Bij het oranje licht is de PvdA uitgedraaid: JSF mag er komen

De PvdA dreigde nog even tegen te stemmen, maar gisteravond ging de fractie toch akkoord met de JSF.

Een demonstrant protesteert voor het Kamergebouw tegen aanschaf van de JSF, terwijl minister Hennis-Plasschaert binnen de toekomst van de krijgsmacht belicht. Foto Hollandse Hoogte

Eindelijk. Daar was het dan. Het ja-woord voor de Joint Strike Fighter van Angelien Eijsink, Tweede Kamerlid voor de PvdA. Woensdagavond 6 november 2013, 22.32 uur. Een verlammend politiek vraagstuk was daarmee ten einde. Dankzij de steun van de PvdA is er nu een Kamermeerderheid voor de meest besproken wapenaankoop van Defensie.

Het aanschaffen van de JSF en het aanschieten van de PvdA. Daar was gisteren de hele dag voor uitgetrokken in de Tweede Kamer. Het was het zoveelste cruciale, maar nog altijd niet laatste, debat over de koop van nieuwe gevechtsvliegtuigen ter vervanging van de verouderde F-16-vloot.

Meer geld, minder toestellen en een telkens van mening veranderende PvdA; dat zijn de constanten in de nu al twaalf jaar durende parlementaire discussie. Fel tegen in de oppositie, geclausuleerd vóór in de coalitie, zo strompelen de sociaal-democraten sinds 2001 over de besluitvormingsweg die leidt naar de onvermijdelijke aanschaf van de geavanceerde JSF. Of het nu ging om het ontwikkelingsprogramma van de door de Amerikaanse vliegtuigbouwer Lockheed Martin ontworpen straaljager, of de koop van testtoestellen, de partij veranderde minstens één keer van mening. Volgens deze wetmatigheid is het niet verrassend dat de PvdA, deze week precies een jaar regeringspartij, nu weer vóór de JSF is. Alleen gaat het nu om de echte aanschaf: het point of no return is bereikt.

Op Prinsjesdag maakte minister Jeanine Hennis-Plasschaert (Defensie, VVD) bekend dat het kabinet voor 4,5 miljard euro 37 JSF-toestellen koopt. Dat kon nadat de PvdA-top zich achter die keuze had geschaard. De partij had echter verschillende sessies met een woedende achterban nodig voor de fractie afgelopen dinsdag definitief kon instemmen.

Het was aan Angelien Eijsink, die al bijna elke wending van haar partij op dit dossier heeft meegemaakt en verdedigd, om het ja uit te spreken. Maar dat wilde gisteren ze in de eerste ronde van het debat nog niet hardop doen. Ze had nog vragen, voorwaarden, eisen zelfs voor de minister, „vanuit de controlerende taak van de volksvertegenwoordiging”.

Dat wekte irritatie bij de oppositie, die in meer dan twintig interrupties het vuur op haar opende. D66, SP en PVV manifesteerden zich het felst. Jasper van Dijk (SP) noemde Eijsink „laf” en verweet haar „een toneelstukje” op te voeren. Maar zij bleef doen wat haar partij werd kwalijk genomen: draaien. Om de hete brij heen.

Pas na een zoveelste verzoek om haar mening zei Eijsink dat „het stoplicht op oranje staat”. Maar Nederlandse stoplichten springen na een oranje licht altijd op rood. Dat leek ze toch niet te bedoelen? En inderdaad, toen vanuit het kabinet beloftes werden gedaan over werkgelegenheid, financiële beperkingen en geluidsoverlast, verschoot het licht van kleur. „Het stoplicht mag op groen, we nemen een positief besluit”, zei Eijsink.

De terugtocht duurde lang. Zo gaat dat. Of zoals oud-PvdA-leider Joop den Uyl al zei: „Regeren gaat van au.”