‘Als in een barokaria alles lukt, wordt de tijd stilgezet’

Als Maria Callas op haar hoogtepunt, zo goed zingt ze. De lof voor mezzo-sopraan Joyce DiDonato is groot. Maandag is ze in Amsterdam.

Joyce DiDonato: „Larger than life emoties passen perfect bij mij.” Foto Josef Fischnaller

Het was drie uur in de nacht, toen de Amerikaanse mezzosopraan Joyce DiDonato de titel te binnen schoot voor haar nieuwe cd en tournee: Drama Queens, een selectie barokaria’s van inderdaad hoogoplopend muzikaal drama. „Of de titel ironisch is? Dat laat ik graag over aan de luisteraar. Voor mij past het perfect bij de larger than life emoties en veeleisendheid van de personages.”

Maandag doet ze het Concertgebouw in Amsterdam aan, met barokensemble Il Complesso Barocco. „Barok vind ik het moeilijkste repertoire”, bekent ze. „Soms heb je maar twee regels tekst waarmee je een aria van negen minuten moet vullen. De technische eisen zijn hoog. In de achttiende eeuw werd geen onderscheid gemaakt tussen sopraan en mezzo, dus het vocale bereik van een aria is vaak enorm. Maar als alles lukt, wordt de tijd stilgezet. Dan hoop ik van het publiek op meer dan alleen een intellectuele respons.”

Ze is rap van tong, ambitieus en schuwt politiek getinte acties niet. Deze zomer weigerde ze een uitnodiging om in Moskou te zingen, uit protest tegen de wet tegen ‘homoseksuele propaganda’. Eerder kreeg de gouverneur van Kansas een veeg uit de pan: hij waagde het om het toch al krappe kunstbudget verder in te krimpen.

Kansas is de staat waar DiDonato (de achternaam komt van haar eerste echtgenoot) werd in 1969 als Joyce Flaherty geboren, in een buitenwijk van Kansas City. Haar ouders waren kerkorganist en amateurkoordirigent. Ze volgde aanvankelijk zangstudies om voor een extra studiebeurs in aanmerking te komen. Pas geleidelijk volgde het besef: ik word geen schoollerares maar operazangeres.

Een moeizaam opleidingstraject leidde via Philadelphia en Santa Fe naar haar debuut in de Met in New York, ‘pas’ op haar 36ste: Cherubino in Le nozze di Figaro. Als zangeres in opleiding was ze in het Concertgebouw bij een concert van Jessey Norman, en vroeg zich af hoe ze dat ooit moest evenaren. Maar kijk: haar eigen recital in de Grote Zaal in 2008 omschreef Trouw als „het mooiste recital van het jaar”.

Toch, het blijft moeilijk. Didonato: „Je hoort vaak over tenoren met stemproblemen, maar voor ons is het vak net zo zwaar. Iedereen die op een podium zijn mond opendoet, is wat mij betreft een held. Je stelt je bloot aan voortdurende kritiek, speculatie, spot. En aan haat én liefde van fans. Dat weegt beide even zwaar!”

DiDonato relativeert haar eigen faam. „Ken je de vier fasen van een operacarrière? Wie is Joyce DiDonato? Ik wil Joyce DiDonato! Ik wil iemand zoals Joyce DiDonato! Wie is Joyce DiDonato?”

Voorlopig wil iedereen Joyce DiDonato. Naast barok en Mozart is ze een veelgevraagd vertolker van Rossini en Donizetti. Ze is één van de weinige zangeressen die echt weet te overtuigen in Donizetti’s Maria Stuarda en Rossini’s La donna del Lago. De geraffineerde wijze waarop ze coloraturen in belcanto-opera’s vormgeeft, wordt vergeleken met Maria Callas op haar hoogtepunt. Haar kloeke stem is „24-karaats goud”, met grote betrokkenheid ontleedt ze haar personages. Al levert een mezzoregister beperkingen op: „Puccini en Verdi zijn, hoe spijtig ook, buiten mijn bereik.”

Is het eenzaam aan de top? „Ik doe alles om dat cliché te vermijden. Ik denk bewust na bij alles wat ik doe, en investeer in echte vriendschappen.” Dus zingt ze in haar vrije tijd karaoke met vrienden. En om fit te blijven, doet ze aan kickboksen.

Joyce DiDonato en Il Complesso Barocco o.l.v. Dmitri Sinkovsky: 11/11 Kon. Concertgebouw Amsterdam. Inl: concertgebouw.nl