Ja, dit zijn blote mannen. So what?

Wenen had vorig jaar de eerste expositie over mannelijk naakt ooit Nu is er een tweede in Parijs Blote vrouwen zijn in de kunst alomtegenwoordig Waarom blijft mannelijk naakt toch zo’n taboe?

Illustratie Thinkstock

Verslaggever

Grieken, Christus en heiligen. Met hun naakte mannenlichamen begint de expositie Masculin/Masculin in het Musée d’Orsay. Waarom, vraagt de muurtekst bij de entree zich af, was er tot vorig jaar nog nooit een expositie over het mannelijk naakt?

Het antwoord moeten de 200 schilderijen, beelden en foto’s uit vooral de negentiende en twintigste eeuw zelf geven. Het museum heeft een indeling van tien thema’s gemaakt – van ‘het klassieke ideaal’, ‘heroïsch naakt’ en ‘sporthelden’ tot ‘object van verlangen’. Maar dat is geen antwoord op de vraag waarom hier kunstwerken verenigd zijn die enkel die blote man gemeen hebben. Het geeft evenmin antwoord op de vraag waarom nu pas.

Niet dat er geen prachtige dingen te zien zijn. Een deel van de werken is van bekende kunstenaars als Lucian Freud, Pablo Picasso, Auguste Rodin, David Hockney en Robert Mapplethorpe. Meer dan de helft is van onbekende, vaak Franse academische meesters.

Naakte mannen in overvloed dus. Opvallend is dat ze allemaal met iets bezig zijn: ze hebben duidelijk wel wat beters te doen dan voor lustobject te spelen.

Pas in de laatste zaal voor de uitgang – een bordje waarschuwt de kinderen – is het mannenlichaam een lustobject geworden. Daar kijken op L’ecole de Platon twaalf langharige mannen in een paradijselijke tuin op naar een welgevormde Plato (of is het stiekem Jezus?) onder een seringenboom. Wat de kijker krijgt, is niet Gods woord of Plato’s wijsheid, maar dertien mooie mannen in verleidelijke poses.

Bevallig en sexy

In de buurt van L’ecole de Platon hangen meer mannen bevallig en sexy te zijn, maar op de andere afdelingen van de expositie lijkt lustopwekking geen doel van de kunstenaar. Je krijgt zelfs het gevoel dat je zulke dingen niet mag denken.

Dat gaat eenvoudig bij de schitterende triptiek Three Figures in a Room (1964) van Francis Bacon, waarop hij links zijn partner George Dyer op een toiletpot afbeeldde, rechts zijn vriend Lucian Freud op een moeilijk krukje en zichzelf in het midden. Lichamen zijn beweging geworden. Sexy is het in de verste verte niet. Het gaat niet over het weergeven van huid over spieren en botten, maar om de gevoelens over en van de personen.

Niemand, zelfs Bacon niet, bereikt daarin zo’n extreem resultaat als Louise Bourgeois – een van de drie vrouwelijke kunstenaars op de expositie – met haar sculptuur Arch of Hysteria (1993): een glanzend bronzen hoofdloos lichaam dat aan een strak touw hangt dat ergens tussen navel en geslacht uit zijn onderbuik komt. Zijn rug is eng hol doorgezakt, zijn handen raken bijna zijn voeten. Totale overgave, totale kwetsbaarheid en diep, diep leed. Pijnlijk vlees.

Voetbalpiemels

Zulk esthetisch kijken raakt in de knel bij de voetbalfoto van Pierre et Gilles. Van de vaak flauwe maar altijd aangenaam kitscherige fotocomposities van het Franse duo hangen er wat veel op de expositie, maar hun Vive la France (2006) is een foto die je bijblijft en die vorig jaar in Wenen een schandaaltje veroorzaakte toen het Leopold Museum hem op de affiche van Nackte Männer zette, de tentoonstelling waarop deze in Parijs geënt is.

