Je weet toch wel dat je moeder niet spoort, hè?

Dit nieuwste boek van Richard Russo is geen roman, zoals op de Nederlandse uitgave staat, maar ‘a memoir’, zoals de oorspronkelijke editie vermeldt. Dat is vrij essentieel. Russo verlaat het terrein van de fictie om een autobiografisch, vaak pijnlijk persoonlijk portret te schetsen van zijn moeder, en van zijn verhouding tot haar.

Hij beschrijft zijn jeugd in Gloversville, het stadje dat vermomd als Empire Falls en Mohawk de achtergrond is van zijn romans. Ooit was het welvarend vanwege de handschoenenindustrie, maar na de oorlog raakte het in verval door de sterk verminderde vraag en de goedkope buitenlandse concurrentie. Zijn ambitieuze moeder wil er weg – wat kan als haar zoon in Arizona gaat studeren.

Ze vertrekken samen. Hun dagenlange tocht in een auto, de ‘Grijze Dood’, is een hoogtepunt in dit boek. Moeder Russo is dan allang gescheiden van haar gokverslaafde man, een afwezige vader die Richard ooit meedeelde: ‘Je weet toch hopelijk wel dat je moeder niet spoort hè?’

Naarmate het boek vordert, de verplaatsingen talrijker worden en de moeder zich met een steeds pijnlijker heftigheid aan haar enige kind vastklampt, wordt het Richard duidelijk wat hij tot dan niet heeft willen, niet kunnen onderkennen: dat er veel waarheid schuilt in de botte opmerking van zijn vader. Pas na haar dood gunt hij zichzelf te ontdekken dat ze aan een obsessief-compulsieve stoornis leed. Het – overigens twijfelachtige – besef dat die te genezen zou zijn geweest, leidt tot roerende overpeinzingen vol schuldbesef. Opmerkelijk zijn zijdelingse opmerkingen die Russo hier maakt over zijn eigen schrijverschap. Als hij de boeken evalueert die zijn moeders voorkeur hebben (en van huis naar huis meesleept) ontdekt hij dat die ‘wel de hand gehad (hadden) van het soort schrijver dat ik uiteindelijk was geworden – een schrijver voor wie, anders dan zoveel academisch geschoolde vakgenoten, spanningsboog en plot geen vieze woorden waren, die aandacht had voor zijn lezers en weinig ophad met literaire pretenties.’ Het klinkt iets defensiever dan noodzakelijk, maar getuigt van verfrissende zelfkennis.

Jan Donkers

Richard Russo staat op 15 november in Den Haag