De handel Wie vies is van smeergeld heeft in Rusland niets te zoeken

Een delegatie van vijftig Nederlandse bedrijven bezoekt deze week in de slipstream van het koninklijk paar Rusland. Over politiek hebben de zakenlieden geen mening. Zij bieden producten aan.

Paprikatelers exporteren volop naar Rusland Foto ANP

De Nederlandse koopman heeft zich nooit veel gelegen laten liggen aan de Russische politiek. Wrede en minder wrede tsaren, revoluties en verstikkende vijfjarenplannen, de Nederlandse ondernemer heeft gedurende de ‘400 jaar-vriendschap’ uiteindelijk altijd zijn weg weten te vinden naar de Russische markt. „Zelfs middenin de Koude Oorlog kwam er gas uit Rusland”, herinnert een woordvoerder van Gasunie aan het recente verleden.

De Nederlandse handelsmissie van ruim 50 bedrijven die deze week door Rusland reist is daarom ‘business as usual’. Op de vraag of de kwestie van de gevangen Greenpeace-activisten of de Russische opstelling tegenover homoseksuelen aanleiding zou moeten zijn geweest de reis af te lasten, antwoorden betrokkenen ontkennend. „Politieke overwegingen laten we bij de overheid, als bedrijf hebben we daar geen mening over”, zegt de woordvoerder van de Gasunie. „Buitenlandse Zaken heeft de lead”, reageert Gasterra. Beide bedrijven werken nauw samen met Gazprom, het machtige energiebedrijf dat gecontroleerd wordt door de Russische staat. Grondonderzoeker Fugro laat weten „het nieuws nadrukkelijk te volgen” maar verder „terughoudend” te willen zijn. Ingenieursbureau Witteveen+Bos laat weten niks over de politiek te willen zeggen, maar tekent aan dat de rol bij de missie beperkt zal zijn tot een presentatie van booractiviteiten die het bedrijf nu uitvoert in de Kaspische zee en die wellicht interessant kunnen zijn voor boringen in het Poolgebied.

Bovengenoemde bedrijven zijn ‘old hands’ op de Russische markt en hoeven het eigenlijk helemaal niet van de handelsmissie te hebben. Hun aanwezigheid is vooral een kwestie van beleefdheid.

Maar voor een aantal bedrijven die meereizen met de ministers Ploumen (Buitenlandse Handel, PvdA) en Schippers (Volksgezondheid, VVD) is het Russische avontuur nieuw. Edith Schippers is met een reeks medische bedrijven op bezoek geweest in Kazan een stad van ruim 1 miljoen inwoners aan de oevers van de Wolga. Kazan is de hoofdstad van de autonome en olierijke republiek Tatarstan.

Len de Jong, directeur van Enraf-Nonius uit Rotterdam (omzet ongeveer 40 miljoen per jaar, 90 medewerkers), legt aan de telefoon vanuit Tatarstan uit dat de Tataren belangstelling hebben voor een revalidatiecentrum. De Jongs bedrijf specialiseert zich in volledig uitgeruste centra voor fysiotherapie en revalidatie.

De middenklasse die zich in het rijkere deel van Rusland ontwikkelt, wil een alternatief voor de bestaande, formeel nog gratis, en vaak gewantrouwde gezondheidszorg. Het Nederlandse model met regionale medische centra die een ‘totaal pakket’ bieden, zou dat alternatief kunnen zijn. Daarom bestaat bijna een derde van de missie uit medische bedrijven.

De Russische export naar Nederland beloopt jaarlijks ongeveer 20 miljard euro en behelst vooral olie en gas. Nederland exporteert naar Rusland voor iets meer dan 7 miljard euro, vooral landbouwproducten: groente, fruit, melk- vis- en vleesproducten. Gezien het feit dat Rusland 400 keer groter is en tien keer zoveel inwoners heeft, is die handelsbalans niet slecht. Maar het kan natuurlijk beter.

Nederland hoopt ook zaken te kunnen doen op gebied van infrastructuur en techniek. En niet te vergeten: voetbalvelden. In 2018 organiseert Rusland het WK-voetbal. Bedrijven als Hendriks Graszoden en TenCate Grass (kunstgras) willen graag de benodigde velden aanleggen.

De Jong van Enraf-Nonius beseft dat zakendoen in Rusland „niet gemakkelijk” is. De bureaucratie die stempels en vergunning moet geven, kan vaak eindeloos op zich laten wachten. Hij heeft projecten gedaan in Sri Lanka en Indonesië en maakt zich weinig illusies dat de aanleg van een Russische revalidatiecentrum vlot zal verlopen.

In sommige gevallen is „niet gemakkelijk” een understatement.

Jelmer Buys, landbouwdeskundige en geen lid van de handelsmissie, adviseert Nederlandse belangstellenden waar het mis kan gaan als je in Rusland zaken doet. In het oosten van Rusland, in de autonome republiek Oedmoertië, bouwde hij in de jaren negentig een bloeiende vlasfabriek op. In 2004 won hij nog de eerste prijs voor het beste linnen-fabrikaat van Rusland. Maar in 2009 moest hij zijn bedrijf sluiten en het personeel naar huis sturen: kapot geprocedeerd door de plaatselijke sterke mannen in wat hij zelf „een juridische chaos” noemt. Buijs raadt iedereen die in Rusland zaken wil doen aan zich eerst goed op de hoogte te stellen van de plaatselijke omstandigheden en vooral ook Russisch te leren. Wie vies is van smeergeld, heeft niks in Rusland te zoeken, meent hij. Een gang naar de rechter om je gelijk te halen heeft geen zin. „Een rechtzaak voeren is hier koehandel: het gaat erom wie het meest biedt.”

Op de vraag of hij zelf ondanks deze gepeperde uitspraken nog welkom is als adviseur in Rusland, antwoordt hij lachend: „Ondanks? Dankzij! Hier weet iedereen dat het zo werkt.”