Het Syrische drama en wij

De winter komt er ook in Syrië aan en dat betekent voor miljoenen mannen, vrouwen en kinderen dat hun door de burgeroorlog ontwrichte levens nóg zwaarder worden. Meer dan eenderde van de bevolking is op de vlucht: 6,5 miljoen in eigen land, meer dan twee miljoen in het buitenland. In vaak erbarmelijke omstandigheden moeten zij de derde oorlogswinter zien door te komen.

In Syrië worden ze niet alleen bedreigd door het oorlogsgeweld, maar ook door honger, kou, gebrek aan medische voorzieningen en slechte hygiënische omstandigheden. In het noordoosten is bij tien kinderen polio geconstateerd, de eerste uitbraak in veertien jaar, met groot gevaar van verspreiding.

Een schokkende 40 procent van de bevolking is om te overleven afhankelijk van humanitaire hulp. Maar hulporganisaties hebben lang niet overal toegang. Het Syrische leger sluit wijken en gebieden die in handen zijn van opstandelingen uit militair-tactische overwegingen af van de buitenwereld, waardoor de burgerbevolking wordt uitgehongerd. Noodhulpcoördinator Valerie Amos van de VN waarschuwde de Veiligheidsraad deze week dat de humanitaire situatie in Syrië „snel en meedogenloos blijft verslechteren”.

In de opvangkampen in de buurlanden zijn de vluchtelingen veilig voor het oorlogsgeweld, maar leiden ze veelal een onzeker en uitzichtloos bestaan. Ondanks de inspanningen van hulporganisaties gaat een groot deel van de kinderen er niet naar school. Volwassenen hebben onvoldoende om handen. En de gastvrijheid van de landen waar ze zijn heen gevlucht, stuit op haar grenzen.

In Libanon, met nog geen vijf miljoen inwoners, zijn al meer dan 800.000 Syrische vluchtelingen geregistreerd. In Jordanië, met 6,5 miljoen inwoners, bevinden zich 550.000 vluchtelingen – en steeds vaker worden vluchtelingen (onder anderen Palestijnen) aan de grens teruggestuurd. Turkije, Egypte en Irak zijn weliswaar een stuk groter, maar ook voor deze landen is de opvang van honderdduizenden vluchtelingen, in kampen en verspreid over het land, een zware opgave.

Tegen die achtergrond steekt de bescheiden hulp die Nederland biedt pijnlijk af: in twee jaar mogen 250 vluchtelingen zich hier op verzoek van de VN vestigen en daarnaast zijn er dit jaar zo’n 1.700 asielverzoeken ingediend, die grote kans maken ingewilligd te worden. Maar Nederland kan meer doen. Opvang in de regio is een goed principe, maar het is niet meer voldoende. In Syrië voltrekt zich een drama van enorme omvang, waarvan het einde niet in zicht is. Nederland kan de problemen van Syrië niet oplossen, maar wel meer mannen, vrouwen en kinderen in nood helpen dan het nu doet.