Stinkdier, tent, urine

John Edgar Hoover, die 48 jaar lang directeur van de FBI was, chanteerde vrijwel alle presidenten onder wie hij diende. Truman bestreed hem, de Kennedy’s probeerden hem te bestrijden, maar de meeste presidenten dansten naar zijn pijpen. Toen een staflid van Lyndon Johnson voorstelde Hoover eruit te gooien zei Johnson: ‘When you have a skunk around, it’s better to have him in the tent pissing out, than outside the tent pissing in.’

Deze oerwet van het Machiavellisme zag je ook in werking treden toen de populaire Engelse komiek Russell Brand een politiek manifest publiceerde waarin hij opriep tot omverwerping van het huidige politieke systeem. Vrijwel elke reactie uit de politiek was van de strekking: kom méépraten, word líd, stel je verkíesbaar, en verander met ons het systeem van bínnenuit! ‘Ga een goede kandidaat zoeken of wordt er zelf een,’ beet de Huffington Post hem toe (Herbert Marcuse noemde dit ‘repressieve tolerantie’). Vermoedelijk is men er zeker van dat de uitnodiging niet zal worden aangenomen, want een ongeleid projectiel als Brand wil je als partij niet in huis hebben. Alleen dáárom al zou hij het juist moeten doen. En dan volgend jaar weer een stuk in de New Statesman: ‘Mijn jaar als Labour-kandidaat.’ Lachen!

Het inlijven van zo’n rebel is een strategische kunstgreep waarvoor je nog enige waardering kunt hebben, maar er waren ook abjecte reacties. Brand is uiteraar ‘daft’ (knetter), maar volgens The Guardian ook ‘dangerous’ en ‘anti-democratic’. Joris Luyendijk onderschreef het. ‘Een man die niet weet wat democratie is, verdient geen navolging’, twitterde hij. Let op hoe ‘democratie’ hier gemakshalve als synoniem dient voor ‘het huidige politieke systeem’. Uit Luyendijks stukjes kreeg ik de indruk dat het falen van dat systeem tot hem was doorgedrongen, maar kennelijk moet het geheim blijven.

Terwijl dat juist Brands punt is: dit politieke systeem ís geen democratie, of wat een democratie zou moeten zijn. Russell Brand is de veganist die met een molotov-cocktail bij een steakhouse staat, en de mensen aan het raam roepen: ‘Kom toch binnen! Het is héérlijk!’

Een columnist van de (linkse) Observer maakte het nog wat bonter en vergeleek Brands tirade met een speech van Mussolini. Alsof er nergens revolutionaire retoriek te vinden is die iets moois inluidde. Ik heb misschien niet goed opgelet, maar het besluit dat maatschappelijke veranderingen voortaan uitsluitend nog langs parlementaire weg mogen worden gerealiseerd, wanneer is dat genomen?

‘De crisis heeft Europa in een pre-revolutionaire toestand gebracht,’ schrijft die columnist van de Observer. ‘Of, als dat te ver gaat: Europa is klaar voor radicale politieke verandering. Maar de grootste begunstigde van het nihilisme dat Brand propageert, is radicaal rechts.’ Het staat er echt. Het politieke systeem faalt, daardoor ontstaat radicaal rechts populisme, dus, oplossing: doen alsof het politieke systeem níet faalt. (En mensen die tegensputteren vergelijk je met Mussolini.) Let wel, dit zijn commentatoren die de jaren zestig hebben meegemaakt en bij progressieve kranten en tijdschriften werken. Maar: geen spoortje politieke verbeelding, geen greintje elan, geen gram ambitie. Wat rest is angstig, bezwerend gemurmel: we maken niets klaar, we zitten vast, maar iedereen mondje toe, anders komen de rechts-radicalen. Betere supporters voor de status quo kan het systeem zich niet wensen. Op rechts een paar enge vlaggenzwaaiers, op links een rij konijnen die verstijfd in het licht staren.

Woorden als ‘risico’ en ‘gevaar’ worden in deze angst-geobsedeerde tijd veel te makkelijk in de mond genomen, een vorm van begripsinflatie waar ik niet aan mee probeer te doen, maar dit soort reacties, die vind ik dan weer ‘gevaarlijk’.

Russell Brand is het stinkdier dat buiten staat en de tent in piest.

Jan Kuitenbrouwer is schrijver en directeur van de Taalkliniek (taalkliniek.nl).