Lage rente moet economie aanjagen

Kwetsbaar, zo typeert de ECB het herstel in de eurozone. Bedrijven in Nederland hebben last van de zwakke vraag in Europa. Het geld wordt verdiend buiten Europa, en ook daar wordt het minder.

De recessie in Europa is voorbij. Maar volgens ECB-president Mario Draghi is er weinig reden voor optimisme. „Het (herstel) vindt plaats, maar op een ongelijkmatige manier. Het is kwetsbaar en het begint vanaf een laag niveau. De werkloosheid stabiliseert, maar op het hoogtepunt.”

Met die waarschuwende woorden sloot Draghi zich aan bij de Europese Commissie, die dinsdag haar groeiverwachting voor de komende twee jaar naar beneden bijstelde. Komend jaar groeit de eurozone met 1,1 procent, Nederland met een schamele 0,2 procent. Dus als Nederland in het afgelopen kwartaal de recessie achter zich heeft gelaten – zoals president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank verwacht – betekent dat nog niet dat de toekomst rooskleurig is. Donderdag maakt het Centraal Bureau voor de Statistiek de groeicijfers bekend.

De ECB verraste gisteren de financiële markten door de rente met een kwart procentpunt te verlagen, naar 0,25 procent. De meeste analisten hadden nog niet verwacht dat de ECB nu al zou ingrijpen, een week na het bericht dat de inflatie in de eurozone was geslonken naar 0,7 procent. Maar Draghi gaf een heldere verklaring voor de ingreep: de eurozone moet volgens hem rekening houden met „een langere tijd van lage inflatie”.

De prijzen stijgen minder hard dan voorheen, en dat komt voor een groot deel doordat de vraag tegenvalt. Consumenten durven hun geld nog niet echt uit te geven. In het tweede kwartaal groeiden de consumentenbestedingen in de eurozone met 0,1 procent. De Commissie verwacht wel dat dit in de komende twee jaar gaat verbeteren, maar in een „gematigd” tempo.

De achterblijvende consumptie is terug te lezen in de bedrijfsresultaten. In de afgelopen weken publiceerden Nederlandse multinationals hun cijfers over het derde kwartaal. Levensmiddelenconcern Unilever, verfproducent AkzoNobel en elektronicaconcern Philips zagen hun omzet dalen. AkzoNobel en Philips presenteerden een herstel van de winst, maar dat komt doordat ze fors hebben gesneden in de kosten, niet door een hogere omzet. AkzoNobel zal het moeten hebben van de verkoop van meer verf, en Philips van de verkoop van elektrische tandenborstels.

Wie denkt dat de crisis leidt tot meer bierconsumptie komt bedrogen uit. Heineken maakte bekend dat in het afgelopen kwartaal 2 procent minder bier is verkocht in vergelijking met vorig jaar.

Groei opkomende marken neemt af

De Nederlandse multinationals hebben te maken een stagnerende vraag in Europa. De tegenvallende marktomstandigheden in Centraal- en Oost-Europa noopten Heineken zelfs tot een winstwaarschuwing. De brouwer verwacht dat de winst aan het eind van dit jaar iets lager zal zijn dan vorig jaar. Tot nu toe had het bedrijf gezegd dat de winst gelijk zou blijven.

Heineken mikt vanwege de marktomstandigheden steeds minder op Europa, en steeds meer op de opkomende markten. „Zo’n twaalf jaar geleden kwam 80 procent van onze omzet uit West-Europa en Noord-Amerika. Vandaag komt 68 procent uit de opkomende markten”, zei topman Van Boxmeer onlangs. „Dat zijn de landen die ons structureel groei zullen brengen.”

Deze trend doet zich voor bij alle internationaal opererende Nederlandse ondernemingen. Neem bijvoorbeeld DSM. De omzet die het chemiebedrijf in Europa behaalt, krimpt al jaren ten faveure van de BRICS-landen (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika). In 2005 was het BRICS-aandeel in de omzet van DSM 22 procent. In het derde kwartaal van dit jaar was dat 40 procent. Over twee jaar moet meer dan de helft van de omzet in snel opkomende economieën worden gerealiseerd.

Maar juist in veel van die landen neemt de economische groei af. Voor bedrijven is het daarom positief dat de Europese Commissie verwacht dat de consumentenbestedingen in Europa zullen toenemen.

In de afgelopen jaren namen de opkomende economieën het grootste deel van de groei van de wereldeconomie voor hun rekening. Maar daar is nu de klad in gekomen. China, India en Brazilië zijn grote landen die minder spectaculair groeien dan voorheen. Rusland stelde gisteren zijn groeiverwachting voor de komende twintig jaar bij van 4 naar 2,5 procent.

Nederlandse multinationals merken de gevolgen. Unilever genereert ongeveer 60 procent van zijn omzet in opkomende markten – in het bijzonder in Zuidoost-Azië en China. Daar heeft het bedrijf een dominante positie. De groei in dit gebied bedroeg in het derde kwartaal van vorig jaar nog 12 procent. Dit jaar bedraagt de groei amper 5,9 procent. AkzoNobel zag in deze regio de omzet stijgen, maar de verwachte winst werd teniet gedaan door valutakoersontwikkelingen.

Multinationals ondervonden in het afgelopen kwartaal hinder van de sterker wordende euro. De relatief hoge koers van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar, de Japanse yen én de valuta van opkomende markten zijn een extra zorg. De Europese producten worden daardoor buiten Europa relatief duurder waardoor de concurrentiepositie verslechtert.