In Damaj draait het nu allemaal om het geloof

In Damaj, waar El Bay omkwam, staan sunnieten en shi’ieten op voet van oorlog Stammentwisten zijn er niet langer de belangrijkste reden voor onrust Buurlanden bemoeien zich ook met het conflict

redacteur azië

Het is al jaren zeer onrustig in Damaj, de plaats in het noorden van Jemen waar de Amsterdamse Ibrahim el Bay vorige week om het leven kwam. Leden van de stam van de Houthi’s, die een shi’itische variant van de islam aanhangen, staan daar op voet van oorlog met radicale sunnieten.

De sunnieten zijn in Jemen als geheel ruim in de meerderheid, maar in dit bepaalde deel waren het vanouds de Houthi’s die de dienst uitmaakten. Tot hun grote woede vestigden salafisten, een fundamentalistische sunnitische stroming in de islam, juist hier een religieuze school, de Dar al-Hadith. Deze school, waar ook El Bay studeerde, heeft banden met Al-Qaeda-op-het-Arabisch-Schiereiland, de lokale tak van het terroristische netwerk.

De Houthi’s verdachten de salafisten ervan wapens naar hun school te smokkelen en eisten dat die zouden worden ingeleverd. Toen dat niet gebeurde, belegerden de Houthi’s in oktober 2011 het deel van de stad waar de Dar al-Hadith-school is gevestigd. In december van dat jaar werd er een wapenstilstand gesloten maar het is sindsdien nog herhaaldelijk tot nieuwe vijandelijkheden gekomen. Ook vorige week werd er weer hevig gevochten, waarbij ten minste 100 mensen om het leven kwamen.

De strijd in het noorden van Jemen wijkt volgens kenners van het land af van de stammentwisten, die Jemen vanouds kenmerkten. Daarbij speelden religieuze tegenstellingen niet zo’n grote rol. Nu ligt de nadruk wel op de religieuze affiniteit. In feite lijkt Damaj een strijdtoneel te zijn geworden in de strijd tussen sunnieten en shi’ieten, die zich op het moment ook elders in het Midden-Oosten afspeelt.

De salafisten worden gesteund door het buurland Saoedi-Arabië, terwijl er ook steeds meer aanwijzingen zijn dat de Houthi’s met hun op het shi’itische geloof lijkende Zaïdisme, financieel en materieel door Iran worden gesteund.

De regering van de vorig jaar aangetreden president Abd-Rabbu Mansour Hadi heeft intussen niet veel greep meer op wat er zich in Jemen afspeelt, getuige ook de talrijke ontvoeringen (onder wie die van NRC-correspondent Judith Spiegel, die in juni samen met haar man werd ontvoerd).

In het zuiden van het land is de toestand zo mogelijk nog wettelozer dan in het noorden. Al-Qaedastrijders hebben daar, met name in de provincie Abyan, bolwerken weten te vestigen.

De Verenigde Staten zien deze ontwikkeling met groeiende zorg aan en voeren met grote regelmaat drone-aanvallen uit op radicale moslimstrijders. Daarbij worden ook vaak burgers gedood, wat weer tot meer anti-Amerikaanse sentimenten leidt.

Tegelijk bieden de Amerikanen ook economische hulp, want ze beseffen dat veel van de onrust in Jemen voortkomt uit de aanhoudende armoede, waarmee de meeste Jemenieten nog altijd te kampen hebben. Jemen is al heel lang het armste land van het hele Midden-Oosten.