Performer

Vijf jaar Obama – we zijn er niet helemaal gelukkig van geworden, maar dat worden we toch nooit, wat er ook gebeurt. Desondanks ben ik nog altijd blij dat hij daar zit. Nog altijd mag ik graag naar hem luisteren, nog altijd geeft hij mij het prettige gevoel dat de machtigste man van de wereld een fatsoenlijke man is. Dat gevoel heb ik niet bij al zijn voorgangers gehad.

Toen hij eenmaal in het Witte Huis zat, bleek hij ook een méns te zijn, met alle tekortkomingen van dien. Dat hadden al die mensen kunnen weten, die hem vijf jaar eerder als de Verlosser binnenhaalden. Echte Verlossers zijn nu eenmaal dungezaaid. Voorzover ik heb kunnen nagaan waren het er tot dusver in de wereldgeschiedenis maar twee: Jezus Christus (als hij bestaan heeft) en Johan Cruijff (alleen voor Nederland). Het is heus geen toeval dat zij dezelfde initialen hebben.

Obama komt wel enigszins bij hen in de buurt, want uiteindelijk heeft hij zijn land (en daarmee ook ons) verlost van Irak, Afghanistan en Bin Laden – geen slecht rijtje. Ook Amerikaanse homo’s heeft hij verlost, al is de vraag of dat het juiste woord is in combinatie met het instituut huwelijk, maar dat moeten de jongens maar zelf uitzoeken.

Eigenlijk is het wel goed dat de afgelopen vijf jaar ook de zwakke kanten van Obama aan het licht zijn getreden. Hij kwam daardoor nader tot ons. Afluisteren, bijvoorbeeld, doen we allemaal graag; ik ken columisten die er hun brood mee verdienen. En wie legt niet gretig zijn oor te luisteren aan een glas tegen de muur als hij weet dat aan de andere kant koningin Máxima haar geheime minnaar ontvangt?

Ook het breken van beloften, wat Obama vaak wordt verweten, is voor de normale mens dagelijkse praktijk. Ja, Obama heeft Guantánamo Bay opengehouden, hoewel hij ons bezworen had het te zullen sluiten. Dat is niet goed van hem, maar vergeleken met het ja-nee-ja-nee-ja-nee-njá van de PvdA in de JSF-kwestie is het een vergeeflijke aarzeling. Per slot van rekening heeft Obama reden genoeg om een nieuwe Bin Laden te vrezen, terwijl Diederik Samsom alleen maar bang hoeft te zijn voor Mark Rutte.

Wij mogen dan soms teleurgesteld zijn in Obama, nooit vragen we ons af of Obama ook teleurgesteld is in ons en vooral: in zijn vak. Het zou mij niets verbazen.

In Amerika wordt Obama stelselmatig tegengewerkt door de zogeheten Tea Party, een soort PVV in het groot, met navenante mafkezen. Ze noemen Obama een fascist en zetten een hakenkruis op hun spandoeken. Het is alsof je Hitler hoort zeggen dat Churchill een nazi was.

Dezer dagen las ik in New York Magazine een voorpublicatie uit een boek over Obama: Double Down. De journalisten volgden Obama tijdens zijn verkiezingscampagne tegen Romney. Obama leek die dagen in de war. Hij verprutste het eerste debat en twijfelde over zijn houding in het tweede.

Hij wilde het liefst écht discussiëren met Romney, vertelde hij zijn assistenten, maar zij vonden dat hij vooral performer moest zijn die een theaterstukje opvoerde. Hij mocht niet meer omslachtig redeneren, hij moest scoren. „Ik ben linkshandig”, zei hij, „het is alsof jullie willen dat ik rechtshandig schrijf.” Hij had geen andere keus, vonden ze. Obama gehoorzaamde, hij paste zich aan – en won dat tweede debat.

Maar ik hoor in zijn woorden de teleurstelling, misschien zelfs de afkeer, van iemand die meer had verwacht van zijn vak.