Hoge olieprijs houdt crisis in stand

Schaliegas en -olie staan de overstap naar een duurzame energievoorziening in de weg. De overheid heeft een publiek goed als energievoorziening volledig uit handen gegeven. Het korte termijn denken is dominant.

Jérôme Dangerman: „In de negentiende eeuw was er een geleidelijke, min of meer natuurlijke overgang van energieopwekking met hout, naar steenkool en later van kolen naar olie.” foto’s Thinkstock

Schaliegas en schalieolie worden beschouwd als een energierevolutie, maar dat zijn ze niet. Ze behoren tot het oude energiesysteem en stellen een echte overgang naar een nieuw manier van energieopwekking alleen maar nog langer uit. Volgens Jérôme Dangerman, die deze week in Nijmegen promoveerde op The Energy System, Lock-In and Adaptation, zijn grote oliemaatschappijen niet voor niets zo geïnteresseerd in deze ‘nieuwe’ brandstoffen. Ze passen uitstekend in hun businessmodel.

„Er zijn steeds meer berekeningen waaruit blijkt dat ook schaliegas en schalieolie de energieprijzen niet structureel naar beneden zullen brengen”, zegt Dangerman, een dag nadat hij aan de Radboud Universiteit in Nijmegen zijn proefschrift heeft verdedigd, in een telefonisch interview. „Het zal niet het heil brengen dat sommigen ervan verwachten, maar het zorgt er intussen wel voor dat we ons nog verder ingraven in het bestaande systeem. We verschuiven het perspectief een beetje, zonder de gewenste prijsverlaging. Zo dreigen we heel veel geld te investeren in een systeem dat mogelijk nog veel sneller dan olie weer tegen grenzen aanloopt. Dat geld is daarmee dus niet beschikbaar voor een echt alternatief.”

En dat is precies het probleem. Want volgens Dangerman zit het wereldwijde energiesysteem stevig op slot. Zozeer, dat het gevaarlijk wordt.

„Als we onze energie op deze manier blijven opwekken, zal niet alleen het milieu daarvan de schadelijke gevolgen ondervinden in de vorm van klimaatverandering en vervuiling”, zegt Dangerman. „De hoge energieprijzen van dit moment hebben ook een remmende werking op de economie. Uit recente onderzoeken blijkt dat de economische crisis in stand wordt gehouden door de hoge energieprijzen. De lang verwachte daling van olieprijs blijft uit.”

Het bestaande energiesysteem heeft zichzelf volgens Dangerman duur gemaakt. „Om het de komende decennia in stand te houden zijn vele biljoenen nodig, geld dat er door de crisis eigenlijk helemaal niet is. En dan heb ik het nog niet eens over een verschuiving naar meer duurzaamheid. Of over de toenemende vraag naar energie door de economische groei in ontwikkelingslanden en door de groeiende wereldbevolking.”

Wat bedoelt u met de ‘lock-in’ van het energiesysteem?

„Gewoonlijk is er een golfbeweging. Het ene systeem komt op, het andere verdwijnt. In de negentiende eeuw was er een geleidelijke overgang van energieopwekking met hout, naar steenkool en later van kolen naar olie. Achteraf lijkt zo’n transitie vanzelfsprekend, maar op het moment zelf hoeft dat helemaal niet zo te zijn. Toen in de tweede helft van de negentiende eeuw gigantische investeringen werden gedaan in de exploratie van olie, was het geen uitgemaakte zaak dat die het ook zou gaan ‘winnen’.

„Fossiele brandstoffen zijn uiterst succesvol geweest. Er was dus alle reden, economisch en maatschappelijk, om die keuze te maken. Maar de omstandigheden zijn veranderd, zonder dat het systeem heeft meebewogen. Neem de beschikbaarheid van olie. De manier waarop we de olie kunnen winnen is een stuk moeilijker geworden. En dus ook veel kostbaarder. De industrie trekt zich daar weinig van aan. Die is een pad ingeslagen waarvan niet wordt afgeweken.”

Komt dat niet omdat fossiele energie toch nog steeds goedkoper is dan de duurzame alternatieven?

