Column

Marcel Te laat

Er was een tante overleden. Mijn bejaarde moeder verzuchtte door de telefoon dat er nu bijna niemand meer over was en ik dacht aan mijn vader die ooit zei: degene die als laatste overblijft is als eerste in de hel. Ik probeerde me voor te stellen hoe het zou zijn als iedereen die ik kende er niet meer was en dat je het dan moest hebben van types als ik.

Ik bood spontaan aan om mee te gaan.

De herdenking was aan de andere kant van het land, we zouden elkaar ontmoeten op Den Haag CS.

Mijn moeder houdt niet van te laat komen, ze komt liever te vroeg. Dat was vroeger al zo. Op vakantie in Zwitserland begon ze na een paar dagen al te pakken voor de terugreis, had ze dat alvast gedaan. In de genenoverdracht is er iets misgegaan: ik kom liever laat, dan hoef je niet zo lang te wachten.

Ze stelde voor om twee uur van tevoren af te spreken, dan hoefden we niet te haasten. Daar smokkelde ze gisteren wat extra tijd bij, ze was een paar uur eerder dan gepland van huis vertrokken om op tijd voor mij te zijn.

Toen ik nog moest vertrekken, stond zij al op Den Haag CS, een enorme hal die haar angst inboezemde. Ze meldde me per telefoon dat ze haar bankpas voor de zekerheid uit haar portemonnee had gehaald en in haar jaszak had gestopt. Dat moest ik onthouden. Ze spoorde me aan om op te schieten, ik adviseerde haar om ergens koffie te gaan drinken. Een kwartier later kwam het bericht dat ze in een gezellige koffiebar zat, waarna ze haar telefoon uitschakelde door te lang op de rode knop te drukken.

Ik zocht op Den Haag CS in de Starbucks, daarna in de cafés rondom het station en vond haar uiteindelijk in de Burger King achter een kartonnen beker.

We kwamen door al het gedoe bijna te laat, met hetzelfde gemak zou je kunnen zeggen dat we op tijd waren.

Terug reisde ik mee tot Utrecht, we hadden het over de oorlog. Ze was veertien in 1944, het gezin woonde in een boerderij aan het Wilhelminakanaal in Noord-Brabant. Er was contact geweest tussen de strijdende partijen, maar de bevrijders bereikten het dorp sneller dan gedacht. De terugtrekkende Duitsers waren hun spullen nog aan het inpakken en schoten terug, waardoor hun huis plotseling in een vuurlinie lag en tot op de bodem afbrandde.

Er werd nog jaren gesproken over wie er te vroeg kwam of wie er te laat was vertrokken.