Liefdesverdriet in de wereldpolitiek

Het moet ook de Amerikanen zijn opgevallen. Het NSA-schandaal is in Duitsland zó hard aangekomen, dat zelfs in de ernstigste politieke commentaren dezer dagen regelmatig een snik doorklinkt. Alsof er aan een mooie vriendschap onherstelbare schade is toegebracht. Alsof de afluisterpraktijken die aan het licht zijn gekomen, het eind betekenen van de Duits-Amerikaanse liefde.

John Kerry heeft die Duitse Liebeskummer feilloos aangevoeld. In een interview met Bild, het blad dat dagelijks lief en leed deelt met miljoenen Duitsers, probeerde hij gisteren te redden wat er te redden valt. „Ich liebe Deutschland”, luidde de hartstochtelijke kop. Hij noemde Merkel een grandioze partner en Duitsland een van de grootste vrienden van Amerika. Maar het klonk toch meer als troost dan als overtuigend bewijs van eeuwige liefde.

Jullie hadden ook niet zo naïef moeten zijn, kregen de gekwetste Duitsers afgelopen weken van alle kanten te horen. Lord Palmerston en Bismarck werden erbij gehaald, en Charles de Gaulle en Henry Kissinger. Want aan al deze staatslieden werd – met kleine variaties – de bekende stelling toegeschreven dat „landen geen vrienden hebben, maar alleen belangen”. En soms brengen die belangen een land nu eenmaal in botsing met zijn bondgenoten en partners. Niks aan te doen, welkom in de grote wereld.

Deze zomer, toen nog niet bekend was dat haar mobieltje werd getapt, zei Merkel: „Afluisteren onder vrienden? Dat kan écht niet”. Voelt ze zich nu bedrogen? Ach, iedereen bespioneert elkaar, zegt de realistische school, dus vat het niet zo persoonlijk op. Kijk voor je boos of bitter wordt eerst maar eens waar op de lange termijn je belangen liggen.

Die argumentatie klinkt nuchter en rationeel. Geen sentimenteel gedoe, maar stoere Realpolitik. Harde belangen in plaats van vage praat over vriendschap en beschaamd vertrouwen.

En een mooie bijkomstigheid: je kan er de Duitse verontwaardiging over de verzameldrift van de NSA mee wegwimpelen. Vrienden? Doen we niet aan in de wereldpolitiek.

Maar als dat zo is, waarom holde Kerry dan naar Bild, om als de Sylvie van der Vaart van de transatlantische betrekkingen zijn hart uit te storten – of althans te doen alsof? Kennelijk was de liefdesverklaring aan Duitsland voor Kerry toch belangrijk genoeg om zijn reeks besprekingen in Saoedi-Arabië, Egypte, Israël en Jordanië te onderbreken voor een gesprek met het boulevardblad.

Welkom in de 21ste eeuw, Otto von Bismarck! Ooit gehoord van soft power, of van het belang om hearts and minds te winnen? Natuurlijk kiest ieder land als het erop aankomt voor zijn eigen belang, desnoods ten koste van zelfs de trouwste bondgenoten. Maar daarmee is niet alles gezegd.

Sommige landen delen bepaalde waarden: respect voor de vrijheid van meningsuiting bijvoorbeeld, voor individuele vrijheden, ook die van minderheden, voor bescherming van de privacy en de rechtsstaat. Zulke landen kan je onderling bevriend noemen. Niet omdat ze emotioneel aan elkaar verknocht zijn, maar wel omdat de metafoor van de vriendschap een verbondenheid uitdrukt die wezenlijk is, zij het niet per se definitief.

Als een van die bevriende landen de gemeenschappelijke waarden opeens in de wind blijkt te slaan, komt de vriendschap onder druk te staan. En dat kan de belangen van beide landen schaden. Bij het Nederland-Rusland-jaar was vriendschap van het begin af aan een holle kreet. De relatie is zakelijk en meer niet. Maar de band tussen Amerika en Europa berust al ruim een halve eeuw wél op gedeelde waarden. Duitsland vraagt zich nu vertwijfeld af of dat nog steeds zo is.

Juurd Eijsvoogel schrijft iedere vrijdag op deze plaats over internationale kwesties