Tsjeljablinskrots kwam vaak langs

Het traject van de meteoriet die in februari in Rusland insloeg is volledig gereconstrueerd. Het 20 meter grote rotsblok brak waarschijnlijk 1,2 miljoen jaar geleden af van de grote planetoïde 1999 NC45.

De meteoriet die op 15 februari op grote hoogte boven de Russische stad Tsjeljabinsk explodeerde, was een brokstuk van een planetoïde die al miljoenen jaren lang periodiek in de buurt van de aarde komt. Uit een reconstructie van het traject van de meteoriet in de atmosfeer kon zijn zijn baan in het zonnestelsel worden afgeleid. Drie groepen onderzoekers publiceren daarover vandaag in Nature en Science.

De meteoriet verscheen als een super-heldere vuurbol aan de ochtendhemel boven Tsjeljabinsk. Hij explodeerde boven een vrij dichtbevolkt gebied en produceerde een schokgolf die tot in de wijde omgeving grote schrik en schade veroorzaakte. Mensen werden omver geblazen en duizenden vensterruiten sneuvelden. De vuurbol werd door honderden mensen gefilmd – vanuit de auto omdat veel Russen een webcam achter de voorruit plaatsen om bij een eventueel ongeluk hun onschuld te kunnen bewijzen. Ook meetinstrumenten op aarde en in satellieten hebben de inslag geregistreerd. Zo kon worden gereconstrueerd wat zich in de atmosfeer afspeelde en waar de meteoriet vandaan kwam.

De vuurbol werd voor het eerst gesignaleerd op een hoogte van 97 kilometer, waar hij met een snelheid van 19 kilometer per seconde schuin de atmosfeer binnendrong. Tussen 45 en 30 kilometer hoogte viel hij uiteen in zo’n twintig stukken die verder fragmenteerden. De eindexplosie, een vuurbal dertig maal zo helder als de zon, vond plaats op 27 kilometer hoogte. Totale reistijd: nog geen 14 seconden.

Tijdens de lucht-explosie kwam een hoeveelheid energie vrij die vergelijkbaar is met de ontploffing van 500.000 ton TNT. Dat hebben de onderzoekers afgeleid uit metingen van seismometers, infrageluiddetectoren (voor heel trage golven) en de helderheid op videobeelden en satellietopnamen. Daarmee was deze explosie de krachtigste boven land sinds de meteorietinslag in 1908 boven zeer dunbevolkt gebied in Siberië. Die had een kracht van ergens tussen de 5.000.000 en 15.000.000 ton TNT.

De onderzoekers hebben uit de snelheid en explosie-energie afgeleid dat de binnendringer twaalfduizend ton moet hebben gewogen en 18 tot 20 meter groot was. Driekwart van dit gevaarte verdampte tijdens de tocht door de dampkring, terwijl het grootste deel van de rest in stof uiteenviel. Een uur na de explosie roken mensen in een groot gebied onder het vuurboltraject een zwavelachtige lucht die nog lang bleef hangen.

Slechts een paar ton van de meteoriet – minder dan één tiende procent – bereikte in de vaste vorm, maar sterk gefragmenteerd het aardoppervlak. Duizenden van deze brokstukken zijn inderdaad teruggevonden. Het zwaarste woog meer dan drie kilo, maar in een bevroren meer ligt misschien een stuk van enkele honderden kilo’s dat een gat van acht meter groot in het ijs had geslagen.

Omdat het traject van de reuzenmeteoriet in de dampkring zo nauwkeurig kan worden gereconstrueerd, konden de onderzoekers ook zijn eerdere baan rond de zon berekenen. Die baan blijkt sterk overeen te komen met die van de in 1999 ontdekte planetoïde 1999 NC43. Dat is een 2200 meter grote planetoïde die ooit in een cirkelbaan tussen Mars en Jupiter om de zon draaide. Op een bepaald moment trok Jupiter hem echter in een ellipsbaan die tot vlak bij de baan van Venus reikt. En daardoor kon hij ook periodiek in de buurt van de aarde komen.

De astronomen hebben uit de samenstelling van de fragmenten van de Tsjeljabinsk-meteoriet afgeleid dat die 1,2 miljoen jaar geleden uit de planetoïde werd losgemaakt. Dat zou gebeurd kunnen zijn tijdens een botsing met een andere planetoïde of, als 1999 NC43 een heel losse structuur heeft, tijdens een of meerdere passages langs de aarde of Venus. Mogelijk zijn er meer brokken uit deze planetoïde vrijgekomen en komen die nog steeds langs de aarde. Totdat een van hen opnieuw onze planeet treft. De Tsjeljabinsk-meteoriet kwam afgelopen februari uit het gebied van de Venusbaan en stond te dicht bij de zon om te kunnen worden ontdekt. Vandaar die grote schrik.