Ruzie maken ze alleen aan wal

De Nederlandse loodsen op de Schelde worden onderbetaald. De Belgen moeten nu bijbetalen.

Op een scherm houden de loodsen overzicht over de Schelde Foto Rien Zilvold

Nóóit meer dan een hand of voet tegelijk loslaten – anders eindigt het bestijgen van een loodsladder geheid in het water. Dus zo – altijd op drie punten in contact met de ladder – klimt loods Fred Kuipers aan boord van de Baltic Force. Aan hem de taak het 180 meter lange schip uit Estland veilig uit de Antwerpse haven door de Schelde te begeleiden. Te loodsen, letterlijk.

Als de sluizen opengaan, komt de aarderode tanker ronkend los van wal. „Stuurboord tien”, roept Kuipers (49) in het Engels tegen de stuurman, een iele Rus in oranje overall. Die geeft een ruk aan het roer. De Baltic Force draait en vaart uit. Zeewaarts.

Een behouden vaart kost geld: schepen moeten een loods die ze van en naar de havens te helpt. Maar op de Schelde werken de 160 Nederlandse loodsen voor een „fors te laag” tarief, zegt Kuipers. Al jaren. Sinds 2009 stelt de Vlaamse overheid de loodstarieven op de Schelde vast – hoe lager het tarief, hoe aantrekkelijker de havens. Maar de Nederlandse loodsen vinden het té laag. Ze verdienen naar eigen zo’n 15 procent te weinig om kostendekkend te kunnen werken. Als gevolg zijn ze afgelopen jaren 12 miljoen euro misgelopen. En die miljoenen willen ze nu alsnog van Vlaanderen hebben.

Na arbitragezaak nu naar rechter

Dat leek te gaan lukken: een Belgisch-Nederlandse arbitragecommissie bepaalde in september dat de Vlaamse overheid 8 miljoen euro moet betalen ter compensatie. De uitspraak is vertrouwelijk, maar dat bedrag wordt bevestigd door het Nederlandse Loodswezen en het Vlaamse Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust, dat verantwoordelijk is voor het scheepvaartverkeer van en naar de Vlaamse havens.

Uitspraak of niet, Vlaanderen heeft nog geen euro overgemaakt. Tot frustratie van de loodsen. Want een arbitrale uitspraak is niet vrijblijvend: als een partij – Vlaanderen, in dit geval – zich er niet aan houdt, kan de rechter worden gevraagd de uitspraak af te dwingen. „Dat is nu gebeurd”, zegt Fred Kuipers, die behalve loods ook voorzitter is van de Regionale Loodsencorporatie Scheldemonden. „Het ligt bij de rechtbank van Antwerpen.” De verantwoordelijk Vlaams minister van Mobiliteit Hilde Crevits laat via een woordvoerder weten niet op de zaak te willen reageren.

Ondertussen speelt er nog iets anders: Vlaanderen meent juist geld te kríjgen van de Nederlandse loodsen. En wel voor gebruik van de nieuwe Vlaamse vloot, waarop de Nederlandse loodsen van en naar de grote zeeschepen varen. Dat zegt Jacques D’Havé, administrateur-generaal van het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust. Het gaat om „meerdere miljoenen”. Hoeveel miljoenen precies, dat wil hij niet zeggen.

Volgens de Nederlandse loodsen zijn de kosten voor het gebruik van het Vlaamse materieel al meegenomen door de arbitragecommissie, die het bedrag van 8 miljoen euro vaststelde. De voorzitter van de arbitragecommissie, de Leuvense hoogleraar Bernard Tilleman, wil niet ingaan op de inhoud van de uitspraak, vanwege het „vertrouwelijke” karakter.

Samen op de Schelde

Met 13 knopen – zo’n 24 kilometer per uur – koerst de Baltic Force door de Schelde. Het zwijgen van de bemanning wordt af en toe onderbroken door aanwijzingen van Kuipers. Door zijn bruingerande bril tuurt hij afwisselend naar buiten en naar de radar. Hij vaart rechts, op afstand van de schepen die links varen richting haven. Grote kans dat die een Belgische loods aan boord hebben: Vlaanderen doet 72,5 procent van het scheepvaartverkeer van en naar de Scheldehavens.

Samen varen op één rivier met die Vlamingen met wie ze zo overhoop liggen – werkt dat wel? Op het wáter gaat het prima, zegt Kuipers. Aan wal, daar is het „lastig”. De Nederlandse loodsen werken al nauw samen met de Vlaamse loodsen, die ambtenaar zijn en dus geen last belang hebben bij de tarieven. Maar de samenwerking zou volgens Kuipers nog wel beter kunnen. De „toestanden” over de tarieven zitten dat in de weg. „Alles ligt stil.”

Alles behalve het werk, dat dag en nacht doorgaat, maar dus onvoldoende geld oplevert. Gaan er loodsen failliet? Dat niet, zegt Kuipers. „We dragen het tekort met z’n allen.” Met z’n allen is alle 460 loodsen in Nederland, die verenigd zijn in de Nederlandse Loodsencorporatie. Maar daar zijn de loodsen in bijvoorbeeld Rotterdam natuurlijk niet blij mee. Het zorgt voor „gemor”, erkent Kuipers – nóg een reden dat dat geld snel de grens over moet komen.

Als de Baltic Force bij Vlissingen vaart, gaat Kuipers van boord. De ladder af, aan boord van een bootje dat hem weer aan land brengt. Het regent. De ladder wiebelt in de wind. Kuipers klimt vlot naar beneden. Gecontroleerd en zeker van zijn zaak.

Over de miljoenen is hij dat ook, zegt hij. Hij verwacht dat de Belgische rechter snel beslist dat ze het geld mogen afdwingen. En dan, ineens met lichte twijfel in zijn stem: „Of dat hóóp ik natuurlijk.”