Column

Sound of freedom

Sinds de hoogtijdagen van de Watergeuzen, Frederik-Hendrik de Stedendwinger, Piet Hein en Michiel de Ruyter is de Nederlandse krijgsmacht toch eigenlijk vooral een deerniswekkend lachertje geweest. Toen de Belgen tegen ons in opstand kwamen en zich wilden afscheiden, stuurden we een strafexpeditie waarvan de Leidse Studenten Weerbaarheidsvereniging met haar potsierlijke vaandels en Latijnse drinkliederen nog de best geoutilleerde eenheid vormde. Na een paar schermutselingen trokken we ons met de staart tussen de benen terug achter de Moerdijk. Toen Hitler in 1940 zo stout was om onze neutraliteit te schenden, gingen we de Duitse tanks tegemoet met karabijnen uit de Boerenoorlog en een fanfare op de fiets. Onze meest moderne verdedigingsstrategie was de Hollandse Waterlinie. De militaire inlichtingendienst had kennelijk niet weten te achterhalen dat de Duitsers vliegtuigen hadden.

Toen we in 1995 de opdracht hadden om de enclave Srebrenica te beschermen tegen de Serviërs, gaven we ons onmiddellijk over zodra de Serviërs echt begonnen te schieten. Daar waren onze moedige soldaten kennelijk niet op getraind. „Don’t shoot the piano player”, smeekte hun onverzettelijke commandant en hij dronk een glaasje met Mladic om te toasten op de opluchting dat het allemaal zo goed was afgelopen met het Nederlandse verzet tegen de Serviërs. Daarna hebben we nog een schooltje gebouwd en twee waterputten geslagen in Uruzgan en heel heldhaftig in Kunduz politieagenten getraind om verkeersboetes uit te schrijven.

Maar vanaf eergisteren zal alles anders worden. In één klap zijn alle schandvlekken weggewist. De wereld zal weer sidderen voor het Nederlandse leger. Want eergisteren hebben we dan toch, ten langen leste, besloten om vier nieuwe vliegtuigen te kopen.

Nou ja, daar loop ik natuurlijk een beetje te hard van stapel. We hebben ze besteld. Want ze doen het nog niet. Maar in ieder geval hebben we, anders dan de NS bij de Fyra, voor de zekerheid gekozen voor veruit de prijzigste offerte. Dus dat gaat zeker goed komen.

Je vraagt je bijna af waarom er eergisteren nog zo lang over gedebatteerd moest worden. Dat kwam doordat de PvdA nog een paar puntjes van zorg had. En weet je wat het voornaamste was? Je gelooft het niet. Geluidsoverlast. Truttiger kan bijna niet. Zo wordt het natuurlijk nooit wat met het afschrikwekkende Nederlandse leger. Denk je dat de Staten-Generaal, toen Frederik-Hendrik honderden kanonnen liet gieten om de Spaanse scharen te stutten, zich zorgen hebben gemaakt over mogelijke geluidsoverlast voor de inwoners van de belegerde steden?

Maar toen de minister zei dat er uiteraard rekening zou worden gehouden met de geluidscontouren, was de PvdA om. „Je kunt het geluid ook zien als de sound of freedom”, zei de minister. Dat is tenminste duidelijke taal. Onze vrijheid wordt bewaakt door het zichtbare geluid van vier straalmotoren. We kunnen rustig slapen.