Onverwachte verlaging rente, angst voor deflatie

ECB heeft nog meer middelen om economie te stimuleren.

De Europese Centrale Bank had tot gisteren nog twee wapens voor het grijpen liggen om de crisis te bestrijden: een renteverlaging naar een kwart procent en een renteverlaging naar nul procent. Nu is er nog maar één over. Maar volgens president Mario Draghi is dat geen probleem. „We hebben nog een heleboel andere instrumenten die we kunnen inzetten voordat we de ondergrens bereiken”, zei hij.

De ECB verraste de financiële markten door het belangrijkste rentetarief te verlagen naar een nieuw diepterecord van 0,25 procent. Het besluit was een reactie op het nieuws vorige week dat de inflatie in de eurozone is gedaald van 1,1 procent in september naar 0,7 procent in oktober. Dat was schrikken: opeens was deflatie niet meer ondenkbaar.

Hoge inflatie is angstaanjagend voor bestuurders en politici, maar deflatie misschien nog wel meer. Als geld meer waard wordt, stellen consumenten aankopen uit, en valt de economische activiteit stil. Dat geldt bijvoorbeeld voor de verkoop van koelkasten en auto’s, maar ook voor woningen, want ook een hypotheekschuld wordt dan steeds meer waard. De ECB stelt zichzelf de taak om de inflatie onder, maar tegen de 2 procent te houden.

De meeste analisten hadden verwacht dat de ECB nog een maand zou wachten met een renteverlaging, om eerst de nieuwe inflatiecijfers af te wachten. Maar Draghi zei dat we moeten uitgaan van „een langere tijd van lage inflatie”. Hij baseert dat op twee feiten: ten eerste is de lagere prijsstijging niet beperkt tot één categorie producten. Voedsel, energie, industrie en diensten kenden lage inflatiecijfers. Ten tweede is het proces al lang gaande: een jaar geleden stond de inflatie nog op 2,2 procent, sindsdien is zij langzaam gedaald.

Draghi zei ook dat hij er op rekent dat de inflatie „op middellange tot lange termijn” terugkeert naar het gewenste niveau. „Over het algemeen verwachten we geen deflatie.”

Beleggers lezen in het rentebesluit ook een poging om de prijs van de euro naar beneden te duwen. Dat lukte meteen: de euro verloor anderhalve cent ten opzichte van de dollar. Voor de eurozone goed nieuws: de dure munt maakt de export vanuit de eurozone duurder en remt economisch herstel. „De wisselkoers is geen beleidsdoel”, zei Draghi, „maar wel belangrijk voor prijsstabiliteit en groei”.

Als de renteverlaging geen effect heeft, zijn er nog andere instrumenten in de „artillerie” van de ECB, aldus de president. Een optie is een nieuwe ronde van leningen aan banken met een lage rente en een lange looptijd. Ook is de ECB bereid de deposito-rente, die banken krijgen als ze hun geld bij de ECB stallen, negatief te maken. Deze maatregelen zou banken moeten stimuleren geld uit te lenen.

Van het in Amerika toegepaste instrument kwantitatieve verruiming – de methode waarbij de centrale bank geld in de economie pompt door grote hoeveelheden staatsobligaties te kopen – wil Draghi vooralsnog niets weten. Omdat de eurozone uit 17 landen bestaat met elk hun eigen obligaties, zou dat heel ingewikkeld zijn.