Persoonlijke zorg als recht

Hoeveel polonaise kan een lijf verdragen? Misschien is dat wel de hamvraag in het conflict dat is uitgebroken tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, PvdA). Inzet is de vraag wie vanaf 2015 de persoonlijke verzorging van hulpbehoevenden die thuis wonen voor zijn rekening mag nemen. De gemeente of een wijkverpleegkundige die via de zorgverzekering wordt betaald.

Het kabinet koos eerst voor de gemeente. In het regeerakkoord van 2012 en in een brief van Van Rijn van april dit jaar. Maar deze week ging de staatssecretaris om; dat zat er al een tijdje aan te komen. Hij kiest ervoor om verzorging en verpleging in één hand te houden. Praktisch gesproken: de hulpverlener die de cliënt komt wassen, mag ook lichte medische handelingen verrichten.

De VNG staat op haar achterste benen. Op 18 september schortte de vereniging het overleg met de staatssecretaris over de decentralisatie van de zorg al op. Gevolgd, afgelopen woensdag, door de mededeling dat de VNG haar medewerking hieraan uitstelt tot zij, eind deze maand, haar leden heeft geraadpleegd. In een brief aan Van Rijn sprak zij namens de gemeenten haar „verbijstering” uit.

De irritatie van de gemeentekoepel is te begrijpen. Het kabinet heeft verwachtingen gewekt, die het nu niet waarmaakt. De gemeenten zien hun takenpakket verkleind én 2 van de 6 miljard die bij de overheveling van de zorgtaken in hun kas zouden stromen, aan hun neus voorbijgaan.

Maar het kabinet is niet verplicht zich aan zijn eigen regeerakkoord te houden. Dat is niet meer en niet minder dan een opsomming van voornemens. De grote lijn waar het hier omgaat, een drastische beperking van de uitgaven die onder de uit de hand gelopen AWBZ vielen, verandert niet. De wijziging waartoe Van Rijn heeft besloten, komt laat, nu zijn wetsvoorstel al bij de Raad van State ligt. Bestuurlijk is dat niet fraai, maar overigens kan natuurlijk ook het parlement nog wijzigingen aanbrengen in zijn plannen.

Dat is lastig voor gemeenten die voorbereidende werkzaamheden in onzekerheid en soms voor niets verrichten. En het is waar dat bij het kabinet, bij de Rijksoverheid, te weinig begrip bestaat voor de organisatorische problemen waarin zij gemeenten soms brengen.

Maar bezie het besluit over de thuisverzorging nu eens niet vanuit bestuurlijke overwegingen, maar vanuit de cliënt. Van Rijn kwam tot zijn koerswijziging na overleg met cliëntenorganisaties en beroepsverenigingen. Het gevolg is dat noodzakelijke persoonlijke zorg een verzekerd recht wordt en niet een onzekere voorziening. En dat de cliënt één hulpverlener over de vloer krijgt die hem/haar wast en ook de wonden verzorgt. Dat is genoeg polonaise.