Jansen zweeg over twijfel aan diagnose

Oud-neuroloog Ernst Jansen (68 jaar) heeft één van zijn patiënten gezegd dat zij de ongeneeslijke aandoening MSA had, terwijl hij daar helemaal niet zo zeker van was.

„Ik hield de twijfel bij mijzelf. Het heeft weinig zin die te laten blijken”, zei hij gisteren tijdens de tweede zittingsdag van zijn strafzaak. De ex-arts staat onder meer terecht voor opzettelijk foute diagnoses en het letsel dat hij daarmee heeft veroorzaakt.

De vrouw, sinds 1996 patiënt bij Jansen, pleegde in maart 2000 zelfmoord. Ze dacht dat ze behalve MSA ook alzheimer en de spierziekte ALS had. Uit lijkschouwing na haar dood is geen van de ziekten gebleken.

Toen de familie negen jaar later het autopsieverslag onder ogen kreeg en ontdekte dat er nooit MSA was geweest, was ze „ontzettend boos” op Jansen. In een gesprek na het overlijden zou hij dit niet hebben gemeld.

Tijdens de zitting ontkende Jansen dat. De officier van justitie kon het zich moeilijk voorstellen: „Maar hoe kan het dan dat de familie zich herinnert dat u in dat gesprek meteen over erfelijkheid begon? Als ze de ziekte niet heeft, is erfelijkheid toch niet aan de orde?”

Jansen schreef de patiënte steeds meer medicijnen voor. Een deskundige beoordeelde de combinatie ervan gisteren als onacceptabel. Ze zou kunnen leiden tot een ‘serotoninesyndroom’, en dat zou de klachten van de vrouw kunnen verklaren, zoals verwardheid, agitatie en spiertrekkingen.

„Het was een niet alledaagse behandeling. Die moet je zorgvuldig volgen, en dat heeft ontbroken”, aldus deskundige Erik Wolters. Net als expert Jos Snoek zou hij zelf andere beslissingen hebben genomen. Ze wilden zich echter niet uitspreken over een verband tussen behandeling en overlijden.