Een nogal ongeleid projectiel

De eigenaardigste dichter van de 19de eeuw – een verpletterend erudiete hypochonder – was vooral een levend bezwaar tegen zijn eigen tijd.

In de literatuurgeschiedenis van de negentiende eeuw steken twee figuren boven de rest uit: Multatuli en Willem Bilderdijk. Multatuli mag dan in vele opzichten omstreden zijn, zijn literaire kwaliteit staat bij vriend noch vijand ter discussie. Maar Bilderdijk, die rotsgalmende rekelzanger?

‘Zijn leven is zijn belangrijkste kunstwerk,’ schreef Gerrit Komrij. Zou het werkelijk zo zijn? En zijn poëzie dan? De leesbare, maar van protestants christendom doordesemde Onbegriepelijk mensch van Rudolf van Reest is alweer van 1940. Nu verscheen een nieuwe, lijvige biografie: De gefnuikte arend door Rick Honings en Peter van Zonneveld. Hoe kunstig was het leven van Willem Bilderdijk (1756-1831)?

Het lijkt ironisch Bilderdijks leven een ‘kunstwerk’ te noemen, zoals Komrij deed. Een stoet overleden kinderen, ballingschap, geldnood, wankele gezondheid, levenslang haken naar een leerstoel, na terugkeer in het vaderland een langjarig isolement tot de dood er op volgt. Een somber kunstwerk in dat geval. Van Zonneveld en Honings noemden hun levensbeschrijving De gefnuikte arend. De vraag is echter wie verantwoordelijk is voor dat fnuiken. Bilderdijk zelf?

Wat voor man was hij? Een charisma-type, dat is zeker. Verpletterend welbespraakt, reusachtig erudiet. In politiek opzicht rekkelijk. Vurig Oranjeklant, maar verdedigde als advocaat ook patriottische anti-Oranjemannen. Werd vervolgens huisleraar van Lodewijk Napoleon, de eerste Franse koning van Nederland. Schreef lofdichten op Napoleon, juichte bij diens Waterloo-nederlaag en stond vervolgens weer enthousiast achter de eerste Oranjekoning Willem I. Ook koningen en keizers werden door God gezonden, daar legde men zich bij neer volgens Bilderdijk. God beschikt alles. Die overtuiging zou Bilderdijk meer dan een eeuw lang tot icoon der protestanten maken.

Vleselijk verkeer moet hij niet hebben geschuwd. Bilderdijk: ‘Zoete huwelijksplicht, haar schokking van de zenuw is weldadig.’ Na een ongelukkig huwelijk met Catharina Rebecca Woesthoven (waarin hij fysiek geweld niet schuwde), verkeerde hij de rest van zijn leven met Katharina Wilhelmina Schweickhardt. Zij overleed eerder dan hij, door een schokkende hoeveelheid bevallingen en miskramen uitgewoond.

Ongeleid projectiel

Was Bilderdijk een aardige man? Velen vonden hem zeker op latere leeftijd een misantroop, de mensenhater die zich in kamerjas en hoofdpijntulband altijd thuis zit te verbijten over de teloorgang van normen en waarden, en heftig daarover polemiseert. Niet voor niets heet het belangrijkste werk van zijn trouwe leerling Isaac Da Costa Bezwaren tegen de geest der eeuw (1823). Bilderdijk zelf was één levend bezwaar tegen hetzelfde tijdvak. Anderen echter troffen in hem een warm en gastvrij leraar en vriend. Een ‘vat vol tegenstrijdigheids’, om Multatuli te citeren.

Wat biografische gegevens betreft zijn we voor een belangrijk deel afhankelijk van hemzelf, en Bilderdijk was een grenzeloze hypochonder. Van zijn verhalen over het bestaan in het aardse tranendal mogen we rustig enkele pondjes aftrekken. In die zin heeft Komrij gelijk: Bilderdijk volgens Bilderdijk bevat veel fictie.

Je kunt er alleen een verbijsterende hoeveelheid feitenkennis tegenover stellen. Dat Honings en Van Zonneveld daarover beschikken staat buiten kijf. Ik hoef maar te wijzen op hun mededeling dat een financieel verzoek van Bilderdijk aan Napoleon wordt behandeld door de Parijse ambtenaar Henry Beyle, die wereldberoemd zou worden als de schrijver Stendhal. Het is bijvangst, leuke bijvangst, en het zegt iets over het inzoomen van beide Bilderdijk-biografen.

Het leven dat ons in De gefnuikte arend wordt voorgelegd mag men wel zonderling noemen. We zien een man die zich van kind af aan afmat door onmatig studeren, zijn energie op dat gebied is schier eindeloos en zijn belangstelling zeer breed. Bilderdijkkenner Joris van Eynatten noemde hem in dit verband terecht ‘een fascinerend, maar enigszins ongeleid projectiel’.

