Revolutie? Nee, coöperatie!

Komiek Russell Brand roept op tot revolutie. Maar wat staat ons dan te doen? Voor echte alternatieven moeten we samenwerken, betoogt Evelijn Martinius.

Russell Brand in de film Get Him to the Greek (2010). Brand is een Britse komiek, acteur, columnist en presentator. foto UPIAldous

‘Total revolution of our entire social, political, economic system is what interests me, but that’s not on the ballot.’ Komediant Russell Brand was onlangs gastredacteur bij New Statesman, een Brits magazine over politiek en actualiteit. In deze editie riep Brand op tot ‘total revolution’, gesteund door bijdragen van onder anderen de journalisten Paul Mason en Naomi Klein. De schuldencrisis heeft ruimte gemaakt voor het heroverwegen van ons economisch systeem. Russell Brand liet in een interview met Jeremy Paxman in BBC Newsnight merken hoezeer hij het vertrouwen in dat systeem heeft verloren. De interviewer vroeg naar Brands stemgedrag (hij stemt niet) en zijn motivatie voor een revolutie.

Stuiterend in zijn stoel schreeuwt Brand tegen Paxman over een nieuwe sociale orde. Hij pleit voor een systeem waarin de wereld niet ten onder gaat aan uitbuiting, waarin er minder ongelijkheid is en politici niet alleen de grote bedrijven en investeerders behagen. De revolutie die Brand predikt ziet hij voortkomen uit een steeds grotere kritische maatschappij die geen gehoor krijgt bij de apathische politici. Maar hoe gepassioneerd Brand ook tekeergaat, Paxman raakt niet overtuigd. Hij dringt aan bij Brand: hoe moet die nieuwe wereld er dan uitzien? Op die vraag komt geen concreet antwoord, maar opnieuw een hartstochtelijke wens: oprechte alternatieven. Alternatieven die de wereld niet ten onder doen gaan, maar mens en natuur weer bij elkaar brengen.

Zelf doen

Omdat uitspraken als ‘een oprechte wereld’ voor Paxman te weinig concreet zijn kan hij Brand nauwelijks serieus nemen. Een sentiment dat velen zullen herkennen. Maar waarom zo sceptisch? Waar Brand op doelt is dat het mogelijk moet zijn om in ieder geval in je eigen omgeving het roer om te gooien.

Er zijn inderdaad voorbeelden van mensen die hun zelfstandigheid hebben hervonden. Zij zijn niet afhankelijk van een economische crisis. Zij maken zelf werk, verbouwen een courgette, breien een warme trui. Ze hebben niemand nodig om zich aan de collectieve misère te onttrekken. In de Tegenlicht-documentaire ‘Mensen van nu’ zien we jongeren die de arbeidsmarkt betreden in tijden van crisis. Zij gaan die crisis niet te lijf met protestborden, maar met de herontdekking van oude ambachten en romantische moestuintaferelen. Zo leidt Petra zichzelf via YouTube op tot barbier en maken we kennis met Robin. Hij is net vader geworden en voedt zijn gezin met de groentes die hij op straat vindt.

Oprechte alternatieven

Maar er is een probleem met deze vorm van ‘zelf doen’. Deze initiatieven breken namelijk niet met de neoliberale eigenschap die ten grondslag lag aan de financiële crisis: het individualisme. In dit opzicht lijken de kleinschalige ondernemers op de mensen in de financiële sector die medeverantwoordelijk zijn voor de crisis. Ook deze zakenlieden zijn voornamelijk met zichzelf bezig. Zowel bankiers als de ‘mensen van nu’ trekken zich terug in hun eigen wereld. Zonder het belang van een individu te willen onderschatten: op deze manier blijven wij in dezelfde eenzame systemen gevangen.

De ware uitdaging is niet alleen om onze economie weer te herstellen, maar vooral ook om een einde te maken aan dit wereldvreemde individualisme. En daar is samenwerking voor nodig.

Interessant in dit opzicht is de terugkeer van de coöperatie. Dat is een onafhankelijke onderneming waarbij de gebruikers ook eigenaar en bestuurder zijn. In de ouderparticiperende kinderopvang ‘de Oase’ uit Utrecht wisselen ouders elkaar bijvoorbeeld af op de vloer: iedereen neemt een dag(deel) de opvang voor zijn rekening. Dit maakt de opvang goedkoper maar ook persoonlijker: iedereen werkt mee aan de opvang voor zijn kinderen. Of neem De Windvogel, een coöperatieve vereniging van mensen die gezamenlijk duurzame (wind)energie produceren. De Windvogel heeft zes windmolens; de ruim 3.000 leden gebruiken de stroom die hiermee wordt opgewekt. Een derde voorbeeld is het Broodfonds, een arbeidsongeschiktheidsvoorziening voor zelfstandige ondernemers. De deelnemers aan een Broodfonds voorzien in elkaars eerste levensonderhoud als een van de leden een tijd niet kan werken.

Uit gesprekken met verschillende initiatiefnemers blijkt dat een coöperatie een prima businessmodel is voor wie het heft in eigen handen wil nemen. En niet alleen initiatiefnemers blijken baat te hebben bij de opzet van hun bedrijf, ook de klandizie voelt zich aangetrokken door de wendbaarheid en kleinschaligheid van een coöperatie.

Russell Brand roept op tot oprechte alternatieven. Deze ontstaan gelukkig al op allerlei plekken. Echt veranderen doen we pas wanneer we langdurig in die alternatieven investeren; wanneer we de moeite nemen samen te werken. De essentie is dat ‘eendracht kleine dingen doet bloeien’. Maar daarvoor zal eerst de spotlight op het individu moeten sneuvelen.

Het Amsterdamse debatcentrum De Balie organiseert 20 november een avond waarin initiatiefnemers van nieuwe coöperatieven met elkaar in gesprek gaan. Bezoekers mogen de sprekers ook ondervragen. Zie voor meer informatie www.debalie.nl.