Romney’s angst voor spontaniteit

Mitt Romney was in een vroeg stadium zeker van de Republikeinse nominatie. Maar, zo blijkt uit Double Down, hierna begon de ellende: Romney moest improviseren en daar had hij, noch zijn team van oude getrouwen, talent voor. Hij blunderde over buitenlands beleid. Na een overhaaste reactie op de aanvallen op Amerikaanse diplomatieke doelen kreeg hij een storm van kritiek over zich heen. „We hebben het verpest”, gaf hij aan zijn staf toe. Hij hield bij optredens steeds dezelfde speech, uit angst iets spontaans te zeggen. Zijn team maakte op belangrijke momenten een passieve indruk. Het duidelijkst kwam dat naar voren tijdens de Conventie in Tampa. Als gastspreker voor de slotavond had hij Clint Eastwood geregeld, maar niemand had Eastwood gevraagd wat hij zou zeggen. Eastwood arriveerde aangeschoten, en hield op prime time een geïmproviseerde preek tegen een denkbeeldige Obama op een stoel. Achter de schermen moest Romneys naaste adviseur, Stuart Stevens, overgeven van ellende. Romney gedroeg zich intern gedisciplineerd, hij viel zelden uit. Voor één onderwerp maakte hij een uitzondering: hij bleef grappen maken over dikke mensen, en waarschuwde jonge medewerkers geen relaties aan te gaan met mensen met overgewicht. Deze fascinatie, zeggen de auteurs, compliceerde zijn relatie met Chris Christie.