Hilde Pach wint Nijhoffprijs

Hilde Pach krijgt de Martinus Nijhoffprijs voor haar vertalingen uit het Hebreeuws. „Hebreeuws is een ander soort taal dan Nederlands. Je kunt het niet letterlijk omzetten.”

Eigenlijk komt het allemaal door Amos Oz dat Hilde Pach (Goes, 1957) de Martinus Nijhoff Vertaalprijs van het Prins Bernhard Cultuurfonds krijgt voor haar vertalingen uit het Hebreeuws. In 1973 las ze in NRC Handelsblad een interview met de toen nog jonge en onbekende Israëlische schrijver over zijn eerste boek dat in het Nederlands vertaald was, Mijn Michael. Meteen viel ze voor hem. „Oz was een echte Israëli, kwam uit een kibboets, maar was tegelijkertijd kritisch op zijn land”, zegt ze. „Ik heb Mijn Michael meteen gelezen – de vrouwelijke hoofdpersoon deed me aan Eline Vere denken.”

Pach is zelf niet Joods. Wel had ze sinds de middelbare school sympathie voor Israël en was ze geïnteresseerd in het Israëlisch-Palestijnse conflict, waarin ze Israël kritiseerde. Tijdens haar studie Nederlands koos ze voor Hebreeuws en Jiddisj als bijvakken. „Als student begon ik al te vertalen. Eerst Oz’ De Heuvel van de Boze Raad, daarna zijn Volmaakte rust .”

Naast Oz vertaalde Pach werk van andere grote Israëlische schrijvers, zoals Zie liefde van David Grossman, Vriendschappelijk vuur van A.B. Yehoshua, en Goede mensen van de jonge Nir Baram, een nieuwe ster in de Israëlische letteren. Met hen bestrijkt ze zo onderhand de eredivisie.

Voor Israëlische literatuur bestaat in Nederland een groot publiek, zegt ze. „Het land heeft iets exotisch en is constant in het nieuws. Daarnaast is Israëlische literatuur echt westerse literatuur. Oz en Yehoshua hebben beiden veel psychologisch inzicht en schrijven ook nog eens over de toestand van hun land. Die combinatie was een tijdlang uit de mode en Israël verdween naar de achtergrond. Maar sinds kort is het maatschappelijk engagement weer terug. Bij Amos Oz zie je ook nog eens Russische invloeden, via zijn ouders, die uit Rusland kwamen.”

Oz, Grossman en Yehoshua zijn heel verschillende schrijvers, zegt ze. „Yehoshua lijkt heel helder, maar is heel ingewikkeld. Hij maakt moeilijke zinnen met veel bijzinnen. Hebreeuws is een ander soort taal dan Nederlands. Je kunt het niet letterlijk omzetten, wat ik overigens altijd wel zo goed mogelijk probeer te doen. Andere vertalers gooien de hele zinsstructuur om, ik niet. Ik twijfel er wel eens aan of ik daar goed aan doe. Maar nu ik de Nijhoffprijs krijg, denk ik dat ik het toch wel kan.”

Wie vindt ze het fijnst om te vertalen? Oz? „Oz was in het begin vrij moeilijk. Zijn eerste boeken waren heel barok geschreven. Nu schrijft hij steeds eenvoudiger, en dat vind ik een verbetering. Nir Baram schrijft simpel, dat is literair soms minder interessant, maar het vertaalt wel lekker.”

Soms leest Pach het hele boek voordat ze het gaat vertalen, maar als er haast bij is begint ze gewoon op bladzijde 1. „In dat geval wijst de vertaling zichzelf. Ik heb ook nooit een theorie over hoe ik een boek zal vertalen. Pas als ik vaak dingen in het woordenboek moet opzoeken, merk ik dat ik met een moeilijke passage te maken heb.”

De jaarlijkse Martinus Nijhoff Vertaalprijs wordt op 22 maart uitgereikt en bedraagt 35.000 euro, die vrij mag worden besteed.