De nieuwe John Grisham

Zijn tweede boek Advocaat van de duivel (The Firm) maakte John Grisham in 1991 beroemd. Zijn eerste, De jury (A time to kill), moest het in 1989 doen met een oplage van vijfduizend. Op dat aanvankelijk versmaadde debuut heeft Grisham een vervolg geschreven: De erfgenaam.

In 1988 woont advocaat Jake Brigance nog steeds in het kleine zuidelijke stadje Clanton. Twee jaar zijn verstreken sinds hij de zwarte Carl Lee Hailey verdedigde, die in De jury terechtstond voor het doden van de blanke verkrachters van zijn dochter. Jake – ook blank – is nog steeds omstreden in het racistische Clanton en heeft dringend behoefte aan geld en nieuw juridisch succes.

Dat lonkt als hem een brief en een handgeschreven maar, cruciaal, niet door een notaris opgesteld testament wordt gestuurd door een zwaar zieke oude man, die zich na het posten ervan onmiddellijk heeft verhangen aan een plataan op zijn landgoed.

Jake's welkome dode cliënt draagt hem schriftelijk op te zorgen dat zijn kinderen (‘geen aardige mensen’) geen cent erven. Seth Hubbard laat zijn vermogen na aan Lettie, sinds drie jaar zijn huishoudster.

Jake ontdekt snel dat daarbij twee problemen komen kijken: Lettie is zwart en het vermogen bedraagt vierentwintig miljoen dollar. Openlijk racisme en ongebreidelde hebzucht breken los; de blanke burgers van Clanton gruwen ervan dat een zwarte de rijkste vrouw van Mississippi zou worden en Hubbards kinderen blijken inderdaad geen aardige mensen.

Wat volgt is een zeer exacte, overwegend spannende beschrijving van de ingewikkelde rechtszaak die Hubbard, met zijn hatelijke testament en zijn plataan, postuum in werking zet. Het legal team van Jake vecht het uit tegen dat van de kinderen, met de arme Lettie, die niets van het testament zegt af te weten, als ongewild middelpunt.

Het juridische gescherm is enerverend, instructief en, doordat het systeem van jury-rechtspraak de advocaten verlokt juryleden te observeren en te beïnvloeden, soms afstotelijk.

De ontknoping van deze voor Jake langdurig hopeloze rechtszaak zie je iets te vroeg doorschemeren, maar dan doet de schrijver toch weer net iets anders dan verwacht. Grisham is goed in vorm.

Robert Gooijer