Papaverrode klaprozen op miljoenen Britse borsten

De Britten herdenken 11 november, de dag dat de Eerste Wereldoorlog eindigde, hun doden. Met miljoenen klaprozen, die sinds 1922 worden gemaakt door gewonde oud-militairen.

Het is vier weken voor de elfde van de elfde maand, wanneer om elf uur de Britten hun doden herdenken, op het tijdstip dat de Eerste Wereldoorlog eindigde. Maar in de Poppy Factory in Zuid-Londen heerst geen chaos. Rustig zetten de werknemers de papavers in elkaar: steeltje, groen blaadje, rood blaadje, knop.

Hier worden, met de hand, de miljoenen klaprozen gemaakt die de Britten nu op hun borst hebben gespeld. Op een zelfde manier als het al in 1922 gebeurde. En, net zoals toen, door gewond geraakte militairen, die anders geen werk zouden hebben. Shell shock heette het toen, posttraumatische stress nu.

Het was geen Brits idee om van de klaproos een blijvend symbool te maken, maar een Amerikaans. Lerares Moina Michael, bezorgd dat de offers die waren gebracht na de oorlog snel zouden worden vergeten, droeg al op 9 november 1918 in New York een klaproos. Ze was geïnspireerd door het gedicht van de Canadese hospik John McCrae, die het gedicht In Flanders Fields schreef en waarin hij in de laatste zinnen vraagt om de doden te blijven herdenken. Zo niet: „Dan zullen wij geen rust kennen, ook al bloeien de klaprozen / Op de velden van Vlaanderen.” Michael antwoordde: „En nu de fakkel en het papaverrode / Dragen wij uit eer voor onze doden.”

Haar initiatief werd overgenomen door de Française Anna Gúerin, die zijden papavers liet maken door oorlogsweduwen en die in 1920 op grote schaal verkocht in de VS, en een jaar later – met steun van de British Legion – ook in Engeland. Dat eerste jaar werd er 106.000 pond opgehaald, het equivalent van ruim 5 miljoen pond (5,9 miljoen euro) nu.

Het was majoor George Howson die de British Legion vervolgens overhaalde om de klaprozen door Britse gewonde militairen te laten maken. Howson was zelf in Ieper gelegerd geweest, en merkte hoe moeilijk het was voor zijn oud-collega’s om werk te vinden, helemaal als ze gehandicapt waren. Met een lening van 2.000 pond zette hij de Poppy Factory op: „Ik denk niet dat het een groot succes zal worden, maar het is het proberen waard”, schreef hij aan zijn ouders.

Eenennegentig jaar later en de fabriek draait nog. De enige klant is de – nu Royal – British Legion. Hiervoor maken de 35 fabrieksmedewerkers en 25 thuiswerkers 15 miljoen papieren klaprozen, 1 miljoen kunststof klaprozen, 3 miljoen rozenblaadjes die tijdens het jaarlijkse herdenkingsconcert in de Royal Albert Hall worden uitgestrooid, en ruim 100.000 kransen – waaronder die voor koningin Elizabeth en de prinsen Philip, Charles en William die bij de Cenotaph, het herdenkingsmonument in Londen, worden neergelegd. In de tuin van Westminster Abbey plaats de Poppy Factory een Field of Remembrance, duizenden houten kruisen met papavers, en het hele jaar door wordt de klaprozenkrans rondom het graf van de Onbekende Soldaat bijgehouden.

Een soortgelijke fabriek in Edinburgh, de Lady Haigh Poppy Factory (1926), maakt de 5,1 miljoen Schotse klaprozen, die vier blaadjes hebben in plaats van de Engelse twee. De overige 20 miljoen poppies worden met een machine gemaakt. Het geld dat met de verkoop – allemaal donaties - wordt binnengehaald, vorig jaar 42 miljoen, wordt besteed aan veteranen.

De Poppy Factory krijgt betaald voor zijn werk. Het is géén liefdadigheid, benadrukt directeur Bill Kay. „De fabriek is echt een werkende fabriek”, zegt hij. „Zoals de bedoeling was van Howson: hij wilde militairen die in de oorlog gewond waren geraakt, zinvol werk laten doen.”

Die beschrijving is uitgebreid met iedereen die ooit heeft gediend en arbeidsongeschikt is geraakt (bijvoorbeeld door een verkeersongeluk of beroerte), en (verstandelijk) gehandicapte familieleden van militairen. De eerste twee categorieën probeert de Poppy Factory sinds 2011 ook aan andere banen te helpen. Niet iedereen wil in de fabriek werken.

Productie is ondergeschikt in de Poppy Factory. Vandaar de rust. Kay: „Iedereen werkt naar het beste van zijn eigen bekwaamheid. Dat betekent voor sommigen dat ze drieduizend papavers per dag maken, en anderen aanzienlijk minder.”

Maar het gaat razend snel. Trots vertelt David Forbes (59), een vrolijke man in legergroene trui, dat hij zo’n tweeduizend papavers per dag maakt. Terwijl hij praat, gaat hij gewoon door: steeltje, groen blaadje, rood blaadje, knop. Het ontwerp werd speciaal bedacht zodat met een hand de klaproos in elkaar gezet kon worden. Het papier – het groene komt uit Nederland – is regenproof. „Het is geen hogere wiskunde. Ik ben redelijk hoog opgeleid. Eerst dacht ik ‘ik ben meer waard dan dit’. Maar wees reëel, wie had mij nu willen aannemen?”

Forbes is blind aan één oog, deels verlamd. Het gevolg van een beroerte, die het onmogelijk maakte nog langer als buschauffeur te werken. En omdat hij al op zijn vijftiende in dienst ging, en tien jaar bij de Royal Marines was, kon hij bij de Poppy Factory terecht.

Ook anderen kwamen pas jaren na hun diensttijd bij de fabriek. Bill Sellack (64) was tuinman toen bij hem de gevolgen van posttraumatische stress zich openbaarden: angstaanvallen, woede-uitbarstingen, onrustigheid. Het resultaat van zes jaar in Noord-Ierland, waarover hij alleen wil zeggen dat hij „betrokken was bij zekere zaken”. „Het was niet de beste tijd van mijn leven.”

Maar toen werd hem verteld dat hij „zich moest vermannen”. „Je liet de eenheid vallen, als je zwakte toonde.” Dus hij hield zich in. Dronk. Tot het niet meer ging, en een veteranendienst hem op de Poppy Factory wees. „Het is heerlijk hier. Er is geen enkele stress, en dat is voor mij een van de problemen. Een keer per jaar, als we het Field of Remembrance plaatsen, is er een beetje drukte, maar dat is eerder georganiseerde chaos.”

Of het volgend jaar drukker wordt, wanneer het honderd jaar na het begin van de Eerste Wereldoorlog is, durft directeur Kay niet te zeggen. „Er zal zeker belangstelling zijn voor de herdenkingen. Er komen allerlei BBC-documentaires enzo. Maar of die belangstelling zich ook vertaald in extra vraag naar klaprozen? We hebben geen idee. De Royal British Legion moet nog een order plaatsen.”

Er zullen wel extra koninklijke kransen komen: de verwachting is dat koningin Elizabeth bij veel herdenkingen aanwezig zal zijn.

De Poppy Factory is te bezoeken. Meer info: http://www.poppyfactory.org