Maak van de ‘gemeenschap van goederen’ geen boekhouding

Partners worden nu eigenaar van elkaars goederen. Houd die eenvoud in stand, betoogt Gregor van der Burght.

Als je met je vriend of vriendin uit stappen gaat en afspreekt dat ieder zijn eigen consumpties betaalt, is dat een mooi voornemen. Maar in de loop van de avond vervliegt meer dan eens dat mooie plan. ‘De schade delen’ is dan de gemakkelijkste oplossing.

Ook bij trouwen (of registreren als partners) kan je afspreken dat ieder (een deel van) zijn eigen spullen en geld voor zichzelf houdt. Wat de uitkomst is zien wij in de praktijk: op het einde van de rit kan men zelden afdoende bewijzen wat van wie is. Je zult namelijk een sluitende administratie moeten voeren.

Tot nu toe worden echtgenoten over en weer eigenaar van de goederen van elkaar: alles valt in de gemeenschap van goederen. Daarom is trouwen met een rijke een beste keus. Minpunt is dat alle schuldeisers zich op die gemeenschap verhalen.

Die eenvoud dreigt verleden tijd te worden. D66, PvdA en VVD hebben een initiatiefwetsvoorstel ingediend waardoor elke echtgenoot voortaan de spullen die zij/hij bij het begin van de rit heeft – de zogenaamde aanbrengsten – voor zichzelf moet houden. En dat moet ook gelden voor verkrijgingen uit erfrecht of gift. Bovendien moeten de revenuen van die goederen, bijvoorbeeld renten, ook apart blijven.

Kortom, het wettelijk systeem wordt een beperkte gemeenschap en er komen drie vermogens: elke echtgenoot een privévermogen en een gemeenschappelijk vermogen. Een eigenzinnig standpunt van die indieners. Immers, uit een enquête van TNS Nipo blijkt dat de meerderheid van de bevolking vindt dat wat men tijdens het huwelijk erft of als schenking ontvangt voor beide echtgenoten is, als bij scheiding de familiestukken maar blijven bij de betrokken echtgenoot.

Notarissen zeggen nu op radio en tv dat de meeste Nederlanders deze beperking wel zien zitten. Een staaltje van arithmétique hollandaise: bij de notaris komen namelijk de mensen die bij huwelijksvoorwaarden willen afwijken van de wettelijke gemeenschap, zo’n 25 tot 30 procent - bepaald niet de meerderheid.

In 2003 had de regering ook geprobeerd de gemeenschap van goederen te beperken, maar stuitte daarbij op verzet van een ruime meerderheid van de Tweede Kamer (SP, PvdA, GroenLinks, ChristenUnie, SGP en CDA). De indieners hebben het oude regeringsvoorstel uit de kast gehaald zonder rekenschap te geven van de gefundeerde kritiek erop. De voorgestelde regeling heeft namelijk alleen zin als partners een sluitende boekhouding voeren: om welke goederen én schulden het gaat, wat ermee gebeurd is, waar de eventuele opbrengst naartoe is gegaan, wie wat heeft betaald en met welk geld? En de spullen die er nu zijn: hoe zijn die betaald? Met geld dat privé was, met geld uit de gemeenschap of vanuit beide bronnen en voor welk deel? Enzovoort.

Dat is niet alleen belangrijk bij de afwikkeling, maar ook als de schuldeisers aan de deur komen. Deze kunnen immers beslag leggen op het vermogen. Om daaronder uit te komen moet de echtgenoot-niet-schuldenaar bewijzen welke goederen van hem zijn en dus niet onder het beslag vallen.

Het staat echter onomstotelijk vast dat partners vrijwel nooit een behoorlijke boekhouding voeren en geen bankafschriften tien jaar of langer bewaren: boekhouden trekt weinig liefhebbers.

Eén mogelijke uitzondering is onroerend goed. Maar o wee als men dergelijke zaken in de loop der jaren heeft verkocht. Waar is de opbrengst? Hoe zit het met zaaksvervanging? Is het nieuwe huis ermee gefinancierd, voor hoeveel en hoe zit het met bijdragen uit andere bronnen? Moet de waardestijging worden verrekend? Graag een sluitende administratie!

Bij echtscheiding, maar ook bij nalatenschappen, en zeker bij tweede of derde huwelijken, vormt de voorgestelde wettelijke regeling voer voor strijd. Het bezorgt partners teleurstellingen: op papier was de wet zo duidelijk! Al met al bezorgt dit initiatiefwetsvoorstel alleen maar extra munitie voor vechtscheidingen en erfenisruzies, en in het gunstigste geval een fopspeen.