Colombia heeft haast met vrede

Er is een belangrijke doorbraak in vredesonderhandelingen met de FARC. Maar komt de vrede op tijd voor president Santos?

De FARC wordt verdacht van het plaatsen van twee autobommen die in februari 2013 in de Colombiaanse provincie Cauca het leven kostten aan een burger en een militair. Foto AFP

Vrede in Colombia is een stap dichterbij gekomen. De regering van president Juan Manuel Santos bereikte gisteren een belangrijk deelakkoord in de slepende vredesonderhandelingen met de linkse guerrillabeweging FARC. Als de strijders hun wapens neerleggen mogen ze aan politiek meedoen in Colombia, zo spraken de partijen af in Havana op Cuba.

Maar daarmee is slechts het tweede van zes punten afgevinkt van het vredesproces, dat al een jaar duurt en nu eigenlijk afgerond had moeten zijn. De tijd dringt. Zonder vredesakkoord maakt president Santos weinig kans in april herkozen te worden. Nog drie weken en dan beginnen de campagnes.

De Colombiaanse presidentsverkiezingen dreigen een referendum te worden over het vredesproces – iets wat Santos wilde voorkomen. Kiezers willen een einde aan het gewapende conflict, dat al bijna vijftig jaar duurt en ruim 220.000 levens heeft gekost, maar niet tegen elke prijs. Concessies aan de FARC, zoals politieke deelname, zijn impopulair.

President Santos had gehoopt dat hij met een vredesakkoord onder de arm op verkiezingstournee kon gaan. In plaats daarvan is hij kwetsbaar voor aanvallen dat hij te diep door de knieën gaat voor de FARC, die hun oorspronkelijke strijd voor de arme boeren van Colombia hebben verruild voor drugshandel en afpersingen.

Een belangrijke tegenstander van Santos, de rechtse Óscar Iván Zuluaga, wil de vredesonderhandelingen met de FARC stoppen als hij president wordt. „Ik heb nooit in dit proces geloofd”, zei hij vlak na zijn nominatie vorige maand. „De staat kan niet op gelijke voet onderhandelen met een organisatie die terrorisme bedrijft en leeft van de drugshandel.”

Zuluaga is een erfgenaam van Álvaro Uribe, de nog altijd populaire oud-president (2002-2010) die de FARC reduceerde tot een gefragmenteerde guerrillabeweging van zo’n 8.000 strijders. Dit kamp vindt dat de laatste FARC-leden met militair geweld moeten worden opgeruimd.

Uribe mag zich niet herkiesbaar stellen, maar mengt zich wel in de strijd. Hij noemt Santos, zijn vroegere minister van Defensie, een „verrader” en wil zijn eigen foto afdrukken op de stembiljetten van de minder bekende Zuluaga.

Santos kondigt deze maand waarschijnlijk zijn kandidatuur aan. Daarmee wordt het vredesproces de kern van de verkiezingen, zei de Colombiaanse politieke analist Jorge Iván Cuervo onlangs tegen de Christian Science Monitor: „Aan de ene kant staat Santos die zegt dat hij herkozen moet worden om de gesprekken te kunnen afronden en aan de andere kant Zuluaga die belooft de onderhandelingen te stoppen.”

De druk op de onderhandelaars, onder wie de Nederlandse FARC-strijder Tanja Nijmeijer, wordt opgevoerd nu de presidentsverkiezingen gaan overlappen met de vredesronde. De vertegenwoordigers van de FARC kunnen Santos tot meer concessies dwingen in ruil voor een snel akkoord. Maar ook de FARC voelt de tijd tikken: de inmiddels bejaarde leiders willen een uitweg uit de Colombiaanse jungle. Met een andere president is dat onzeker.

Santos zei gisteren dat de vredesonderhandelingen „verder zijn dan ooit” en dat ze het tempo gaan opvoeren. Het voorstel een pauze in te lassen tot de verkiezingen, wees hij af. Het slechtste wat Santos kan overkomen is halverwege het proces te blijven hangen. Zonder vrede, maar wel in gesprek met de terroristen van de FARC.