Prestaties allochtone student blijven achter bij autochtone

Het aantal allochtone studenten op universiteit en hbo is verdubbeld. Maar ze slagen minder vaak.

De verschillen in studieprestaties tussen autochtone studenten en studenten van niet-westerse afkomst zijn toegenomen. Dit ondanks een extra investering van het ministerie van Onderwijs. Dat blijkt uit een evaluatie van het Expertisecentrum Diversiteit Echo die vandaag wordt gepubliceerd.

Het aantal allochtone studenten is de afgelopen vijftien jaar ruim verdubbeld, maar zij ronden hun studie minder vaak met succes af dan autochtonen. Het ministerie gaf vanaf 2008 extra geld aan de universiteiten en hbo-instellingen in de vier grote steden om dit te veranderen. Het hbo kreeg verspreid over vier jaar 40 miljoen euro; de universiteiten alleen in 2011 3,2 miljoen. De subsidie hield op in 2011 omdat het ‘doelgroepenbeleid’ werd afgeschaft.

In de jaren dat subsidie werd verstrekt daalde op de deelnemende hbo-instellingen het aantal studenten van niet-westerse afkomst dat een bachelordiploma haalde van 38 naar 33 procent. Voor autochtone studenten daalde dit percentage ook, maar minder snel, van 54 naar 51 procent. Onder studenten die één of twee jaar langer over de studie deden was het verschil kleiner. In de Randstad nam het verschil tussen beide groepen iets af, daarbuiten nam het juist toe. Op de Universiteit Utrecht presteerden studenten van niet-westerse afkomst het best, op de Vrije Universiteit het slechtst.

In 2011, het meest recente jaar waarvan cijfers bekend zijn, studeerden 14.810 jongeren van niet-westerse afkomst aan de hogescholen en 3.835 aan de universiteiten. Het aantal groeit nog steeds.

De Universiteit Leiden heeft deze week als eerste een diversity officer benoemd om het studiesucces van allochtone studenten te vergroten.