De omgekomen Ibrahim wilde dichter bij Allah zijn

Een Marokkaanse jongen uit een keurige familie, ‘eerlijk’, maar ‘niet de slimste’ kwam vorige week om bij een aanval op een islamschool in Jemen.

Jemenitische vrouwen lopen naar huis nadat ze waterflessen hebben gevuld in Sanaa, de hoofdstad van Jemen. Foto Corbis

Hij was verbluft door de vrouwen: „Je ziet geen ogen niks, helemaal bedekt, meisjes vanaf 3 a 4 jaar dragen allemaal niqaab.” Hij was verrukt over de omvang van de moskee – „misschien 8 keer groter dan moskee Nasr uit Amsterdam-Oost” –, de hoeveelheid gelovigen die er soms neerknielde (4.500) en de duur van de gebeden op hoogtijdagen („2 uurtjes 2 raka’at”). Hij was onder de indruk van de kennis van de sjeiks en van zijn medeleerlingen. En hij snakte naar tajine in plaats van de eeuwige Jemenitische bruine bonen met saus („fasoelija heet het”).

De Amsterdamse Ibrahim el Bay (24) had in de stad Damaj, Noord-Jemen, zijn bestemming gevonden. Hij wilde dichter bij God zijn en in de Dar al-Hadith school was hij dat. Zo beschreef hij het in een verslag dat hij drie maanden na aankomst stuurde naar vrienden in Nederland en dat te lezen is op de website selefienederland.nl. Dat moet eind 2009 zijn geweest. Vorige week kwam hij om toen shi’itische strijders dit bolwerk van soennitische geleerdheid aanvielen. Wrang – in zijn verslag schreef Ibrahim el Bay nog: „En de verhalen die ik gehoord heb dat in Damaj oorlog is zijn allemaal leugens.”

Maar dat was 2009. In oktober 2011 werd Damaj al eens aangevallen door de shi’itische rebellen die zich Houthi noemen. Daarbij vielen tientallen doden. In december dat jaar werd een bericht op een jihadistische site gepost, waarin een Al Qaida-leider strijders opriep naar Damaj te gaan om de Houthi te bestrijden. Of dat gebeurd is, valt niet te achterhalen. „Het instituut leidt geen terroristen op”, zei deze week een vriend van Ibrahim el Bay tegen Nieuwsuur. Zeker is dat de Dar al Hadith-school doelwit van de shi’itische aanvallers was, in 2011 en afgelopen week opnieuw.

Niet de slimste

Mensen in Nederland die hem hebben gekend, zeggen dat Ibrahim el Bay beslist geen strijder was, maar een „eerlijke jongen”, „misschien niet de slimste, maar nooit met problemen”, die als scholier op het TeC-mbo in Amsterdam al leergierig was inzake het geloof. „Hij ging toen al op orthodoxe moslims af om te vragen waarom ze er zo bij liepen en wat ze precies geloofden”, zegt Fatima Elatik, stadsdeelvoorzitter Amsterdam-Oost, waar Ibrahim el Bay is opgegroeid. Hij komt uit een keurige familie, zijn broer is arts. Geen jongen met een strafblad, zegt een jongerenwerker in Oost. Elatik: „Het is een simpel gezin dat nu wil rouwen en met rust gelaten worden.”

„Ik wist destijds dat hij van plan was te gaan, zegt de jongerenwerker. En: „Ibrahim was niet de enige Nederlander die naar het buitenland is gereisd om zich te verdiepen in de islam. Sommigen gingen naar Damaj, anderen naar Saoedi-Arabië of Marokko.” Ibrahim el Bay schrijft ook over andere buitenlanders in zijn verslag. Hij noemt een Rotterdammer en „Amerikanen, Engelsen, Fransen, Algerijnen enz.”.

De jongerenwerker zegt ten minste dertig Amsterdammers te kennen die in de loop der jaren zijn vertrokken naar buitenlandse islamscholen. „En sommigen zijn al weer terug ook.” Hij onderstreept dat zij niet geradicaliseerd zijn in de zin dat ze in Nederland de wapens zouden willen opnemen. „Wat hebben deze mensen in Nederland gedaan? Niets bijzonders. Ze zijn getrouwd, gaan werken – al kost het hun vaak moeite om een baan te vinden, omdat ze er met hun baard, hun gewaad en hoogwater-broek nogal uitgesproken uitzien. En ze wijzen ons op het ware geloof, geven uitleg over de dien, de weg.”

Stadsdeelvoorzitter Elatik vindt dat de moslimgemeenschap meer moet doen om de radicale jongens op te vangen, om ze in de Nederlandse moskeeën en instituties ruimte te geven voor hun eigen ideeën. Dan kun je er tenminste een oogje op houden.” Zij ziet „veel meer orthodoxe jongeren” in Amsterdam-Oost dan vroeger. „En toen waren er nog geen gevaarlijke sektes die je probeerden te rekruteren.”

Ze ziet een grote groep gefrustreerden lopen, jongens die zich afsluiten van de Nederlandse samenleving. Maar ze vindt ook dat sommige van die jongens „een schop verdienen” als ze aankomen met frustraties over de maatschappij. „Ik kom van die dertienjarige jochies tegen die wel weten welke sjeik op de derde berg links wat precies heeft gezegd over een of ander geloofsartikel, maar die niet in staat zijn om gewoon hun mbo-diploma te halen. begin daar eens mee, zou ik zeggen.”

Ibrahim el Bay is bewust in Damaj gebleven na de aanval van 2011, zeiden zijn vrienden. Hij is volgens de jongerenwerker intussen ook getrouwd en vader geworden – hoewel hij in zijn verslag nog adviseert vooral geen Jemenitische vrouw te trouwen: lastig als je terug wilt naar Nederland. Hij was destijds van plan „met een selleffia in Nederland” te trouwen, een meisje van het juiste, salafistische geloof.

Vorige week woensdag werd de Dar al-Hadith aangevallen door Houthi’s met tanks en andere zware wapens. Vrienden van Ibrahim zeiden deze week dat de leerlingen wel hebben terug geschoten, „maar alleen om zich te verdedigen”. Bij die aanvallen kwamen volgens berichten in de Yemen Times zo’n honderd mensen om.

Onder meer via selefienederland.nl wordt geld ingezameld voor de Dar al-Hadith. Op die website wordt dat omstandig toegelicht. In „dit specifieke geval van de huidige gebeurtenissen in Jemen, waar het gaat om een mensonterende situatie, waarbij er een kennisinstituut betrokken is geraakt in een conflict met terroristische shi’itische milities die gesteund worden door Iran en Hezbollah”, staat in een toelichting op de site. „Er is voor dit instituut totaal geen internationale hulp, zelfs niet op het humanitaire vlak. Ook de overheid van Jemen zelf biedt geen hulp en bescherming. Zelfs het Rode Kruis wordt belemmerd in het uitvoeren van hun taak in het getroffen gebied.”

Vanwege „deze erbarmelijke en mensonterende situatie” wordt geld ingezameld „als steun voor dit kennisinstituut dat na Allaah overgelaten is aan zichzelf. Dit inzamelen is heel transparant verlopen, zonder duistere of dubieuze praktijken.”

Ibrahim el Bay, 25 jaar oud, was een van de slachtoffers. Hij werd naar verluidt gedood door een projectiel uit een bazooka, juist toen hij naar de moskee wandelde. „De jongens hier zeggen dat ze hem benijden om zo’n dood”, vertelt de jongerenwerker in Oost. „Omdat hij onderweg was naar de moskee.”