‘Ik ben ontgoocheld door het Westen’

Even in België vertelt de wereldwijd succesvolle Afghaanse schrijver over zijn jeugd, emigratie naar de VS, en zijn inmiddels onherkenbare vaderland. „Afghanistan heeft een generatie nodig die zich niet identificeert met stamhoofden, maar met Bill Gates.”

Hij herinnert het zich alsof het gisteren was, het moment dat hij zijn Afghanistan verliet, nu meer dan 37 jaar geleden. Zijn vader was diplomaat en zou in 1976 voor vier jaar naar Parijs vertrekken, samen met zijn vrouw en zijn vijf kinderen. „Ik was zo opgewonden’’, vertelt Khaled Hosseini. ,,Ik was elf. Ik keek er ongelofelijk naar uit om naar Parijs te gaan. Het voelde alsof we op een lange vakantie gingen. Mijn vriendjes waren stikjaloers. Ze maakten lijstjes van spullen die ik moest meebrengen. De eerste twee jaren in Parijs waren prachtig. Ik zag dingen die ik nooit eerder had gezien, kwam op plaatsen die ik alleen uit boeken kende.”

Toen werd de toekomst grimmig voor het gezin Hosseini. Het was april 1978, de Sovjet-Unie viel Afghanistan binnen. „We zagen ons land op televisie uiteenvallen. Het was surreëel. Wij zaten veilig in Parijs, maar familie en vrienden werden in de gevangenis gegooid. Mensen verdwenen zomaar, er werd gemoord en geplunderd. Het besef sijpelde door dat we nooit meer naar huis terug zouden keren.”

In 1980 vroegen de ouders van Hosseini politiek asiel aan in de VS. „Het was het begin van een nieuw leven, een beangstigende en eenzame tijd. Ik was vijftien en woonde in een land waarvan ik de taal niet sprak. Ik begreep niets van de codes op school en kon moeilijk vrienden maken. Maar voor mijn ouders moet het nog harder zijn geweest. Mijn vader was diplomaat, mijn moeder lerares. Maar nu moesten ze ineens van een uitkering leven. Zelfmedelijden was hun vreemd – we zaten tenslotte in Californië en hadden het slechter kunnen treffen.”

De rest van het verhaal is bekend en leest als the American dream comes true. Het echtpaar Hosseini werkte keihard en slaagde erin de kinderen naar de universiteit te sturen. Khaled, de oudste, studeerde geneeskunde en werkte een paar jaar als arts. Toen besloot hij zijn echte passie te volgen: schrijven. In 2002 werd Hosseini’s debuut De vliegeraar van Kaboel gepubliceerd. In 2007 volgde Duizend schitterende zonnen. Van beide boeken zijn wereldwijd 48 miljoen exemplaren verkocht, waarvan 1,2 miljoen in Vlaanderen en Nederland. In mei verscheen En uit de bergen kwam de echo (Boeken, 24.05.2013) opnieuw een episch verhaal over kinderen en hun ouders die in hun door oorlog uiteengereten land elkaar en een toekomst zoeken.

Wat intrigeert u zo aan het familieleven dat u er altijd over schrijft?

„Als je een roman schrijft over het leven in Afghanistan, dan gaat het vanzelf over familie, want daar draait alles om. Mensen begrijpen zichzelf in termen van hun rol binnen de familie, van daaruit bepalen ze hun positie tegenover de wereld. In de VS is dat anders. Daar ligt de klemtoon op wie je bent als individu. De boodschap van veel Hollywoodfilms is om vooral jezelf te zijn. In Afghanistan vinden mensen het nog belangrijk om deel uit te maken van iets groters.”

Toch worstelen uw personages ook met die familiebanden. Ze hebben het gevoel dat ze niet hun eigen leven kunnen leiden, omdat ze voor een zieke vader of zus moeten zorgen.

„Familie brengt verplichtingen met zich mee. Mijn nieuwe boek boek gaat over hoe je persoonlijke geluk altijd in de weegschaal ligt met wat je verschuldigd bent aan de mensen om je heen. Velen zitten vast tussen hun dromen en hun verantwoordelijkheden.”

U bent in 2003 voor het eerst in 27 jaar naar uw geboortestad teruggekeerd. Hoe was dat?

„Ik was zo blij voor ik vertrok, ik kon niet wachten om Kaboel weer te zien. Ik had al die jaren het nieuws over Afghanistan gevolgd en ik voelde me nog erg verbonden met mijn geboorteland. In 2003 was het veilig genoeg.

,,De stad was onherkenbaar veranderd. Hij leek in niets nog op het Kaboel dat ik me uit mijn kindertijd herinnerde. De buurt waar ik ben opgegroeid zag er in de jaren zestig en zeventig uit als een Amerikaanse suburb, met mooie witte huizen en verzorgde grasperkjes. Er waren jazzclubs, bioscopen en boekwinkels. Bij mijn terugkeer in 2003 waren hele buurten vernield. Ik kende niemand meer. De ervaringen van de mensen waren er zo dramatisch anders dan mijn eigen leven. Het voelde alsof ik niets meer met ze gemeen had, behalve de taal.”

Voelde u zich net als de Amerikaans-Afghaanse dokter Idris in uw boek schuldig?

„Ik had last van survivor’s guilt, net als Idris. Tegelijk besefte ik dat dat een volstrekt irrationeel gevoel is: ik heb gewoon geluk gehad dat ik in de juiste familie ben geboren en dat we op het juiste moment zijn weggegaan. Daar moest ik me niet schuldig over voelen. En toch...”

