De statistieken spreken in het voordeel van Carlsen

Zaterdag begint in India het WK schaken. In Chennai, de woonplaats van kampioen Vishy Anand, is de Noorse uitdager Magnus Carlsen favoriet.

De laatste keer dat Anand (l) Carlsen versloeg, was bij een rapidpartij in Moskou in 2011. Foto Dirk Jan ten Geuzendam

In Noorwegen kennen ze geen twijfel. Hun Magnus Carlsen is de nummer één op de wereldranglijst en nu gaat hij ook de wereldtitel pakken, een titel waar hij eigenlijk al jaren recht op heeft. De kranten zijn al weken aan het voorbeschouwen en ook de andere media doen zich tegoed aan de fotogenieke schaker. De match over twaalf partijen tegen titelverdediger Vishy Anand zal integraal op televisie worden uitgezonden, ook als die partijen zes of zeven uur duren.

Het zelfvertrouwen wordt gevoed door Carlsen zelf. Tijdens een bezoek aan Chennai, twee maanden voor de match, vertelde de 22-jarige uitdager de Indiase pers resoluut: „Ja, ik ben favoriet om de WK-match te winnen.” Een dag later stond die uitspraak in chocoladeletters boven een fotoverslag in de meest gelezen Noorse krant VG. Carlsens populariteit in eigen land leek even meegereisd naar India. Bij een school werd hij toegejuicht door tweeduizend uitgelaten meisjes.

Maar uiteraard hopen de Indiërs dat Anand zich nog onsterfelijker zal maken dan hij al is. Na cricketidool Sachin Tendulkar is de 43-jarige schaker de succesvolste sportman van het land en niemand zal het in zijn hoofd halen om aan hem te twijfelen. De Indiase schaakbond heeft besloten om Anand te presenteren als het hoofd van een groot schaakrijk. Vlak voor de match, zo meldde de bond in een persbericht, verdrong India Frankrijk als het land dat de meeste schakers telt met een internationale rating.

Allemaal mooi en aardig, maar de relevante feiten spreken in Carlsens voordeel. Het is, zoals zijn bewonderaar Garry Kasparov het stelt, een match die de Noor alleen kan verliezen. Op de wereldranglijst staat Carlsen eerste met een rating van 2.870, ver voor de rest en bijna honderd punten voor Anand (2.775), die door zijn recente resultaten is weggezakt naar de achtste plaats. In de onderlinge score mag de Indiër dan nog voor staan, dankzij overwinningen in betere tijden, maar in hun laatste twee partijen sloeg Carlsen hard en genadeloos toe.

De WK-match, met een prijzengeld van één miljoen euro, wordt gespeeld in het Hyatt Regency Hotel in Chennai, zo’n drie kilometer van Anands huis. Carlsen had liever niet in India gespeeld, omdat er vooral in de VS grotere bedragen leken klaar te liggen, maar hij werd onaangenaam geconfronteerd met een oude belofte van de FIDE aan India. Die afspraak was weliswaar in strijd met de statuten van de internationale bond, maar Carlsen wilde de strijd niet aangaan.

Die onwrikbare wil had de Noor nog niet in de vorige WK-cyclus. Toen trok Carlsen zich terug, omdat hij de korte kandidatenmatches die de uitdager moesten opleveren een WK onwaardig vond. Hij kondigde aan op een andere manier te laten zien dat hij de beste was en hield woord door vrijwel alle grote toernooien te winnen en zijn rating naar recordhoogtes op te stuwen.

Ondanks Carlsens dominantie zijn de kenners opvallend terughoudend in hun voorspellingen. Een WK-match heeft nu eenmaal zijn eigen wetten. Zoals oud-wereldkampioen Vladimir Kramnik het uitdrukt: „Een WK-match is als een kind. Je weet nooit hoe het zich zal ontwikkelen. Als het na zes partijen nog gelijk staat, heeft Vishy een kans.”

Een soortgelijke hoop leeft ook bij de jongere generatie. Anish Giri voelt een duidelijke sympathie voor Anand, die hem aan de vooravond van zijn vorige twee WK-matches uitnodigde in zijn trainingskamp. De 19-jarige grootmeester uit Rijswijk bewondert Anand als mens en speler, maar begrijpt dat de statistieken tegen hem zijn. „Maar het is ook verleidelijk om voor de underdog te zijn. Daarnaast zou het ook mooi zijn als Carlsen kwetsbaar zou blijken.”