Duitsers willen openheid roofkunst

Informatie over de Münchense roofkunstschat moeten snel openbaar gemaakt, vinden critici in Duitsland.

De wonden zijn oud maar de emoties nog steeds zeer levend. Het nieuws over de spectaculaire kunstschat van circa 1400 schilderijen, prenten en tekeningen uit joods bezit die de Duitse fiscus in München aantrof in het appartement van Cornelius Gurlitt, heeft in Duitsland een woedend debat ontketend over naziroofkunst en juridische versus morele aanspraken op eigendommen. Gurlitt, de zoon van kunsthandelaar Hildebrand Gurlitt, bleek in het bezit van werken van onder veel anderen Picasso, Matisse, Marc, Dix, Dürer en Renoir.

Duitse juristen redeneren nu dat het zeer wel mogelijk is dat Gurlitt jr. volgens de geldende wetten de rechtmatige eigenaar is. Bijvoorbeeld van de schilderijen die zijn vader aankocht van de naziautoriteiten. Deze voerden in de jaren dertig een ‘zuivering’ door in musea waarbij zogeheten ‘entarte Kunst’ werd verwijderd. Maar Hildebrand Gurlitt kocht en verkocht ook in en buiten Duitsland voor zichzelf en voor Hitlers Führer Museum.

Het feit dat de Beierse autoriteiten tot nu toe geheim houden om welke werken het gaat, die nu al meer dan een jaar meticuleus worden onderzocht, maakt het voor de oorspronkelijke eigenaren onmogelijk hun rechten geldend te maken. Justitie in Augsburg heeft in een persconferentie bekend gemaakt dat al degenen die menen een kunstwerk te missen, zich met hun claims kunnen melden.

Musea in Dresden, Essen en Wuppertal hebben dat ook meteen gedaan. Ook zij hebben zich gevoegd onder de critici die de geheimhouding afkeuren. Zo heeft directeur Gerhardt Finckh van het Von der Heydt-Museum in Wuppertal tegen de krant Die Welt gezegd dat foto’s van alle kunstwerken „per ommegaande” op internet moeten worden geplaatst.

Voor veel Duitsers is de vraag naar het eigendom van de kunstschat niet een juridische maar een morele. In een opiniestuk schrijft de chef-commentator van Die Welt, Torsten Krauel, dat „iedere kunsthandelaar in de nationaal-socialistische tijd wist waarom deze schilderijen zo massaal op de markt kwamen. [...] Hildebrand Gurlitt heeft de schilderijen na 1945 verstopt en zo werd heling roof.”

De Oostenrijkse museumdirecteur Alfred Weidinger richt zijn pijlen op de kunsthandel. Hij zegt in Die Presse: „Het was geen geheim dat deze verzameling bestond. Elke belangrijke kunsthandelaar in het zuiden van Duitsland wist het.”