Glorieuze voetbalkitsch, maar ook een fel statement over de verafgoding van voetballers en het preutse karakter van die verering. De oude Grieken vereerden hun sporters met frontaal naakte beelden, moderne tennisfans raken openlijk opgewonden van het gesteun van tennissters, maar voetballers moeten blijkbaar seksloze sportmachines en nationale symbolen zijn. Dat is wat deze drie mannen op een rijtje, frontaal bloot in hun sportkousen en voetbalschoenen, in de Franse vaderlandse kleuren rood, wit, blauw uitdrukken en wat het straatpubliek niet aanstond. Dat de drie ook nog eens zwart, bruin en wit zijn, geeft het beeld een extra gelaagdheid.

De Weners wilden geen voetbalpiemels zien in hun straatbeeld – het Leopold Museum zag zich gedwongen de schaamstreken van de drie sporters af te dekken met een rode baan. Terwijl op datzelfde moment een affiche voor een Klimt-expositie met een volledig naakte vrouw geen enkele ophef veroorzaakte. Volgens de Oostenrijkse kunsthistorica Daniela Hammer-Tugendhat, destijds in een opinieartikel, het bewijs dat het vrouwelijk naakt banaal en geaccepteerd is en het mannelijke nog altijd een taboe.

Blijkbaar niet alleen in de straten van Wenen, maar ook onder tentoonstellingsmakers en museumbezoekers en dat moet de reden zijn dat niemand voor 2012 een expositie over mannelijk naakt in een museum durfde organiseren.

Geile blikken

Dat bijna alle blote mannen, zowel als standbeeld als op schilderijen, iets aan het doen zijn, is het meest opvallende verschil met het vrouwelijke naakt in de kunst. Zoals Hammer-Tugendhat in een essay in de catalogus van de Weense versie van de tentoonstelling opmerkt, gaat het bij blote vrouwen altijd over erotiek of liefde. Zij zijn passief in kunstwerken. Het zijn begerenswaardige objecten geworden, de ontklede man blijft echter een handelend subject en ontsnapt zo aan geile blikken.

Bij de eerste naakte vrouw in de klassieke kunst, de Aphrodite van Cnidu, rond 350 voor Christus gemaakt door de legendarische beeldhouwer Praxiteles, ontbreekt de zelfbewuste houding van de mannelijke Griekse beelden. Dat de godin van de liefde een hand voor haar kruis houdt, maakt Hammer-Tugendhat woedend: „Onvoorstelbaar dat een mannelijke figuur zo beschaamd zijn geslacht zou verbergen.”

De Weense kunsthistorica stelt dat de (homo)erotische aantrekkingskracht van mannelijke naakten, zoals de David van Michelangelo, een taboe is onder kunsthistorici. Doordat de kunstenaar hen handelend heeft weergegeven, en door esthetisch naar het marmeren lichaam te kijken, ontsnappen mannen in kunstwerken aan de rol van lustobject. Maar buiten het museum werkt die truc niet, zeker niet als je hem zoals Pierre et Gilles met voetballers uithaalt.

Het mannenlichaam is geen kunststroming en stelt een kunstenaar technisch niet voor andere opgaven dan een vrouwenlichaam. Spierbundels en wasbordjes zijn niet echt moeilijker te schilderen dan een welvende dij of glooiende borst. Er zijn wel culturele en traditionele verschillen tussen naakte mannen en naakte vrouwen in de kunst, maar daar gaat deze expositie niet over. Want in dat geval had het museum mannen en vrouwen ter vergelijking naast elkaar moeten hangen.

Alleen al de confrontatie van de aquarellen met naakte zelfportretten uit 1910 van Egon Schiele met Lucian Freuds overdonderend liggend ‘naakt met hond’ uit 2003, maakt een bezoek aan Masculin/ Masculin een geweldige ervaring. Geniaal ongemakkelijke houdingen en briljant grof weergegeven vlees. Geen mannen of vrouwen, maar mensen ontdaan van al hun ijdelheid.

Masculin/ Masculin. T/m 2 januari te zien in Musée d’Orsay, Parijs. Kijk op musee-orsay.fr