De Bocht van de Herengracht

Gerrit Berckheyde,Gezicht op de Gouden Bocht in de Herengracht vanuit het oosten, 1671. Olieverf op doek. BRON: COLLECTIE RIJKSMUSEUM AMSTERDAM

Je fietst naar je kantoortuin

en maakt geroutineerd de keuze:

Prinsen-, Keizers-, Herengracht?

Vanaf de Vijzelstraat volgt

vloekend het verkeer de speurtocht

van de Amsterdamse eeuwigheid:

het roodwitlange lint, een opgebroken

gracht, de wirwar van het behelmde

gilde van de gele hessen. Het hoeft

maar één vermaledijde straathoek

en scooters, auto’s, schaarse heren

die nog aan wandelstokken doen

zijn humeurig één: het boosgeschubde

dier dat morrend wegomlegging slibt.

Boven de scheerlijn van de Herengracht

torent sinds de ochtendspits een

opgepompte hogedrukspuit die als

uit gebolde wangen van een eertijds

grote meester alle stofrest van drie

eeuwen spoelt: plaveisel plus

bezinksel in een sprookje Biotex!

Feilloos pik jij uit alle hesjes

die ene helm met air van opzichter

die speciaal voor jou het lint doorknipt.

Mag jij buitengaats en dwars door de

omlijsting van de bouwput in slalom

door de stiltezone van de Herengracht.

Daar wacht je het wonder: water

waar één dag een laag vernis op ligt.

Prompt scheert de wolkenlucht

voorlangs de huizenrij die oogt als

een harmonium van een gedolven stad.

De gracht is auto-, vlot- en boomrijvrij,

zonder ooggetuigen maak je in de Gouden

Bocht een klein surplace en wordt jou

een blik vergund op natuurbronhelder

water dat tot aan de bodem alle steen

sereen en stil als glas weerspiegelt.

Dit kun je niemand zeggen. Wie zou het ook

willen geloven: hoe de kaalgeschraapte

gracht op vijf, zes figuranten na verlaten was.

Maar: de Gouden Bocht kende ooit dood tij.

Straks op kantoor zwijg je tegen collega’s

In alle talen over dat ene beeld: vrouw op fiets

verlaat de schoongemaakte stiltezone van

de Herengracht. Nog eenmaal omkijkend

vang je een glimp van trage spiegeling

en zie je even Gerrit Berckheyde van nabij.

Joost Zwagerman