Bilderdijk smijt zich op rechtsgeleerdheid, geschiedenis, theosofie, esthetiek, erotiek, psychologie, natuurwetenschap, taalkunde, theologie, sociologie, geologie, etcetera. Tegelijkertijd lijdt hij levenslang aan melancholie, migraine, depressies, fysieke zinkingen, en dan is er nog één voet die niet goed wil. Voortdurend voelt hij zijn einde nabij. Winter van het leven, bijna dood, na wat oprakelen der krachten toch weer bijna heengegaan, dan wordt er – nog steeds in leven – wat nagesprokkeld in de levensavondschemering. Zie titels als De voet in ’t graf (1827), Naklank (1828), Avondschemering (1828), Schemerschijn (1829), Nasprokkeling (1830). Pas in 1831 is het echt gedaan met de geplaagde dichter, hij heeft zich dan tot de respectabele leeftijd van 76 jaar door het leven heen gesleept.

Bilderdijks poëzie kwam vaak tot stand tijdens fysieke of geestelijke crises. IJlend in dubbele betekenis: snel, en koortsachtig. En heel, heel veel. Of zijn steeds groeiend opiumgebruik heeft geholpen? Als hij klaagt over gebrek aan concentratie of vergeetachtigheid, is dit zeker niet alleen te wijten aan het klimmen der jaren. Nu leefde hij in een eeuw dat dit als geneesmiddel algemeen verkrijgbaar was, maar de effecten zijn uiteraard dezelfde als in onze tijden van de opiumwet.

Is de poëzie van Bilderdijk niettemin Nederlands Grote Twee-werk van 1800-1900? Ik dacht het wel. Honings/Van Zonneveld halen het belang aan van Bilderdijks poëtische zelfportret (want dat is het, ondanks het encyclopedische karakter van dit omstandige leerdicht) De ziekte der geleerden (1807). Een dichterlijk hoogtepunt in de internationale melancholie-literatuur.

Wat overkomt de man die steeds maar thuis achter zijn studeertafel is gezeten, zuchtend onder de ‘kwaal van het letterzwoegen’? Bilderdijk: ‘De buigzaamheid, de geest, des weefsels tederheid,/ Neemt af, en ’t vocht verdikt, dat uit den bloedstroom scheidt./ De fijner vaten, straks verlijmd en toegesloten,/ Beperken de omloopkreits der sappen door de grooten./ De vezel, taaier, gaat en spier- en veerkracht kwijt/ Het bloed vloeit trager langs de wanden die het slijt. [...] Wiens spieren, uitgedord, en machtloos op te zwellen,/ Den last van ’t wagglend hoofd en ’t knikkend lijf doen hellen!/ Van daar de onmijdbre, de niet uit te wijken dood.

Duitse kachels

Bilderdijk is stellig de grootse dichter waarvoor zijn tijdgenoten hem al hielden. In zijn beste werk stijgt hij boven allen uit. In verbeeldingskracht, in vurigheid, in de onvergelijkelijke breedte van zijn vocabulaire en rijmlenigheid. Sympathie verwierf hij wat mij betreft met zijn bezielde vers ‘Eierkoken’, en met zijn vijf-en-een-halve pagina’s tellende vloekdicht ‘De Duitse kachels’. De open haard heeft duidelijk zijn voorkeur: ‘Vervloekt die hand, ô ja, die ’t eerst die kachels zette!/ Vervloekt, de kop, die ze eerst bedacht! Hy was ’t, die lucht, en bloed, en ademtocht besmette,/ En ’t lichaam voedsel roofde, en veer-, en voedingskracht. […] Hy dom, en lui-, en laf-, en lustloosheid gesticht./ Hy leerde d’arbeidsman, om hongrend te verstinken/ In eigen damp en zweet, met ledig ingewand.’ Hier is geen gefnuikte arend aan het woord, maar een vrij zwevende poëtische adelaar.

Misschien zegt dit iets over de biografie Gefnuikte arend van Honings en Van Zonneveld. Bilderdijk is als mens stellig in zijn ambities teleurgesteld, zijn dwarse, norse, sombere, polemische karakter en zijn reactionaire overtuigingen maakten dat men hem niet heel veel gunde. We lezen het op vele pagina’s terug. Toch aarzel ik als het om Bilderdijks bevlogenheid gaat. Komt die wel helemaal uit de verf in deze levensbeschrijving? Is de biografie zelf bevlogen?

Er zit beslist iets schools aan De gefnuikte adelaar. Hoofdstukken eindigen steevast met een ‘Besluit’, waarin nog eens wordt opgesomd wat de schrijvers eerder al beweerden. Ook op andere plaatsen lijdt de tekst hier en daar aan conclusiezucht. De gefnuikte adelaar is chronologisch opgebouwd, het volgt Bilderdijk jaar na jaar. Soms heeft dat nadelen – herhalingen. Hoe vaak heb ik ‘En wéér had Wilhelmina een miskraam’ gelezen? Hetzelfde geldt voor Bilderdijks overdrijvingen van ziekte en rampspoed. Een thematischer ingerichte biografie had zo iets kunnen voorkomen. Bilderdijks malle wetenschappelijke exercities – dwaze etymologieën, wonderlijke geologische theorieën, et cetera – komen er wat bekaaid vanaf. Al begrijp ik best hoe dat komt: in 1998 werden ze uitgebeend door Joris van Eijnattens in diens meesterlijke Hogere sferen: de ideeënwereld van Willem Bilderdijk. Zoiets doe je na noch over als biograaf. Maar laat ik Honings en Van Zonneveld niet te kort doen. De gefnuikte adelaar is een verbazingwekkend grondige, rijk gedetailleerde biografie over de grootste en eigenaardigste dichter van de negentiende eeuw.