Toen u in 2010 weer naar Afghanistan ging, was u beroemd en moest u anoniem reizen, uit veiligheidsoverwegingen.

„In 2003 was een zelfmoordaanslag in Kaboel nog ondenkbaar. In 2010 waren ze routine.”

Wat was er intussen gebeurd?

„De Taliban hadden zich over de grens gehergroepeerd en waren teruggekeerd. Dat had ze niet eens veel moeite gekost. Dat toont aan dat de bekommernis van het Westen om Afghanistan nooit erg diepgaand is geweest. Het Westen heeft zich in de eerste jaren na de inval veel moeite getroost om van Kaboel een veilige plek te maken, maar de rest van het land lieten ze min of meer ongemoeid. Afghanistan verdween snel naar de achtergrond. Toen ik mijn eerste boek af had in 2002, stuurde ik het naar 32 literaire agenten. Op twee na wezen ze het af, want ‘nu zoeken we boeken over Irak’, zeiden ze. Dat vond ik schokkend. Het was één jaar na de inval in Afghanistan en niemand leek nog om het land te geven.”

U bent teleurgesteld in het Westen?

„Ik denk dat iedereen ontgoocheld is. Iedereen had verwacht dat de Taliban voorgoed verdreven zouden zijn.”

President Karzai zei onlangs tegen de BBC: ‘De Navo-operatie heeft veel leed veroorzaakt in Afghanistan, ze heeft veel levens gekost en niets opgeleverd, want het land is niet veilig.’

„In een volgend interview zal hij beweren dat hij groot belang hecht aan een langdurig partnerschap met de westerse alliantie. Karzai trekt de populistische kaart tegenover zijn volk. De Afghanen hebben een complexe verhouding met de Navo-troepen. Ze hadden verwacht dat hun land al veel verder zou zijn. Ze hebben ook te lijden onder de westerse aanwezigheid. Er vallen burgerslachtoffers, de westerse militairen handelen niet altijd met veel cultureel gevoel. Anderzijds beschouwen de Afghanen de troepen als een buffer tegen het geweld.”

Uw boek begint met het verhaal over een arm gezin dat een dochter verkoopt aan rijke Afghanen die een kind willen adopteren. Hoe realistisch is dat?

„Heel realistisch. Ik kreeg het idee voor dit boek toen ik in 2008 een artikel las over arme families die één of twee kinderen moesten verkopen om de winter te overleven. Sommige rijke families in Kaboel namen die kinderen niet in huis om ze liefdevol te adopteren, maar om ze als goedkope werkkracht te gebruiken.”

Volgens alle VN-lijstjes is Afghanistan nog altijd het ergste land ter wereld om als meisje geboren te worden.

„Er is lokaal wel iets verbeterd. In de steden gaan nu meer meisjes naar school, er werken vrouwen in het parlement, bij de televisie, in ziekenhuizen, als lerares. Ze kunnen zich zelfs kandidaat stellen bij de presidentsverkiezingen. Dat is vooral symbolisch, maar symbolen zijn ook belangrijk.

„Op het platteland is de situatie nog steeds schrijnend. Nationaal bekeken is depressie endemisch bij Afghaanse vrouwen, net als huiselijk geweld. Meisjes worden nog altijd op jonge leeftijd uitgehuwelijkt.”

Wie houdt tegen dat de rechten van vrouwen verbeteren? Nog altijd de Taliban?

„Zij spelen daar een rol in. Ze schieten leraressen neer, branden scholen voor meisjes af, hebben vrouwelijke politici en agenten vermoord. Maar die dingen gebeurden ook vóór de Taliban een machtsfactor werden. Afghanistan is op het platteland altijd erg tribaal en patriarchaal geweest. Vrouwen hebben daar nooit een eigen stem gehad, ze zijn altijd afwezig geweest in het openbare leven.”

Is dat iets religieus?

„Het is iets cultureels en het moet veranderen. Alleen als vrouwen volwaardige burgers worden, kan Afghanistan uit het diepe dal kruipen. Afghanistan moet dringend een culturele omslag maken. Het heeft een hoogopgeleide jonge generatie nodig, die geen wortels meer heeft in de conflicten van de voorbije dertig jaar, een generatie die zich niet identificeert met stamhoofden, maar met Bill Gates.”

Waar wilt u die zelfbewuste generatie vandaan halen? Heeft niet iedereen met hersenen in zijn hoofd het land verlaten?

„Daar miskijk je je op. Er is een groep van jonge Afghaanse stedelingen die verfijnder zijn dan wij denken. Jonge twintigers die in Afghanistan zijn opgegroeid, daar naar de universiteit zijn gegaan. Ze hebben moderne ideeën over democratie. Ze zijn bezig met milieu, met technologie, met muziek. Ze zijn ook betrokken op de rest van de wereld via sociale media.

„Wist je dat Kaboel weer alternatieve rockgroepjes heeft, die op youtube gitaar hebben leren spelen? Dat is hoopgevend. Als we van iemand een cultuuromslag kunnen verwachten, is het van hen.”

U zegt wel: als we een cultuuromslag kunnen verwachten – in de voorwaardelijke wijs.

„Ik weet niet wat de toekomst in petto heeft. Als het land weer afglijdt in een burgeroorlog, zijn we terug bij af. Dat zou een catastrofe zijn.”