages laat zeggen. Jouw gezicht zal het laatste zijn is een puzzel waarvan niet alle stukken precies in elkaar passen en er bovendien heel wat ontbreken – zoals dat in levensverhalen nu eenmaal gaat.

Sterker nog: wanneer Pedro tegen het slot de verschillende verhaallijnen met elkaar probeert te verknopen, krijgt de roman iets kunstmatigs. Plots schemert het grondplan van de intrige door de caleidoscopische rijkdom aan verhaalflitsen door. Die onevenwichtigheid is misschien simpelweg een kwestie van gebrek aan ervaring. Toen João Ricardo Pedro met dit boek debuteerde, was hij al bijna veertig jaar oud, met een door de economische crisis geknakte carrière als telecommunicatie-ingenieur achter zich.

In Portugal werd het boek ontvangen als de belofte van een nieuwe grote stem in de literatuur, en intussen is ook de internationale opmars ervan op gang gekomen. Op zijn beste momenten heeft Jouw gezicht zal het laatste zijn inderdaad een compromisloze overtuigingskracht. Mensen zijn hard voor elkaar – en voor zichzelf: daar windt Pedro geen doekjes om.

Maar tegenover die aangrijpende scènes staan (vooral in het middendeel) krachtelozere episoden, waarvan het bestaansrecht niet duidelijk wordt. Pedro’s sterke, kale stijl wordt iets te vaak doorbroken door opsommingen en herhalingen waarin je een schrijverstic of -trucje gaat vermoeden. Net als bij de geforceerde afronding van de plot wil de schrijver daarin iets te gretig ‘literair’ zijn, in plaats van te vertrouwen op zijn eigen indrukwekkende vertellersstem.

Toch zou het met João Ricardo Pedro nog best wat kunnen worden in de Portugese letteren. Zijn talent is onmiskenbaar en plaats is er genoeg. António Lobo Antunes heeft indringender geschreven over de koloniale oorlog, maar is in zijn stijlexperimenten steeds ondoorgrondelijker geworden. José Saramago wist een scherper licht te werpen op elementaire kwesties van moraal en politie, maar verviel in een overdreven zoetelijke humanisme. En een recente belofte als Gonçalo M. Tavares wist de Portugese literatuur los te weken uit haar fixatie op het traumatische verleden, maar slaat nog iets te wild om zich heen.

Een meesterproef is Pedro’s debuutroman nog niet. Zijn greep op het verhaal overtuigt minder dan die van Jesús Carrasco, die zich aan gene zijde van de grens, met De vlucht vrijwel tegelijkertijd ontpopte als een belofte voor de Spaanse letteren. Maar debuten zijn wispelturige dingen, vooral wanneer hun internationaal succes te beurt valt. Ze kunnen de opmaat vormen voor een imposant oeuvre. Maar of ze beklijven, weten we bij beide schrijvers pas over een boek of twee.

João Ricardo Pedro treedt zaterdag 16 november op in Den Haag