„Niet als je ook de zogenoemde ‘externalities’ meetelt, zoals de kosten van de milieuschade. Of de hoge energieprijzen die door hele economieën geabsorbeerd moeten worden. Er zijn dus sterke financiële prikkels om het bestaande systeem in stand te houden. Voor iedere euro subsidie voor duurzame energie krijgt de conventionele industrie bovendien zo’n 10 euro subsidie. Dat de duurzame energie zo zwaar gesubsidieerd lijkt, komt vooral doordat het een relatief kleine industrietak is. Dan lijkt het al gauw veel geld. Het is een typisch kenmerk van een systeem dat op slot zit, dat het andere systemen aanvreet en daar steeds meer schade berokkent. Zowel de hoge olieprijs – en de schadelijke gevolgen daarvan voor de economie – als de toenemende milieuschade is een consequentie van het feit dat het energiesysteem op zijn laatste benen loopt.”

Kun je een energiesysteem veranderen terwijl het zo winstgevend is?

„De winstgevendheid geldt voor de korte termijn en creëert een groeiende hypotheek op de toekomst. Verandering is noodzakelijk. Het energiesysteem heeft zich hardnekkig vastgeklampt aan de bestaande manier van energieopwekking en zich zo ingegraven dat dat veranderingen bijna onmogelijk maakt.

„De Amerikaanse president Obama wilde vorig jaar een einde maken aan het subsidiëren van fossiele brandstoffen om het geld te investeren in groene energie. Niet alleen de Republikeinen verzetten zich daartegen, ook binnen zijn eigen Democratische partij was veel weerstand. Uit vrees dat de benzineprijs zou stijgen. Maar alleen al de vijf grootste oliebedrijven hebben het afgelopen decennium ongeveer een biljoen dollar winst gemaakt. Die paar miljard aan overheidssubsidie is voor die bedrijven peanuts. Als de benzineprijs er al door omlaag zou gaan, dan met niet meer dan een fractie van een cent. Terwijl dat geld voor de ontwikkeling van groene technologieën een enorme investering zou zijn geweest.”

Kun je het bestaande energiesysteem gewoon laten uitdoven?

„Als er dan verstoring plaatsvindt in een vastgeroest systeem, kan het in elkaar storten op een manier die een terugkeer naar het bestaande niveau onmogelijk maakt. Dan heb je wat de Engelsen noemen een ‘uncontrolled collapse’. Een bekend voorbeeld uit de natuur is de bodem die door verschillende fases gaat. Eerst groeien er bomen, die verdwijnen om een of andere reden – bijvoorbeeld door een bosbrand – dan ontstaat er grasland, waar weer struiken op groeien en uiteindelijk weer bomen. Maar als mensen dat grasland te lang te bebouwen wordt de grond zodanig uitgeperst dat de voedingsstoffen eruit verdwijnen. Dan kan zo’n systeem omslaan in een woestijn. Het is heel moeilijk om dat weer terug te brengen naar die natuurlijke afwisseling van gras en bomen. Dat heet ook wel een kritische transitie. Die woestijn is niet dood, er ontstaat weer een nieuw evenwicht, maar wel op een ander – lager – niveau.

„De risico’s van fossiele brandstoffen zijn duidelijk. Een overgang naar duurzame alternatieven is daarom van belang. Zo’n transitie hadden we er historisch gezien al lang moeten zijn. Maar alternatieven zijn nog beperkt in succes en kunnen conventionele energie niet structureel bedreigen. Met zon en wind wordt wereldwijd maar 0,37 procent van alle energie opgewekt.”

Waardoor lukt die transitie niet?

„Allereerst zijn er mensen nodig die van de gebaande paden durven af te wijken. En dat valt niet mee omdat het bestaande pad van de fossiele energie extreem normatief is. Verder moet een maatschappij bereid zijn om op korte termijn keuzes te maken die niet efficiënt zijn, ten gunste van succes en efficiëntie op de lange termijn. Het probleem is alleen dat we leven in een economie die het behalen van voordelen op de korte termijn tot norm heeft verheven. De vrije markt radicalisten zeggen: de marktwerking lost alles vanzelf op. Maar nu blijkt dat marktwerking niet altijd functioneert. Vroeger trad de overheid in die gevallen vaak corrigerend op, maar de overheid – zeker ook die in Nederland – is bijvoorbeeld ten aanzien van de privatisering volledig meegegaan in het marktdenken. De overheid heeft een publiek goed als de energievoorziening volledig uit handen gegeven.”