Er wordt meer gemaakt, maar nog niet genoeg

De maakindustrie kan Nederland uit de crisis helpen. Maar het herstel gaat niet zo snel als verwacht.

Bij staalbouw- en constructiebedrijf Hollandia (circa 350 medewerkers) merken ze nog niet zoveel van de aantrekkende markt. Het bedrijf moet het hebben van grote bouw- of infrastructurele projecten. Zo leverde het in 2010 de staalconstructie voor het nieuwe hoofdkantoor van de Rabobank in Utrecht. Maar op dit moment houden investeerders „nog de hand op de knip”, zegt woordvoerder Martin Dijkstra. Er lopen wel grote offertes, zegt hij, „maar die zijn nog niet rond. Het is moeilijk nu.”

Hollandia is een van de vijftien industriële bedrijven die onlangs aanklopten bij vakbond FNV Bondgenoten. Het bedrijf heeft moeite met de loonsverhoging van 4,2 procent over de komende 22 maanden, waarover sociale partners in de metaalsector het vorige maand eens werden. Hollandia overweegt daarom een beroep te doen op een uitzonderingclausule in de cao. Die is er voor bedrijven waar een loonsverhoging de continuïteit van de onderneming in gevaar brengt. En dat is opmerkelijk, zegt vakbondsbestuurder Jos Brocken. Want FNV meent juist dat deze sector er bij uitstek één is waar de lonen omhoog kunnen. Het zijn namelijk vooral industriële bedrijven die de crisis prima doorstaan. Door te exporteren profiteren ze al enige tijd van de aantrekkende wereldhandel.

Sommige bedrijven, zoals bijvoorbeeld scheepswerf IHC Merwede, slepen miljardenorders uit het buitenland in de wacht. Inkoopmanagers in binnen- en buitenland zijn al drie maanden op rij optimistisch over herstel in de industrie. Vandaag werd dat vertrouwen bevestigd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De gerealiseerde productie in de industrie in september is dit jaar voor het eerst weer gegroeid ten opzichte van een jaar eerder. Maar de groei was met 0,4 procent bescheiden.

Er rollen meer vrachtwagens, schepen, machines en metaalonderdelen van de band in de Nederlandse fabriekshallen. Maar de vraag is of het genoeg is om Nederland in het derde kwartaal uit de recessie te slepen, zoals president-directeur Klaas Knot van de Nederlandsche Bank vorige maand voorspelde. De gerealiseerde productie in de industrie is een belangrijke indicator voor het economisch groeicijfer. De sector is weliswaar voor maar 13 procent verantwoordelijk voor het Nederlandse verdienvermogen, maar geldt als een vliegwiel voor de rest van de economie. Econoom Leontine Treur van de Rabobank denkt niet dat dit prille herstel van de industrie genoeg is om nu uit de crisis te komen. „De groei in september is voldoende om de krimp in augustus goed te maken. Maar niet om de hele economie weer in de plus te krijgen.”